Dinsdag, 30 juni 2020

Dyvig 3

Nou, dat is me nou ook wat. Het is half twee en ik ben nu pas klaar met de boel publiceren, die van zondag, de 28-ste. Was ook wel een lange, hoor. Ik ben vanmorgen om half zes begonnen, moest eerst de 27-ste doen en toen meteen maar de 28-ste er achteraan gedaan. We liggen toch verwaaid en het waait heel erg hard, de hele dag al. Ik denk soms wel windkracht 7. Ginds staan allemaal kopjes op de golven. Hier waar wij liggen niet. Wij liggen prachtig beschut in ons baaitje. We eten nu een verlaat broodje, een late lunch. Het is kwart voor drie. Ik ga even lezen nu, ben uitgekompjoeterd voor een poosje en nu ga ik lekker buiten zitten, onder de kuisbap terwijl de regen volle porren neerplenst op het doek en bijkans een watergordijn over de baai legt. Dat duurt overigens maar even. Half vijf. De stront waait nog steeds van de dijk. Het is werkelijk waar niet te geloven. Het komt in golven. Soms zakt de wind wat in en dan komt ie weer opzetten. En steeds als het hard gaat waaien steekt mijn grote teen uit mijn sok, het lijkt wel een koekkoeksklok.

Het is de hele dag al laag water. Op de heuvel voor ons wuift het graan. Tot nu toe heeft het de orkaan doorstaan, maar die is nog niet over. Wat er verder deze dag gebeurde weet ik niet meer want ik heb dat gedeelte per ongeluk gewist van mijn voice-recorder. Foto’s zijn er ook niet. Eerst heeft een mens een tijdje de klere in maar daarna denkt een mens, mmm, eigenlijk wel makkelijk. Nou, tot morgen dan maar. Groetjes van ons allemaal aan iedereen uit Dyvig, Denemarken.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Maandag, 29 juni 2020

Dyvig 2

We gaan beginnen! Het is maandag de negenentwintigste. We liggen in de Dyvig baai. Het was reuze gezellig gisteravond. Vreselijk gelachen met z’n zessen op ons achterbalkon. Daar is ie voor hè, dat achterbalkon, om op te lachen. Een zeer geslaagd borrelfestijn/ vastmaker- gebeuren. Ik ben daardoor nu wel een beetje wattig in mijn hoofd. Dat betekent dat je lekker geslapen hebt, zegt Ingeborg. Hebben we nog andere dingen gedaan, Ing? Dan slapen, bedoel ik. Je houdt je kop, hoor, zegt ze. Ik zeg, ik zeg niks, ik doe niks! Wat zeg ik dan verkeerd? Waar moet ik mijn kop over houden? Ik ga maar weer schrijven. Het is tien over half acht al. De zon schijnt in een volkomen blauwe lucht. Het waait niet te hard. Ja, tien over half acht is eigenlijk knap laat om te gaan schrijven. Vandaag gaan we even kijken naar de boegschroef, even zwemmen en we blijven gewoon liggen hier vandaag. Dat was gisteren al besloten met het oog op de weersverwachting. Ik kan dus, ondanks het late uur, in alle rust gaan zitten schrijven.

Het is maandag, de negenentwintigste. Half tien. Ik heb er geen zin in, in schrijven. Ik kom niet verder dan dat verdomde logtabelletje. Mijn kop is een wattenbol en de wereld draait voor mijn ogen.

Vijf over elf. Een lamlendige ochtend. Ik zit al een tijdje te lezen, op het salondek, in mijn onderbroek. Ik probeer althans te lezen. De letters dansen voor mijn ogen. Het is wel lekker hoor, in de luwte van de kajuit onder de buiskap met opgerolde zijflappen terwijl de stront van de dijken waait. Ik ben nog niet echt genegen het water in te duiken voor de boegschroefoefening (geinig: boegschroefoefening). Willem heeft zijn rubberboot te water gelaten. Ik ook heb onze bijboot neergelaten, hoef ik er niet tegenaan te kijken. Niet doen, Ing, blijf af, de buren kijken. Djiez, kijk nou, de handmarifoon staat nog aan, het stomme ding, die zal wel opgeladen moeten worden. We gaan weer koffie krijgen, onze tweede bak, het is elf uur, koffietijd, kom op Ing, geen gezeur, kom op. Ja ja, rustig. Er gaat een gestage stroom zeiljachten naar buiten. Moet je kijken, tegen die dikke wind in naar buiten, het gaatje door. Dat gaat maar door. Die zullen wel wat beleven op het open water, daarbuiten.

Het is half een, we gaan maar een hapje eten. De hele ochtend heb ik zitten lezen en in de zon gezeten in een tuinstoel op het zwemplatform, uit de wind. Het waait nog steeds als de pieten. We liggen hier goed in deze hoek, redelijk in de luwte.

Zo, dat was even spannend. Lekker wezen varen, met z’n drieën tegelijk, aan mekaar vast, langszij. Een nieuwe paalplaats hebben we gekozen, meer achter in de baai, achter een zandige punt. Nu liggen we helemaal beschut, een stuk dichter bij de jachthaven. Gisteren was het hier druk maar nu is iedereen weg, dus we zagen onze kans schoon. Willem startte zijn motor, trok zijn paal eruit en daar gingen we. Drie kapiteins op één brug. Ik heb het gefilmd maar of ik het op de website krijg valt te bezien. Mijn kompjoeter kan het allemaal niet meer zo goed aan, ook al is het een appel.

Voor de rest zijn we gemoedelijk bezig. We hebben gegeten, Ingeborg en Mans zitten te tokkelen in de kuip op hunne gitaren. Binnenkort krijgen we een optreden. We wandelen heen en weer tussen de boten en ik lees veel. Het is half drie. Ik moet eigenlijk te water om te kijken naar de boegschroef, maar ik heb daar niet zo’n trek. Nog steeds een zwaar hoofd. Moet ik over nadenken.

Vier uur. Boegschroef weer vrij. Er zat een groene can in. Willem zei, terwijl ie voorop stond te kijken, doe je boeg eens naar stuurboord blazen. Dat deed ik en ploep, daar kwam een verfrommelde groene 5 liter can naar buiten geschoten en meteen stuwde de schroef de boeg opzij. Problem solved, dat scheelt een duik tussen de kwallen. Zo zie je maar, je moet altijd meteen Willem inschakelen.

Tien voor half zeven. We gaan eten. We eten vis vanavond, uit de diepvries, met aardappelen, rauwe lof en een gekookt eitje, lekker hoor.

Acht uur exact. Ingeborg heeft koude voeten. De temperatuur is aanzienlijk gedaald in de loop van de namiddag en avond en de wind is weer opgestoken. Je hoort het fluiten door de masten in de rechtse jachthaven aan de overkant. Die andere ligt meer in de luwte. Geen koffie meer, ik krijg langzamerhand het zuur ervan.

Deze achter ons ligt in de luwte
Deze fluit

Kwart voor elf. Het is bijna donker, dat gaat sneller hier in de noordelijke streken. We gaan naar bed, omdat we naar bed moeten. Gordon kweelt: “omdat ik zo van je hououou”, hoe toepasselijk allemaal.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zondag, 28 juni 2020

Nybøl Nor/Bøsbaek Hage – Dyvig

DagDatumWindWeer
Zondag28 juni 2020ZW 4 – 5 BfBewolkt, regenachtig, dreigend etc.Af en toe zon. Later stortbui
VertrekAankomstLogstandMotoruren
09.00 uur19.00 uur471 NM3712 uren

Onder de zoetgevooisde tonen van René Kikker neem ik dit op. Het is halfnegen en na drie uur schrijven ben ik klaar, deze keer heb ik er een filmpje ingegooid van het ankerop gaan van de HA 12 in de baai van Miethkoppel. Geinig. Het is een beetje somber buiten op de paalplaats van Nybøl Nor, niet zo warm als het de afgelopen dagen was. Het weer is duidelijk omgeslagen. Vandaag gaan we richting Sønderborg, hier verderop de hoek om. De koffie komt eraan. Alweer een hele ochtend achter de rug, zo voelt het. Ik krijg puisten op mijn kop, gelukkig binnen de haargrens, je kent dat wel.

Negen uur. Willem komt naar buiten: we gaan! Ingeborg gooit los. De accuspanning is de laatste tijd weer goed s’ochtends, bijna altijd boven de 25 volt. Houen zo. Motor starten en gaan met die banaan. Dat is het mooie met zo’n motorboot: sleutel omdraaien, schroef vooruit zetten en varen, na het losgooien van de touwen. Dat vinden we nog steeds bijzonder. Tsja. Ingeborg zet koffie, het voltage duikt dan tijdelijk onder de 24 door de waterkoker, maar dat duurt slechts even. Mans laat zijn palen zakken (voor de brug) en Willem trekt zijn paal omhoog (uit de prut). Makkelijk zat. In een volgend leven wil ik ook een paal in mijn boot, liefst twee. Het mooiste is een paal op je boot en een paal in je boot. Ingeborg moet de ballen binnenhalen. De brug draait evengoed voor een paar zeilboten. Dat was dan weer Egernsund.

Ik wil hier nog wel even stellen dat het somber weer is, hoor. De Mediterrane toestanden zijn ver te zoeken momenteel. Ik heb het altijd al gezegd: je moet niet naar Denemarken gaan, altijd hetzelfde gelazer: je steekt één dag je kop over de grens en het regent.

Half tien. We zijn de brug gepasseerd, weer in de Flensburger Förde aan de Deense kant en stevenen op de Holnis Haken boei af en daar kruisen we de tracklijn van de heenreis, zo is de cirkel voor wat betreft deze fjord rond. Het was leuk in de F.F. De koffie was lekker. Ik heb wat meer fotootjes geschoten bij het vertrek. Ik moet ook foto’s nemen van dingen waar ik geen zin in heb of die ik niet “zie”, want later ga ik daar over zitten schrijven en dan heb ik weer niks. Tegen dit euvel loop ik telkens weer aan, maar dat heeft de lezer ook wel gemerkt. Gelukkig klaagt niemand erover. Ik heb onder de vloer gekeken of er nog water in de bilge onder de watertank staat. Na twee, drie keer tanken is het daar nu gortdroog. We kunnen nu wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat als er water ligt op enig moment sprake moet zijn van condensvorming. Dit kunnen we makkelijk de baas met vacuümpomp en pijpenrager. Een hele geruststelling. Mooi zou zijn als alle roestblazen rond het teak ook spontaan zouden verdwijnen (als ik toch eens kon toveren, kon toveren!).

Ik had even een probleempje met een zeilbootje, de eerste die ik tegenkwam, niet te geloven. Hij was hoog aan de wind aan het varen en omdat ie aan de bakboordkant van de fjord zeilde en bij een groene boei iets ruimer ging varen dacht ik natuurlijk dat ie ook richting Sønderborg ging en ik zat schuin achter hem aan zijn stuurboordkant, langzaam voorbijlopend. Plotseling trok ie de zeilen aan en stuurde weer zo scherp mogelijk op; moest toch aan de andere kant van de fjord wezen denk ik, terug naar Duitsland. Ik was zo gek niet of ik moest een boog van 90 graden sturen om achter hem langs te lopen. Allemaal mijn schuld. Hij stak nog zijn hand op, als dank dat ik hem niet doormidden voer.

Toen ik later achterom keek was ie weer afgevallen. Had ik hem toch doormidden moeten varen, als we het even niet hebben over goed zeemanschap?

Vijf over tien. De wind lijkt af te nemen, maar dat is slechts schijn. De wind komt dwars in nu we iets afgebogen zijn bij de boei, richting Kragesand, zo heet dat kaapje verderop, op de mooie Deense kust. Ik voel een gedicht opkomen:

Wild kolken jagende wolken

 over de wellustig golvende glooiingen

 van het bekoorlijke Deense land.

Dit klopt natuurlijk niet, want er kolkt niets. Dat had ik gistermiddag moeten opschrijven, met die rolwolken, maar toen voelde ik niks opkomen.

Tien voor half elf. Boven Duitsland wordt het iets lichter en boven Denemarken trekt de boel dicht. Dat geloof je toch niet, hè? Ik zit te lezen op mijn stuurstoel. Dat kan best als je af en toe om je heen kijkt of een zeilboot niet een onverhoedse manoeuvre uitvoert. Ik lees in De Vergeten Tombe. De eerste zestig pagina’s heb ik het gevoel dat ik Eline Vere van Louis Couperus zit te lezen. Toch maar doorzetten. Ingeborg vond het een goed boek, dus, wie weet.

Vijf over half elf. We zijn de bocht om bij Kragesand en koersen op een oost kardinale ton af, de Brudesten, zo heet ie. Die moeten we links laten liggen omdat daarachter stenen liggen die mogelijk te dicht in de buurt kunnen komen van onze respectieve kielbalken en dat willen we niet.

Het aanzien van het land is hier mooi, typisch Denemarks met grofkorrelige zandsteenachtige, kleiige, brokkelige steil uit het water oprijzende klifjes afgewisseld met nederzettinkjes en bossages.

Kwart voor elf. Mijn klomp is gebroken want ik kom buiten in de kuip en het is gewoon warm! En dat met die luchten die weinig goeds voorspellen. Afijn, alles is mogelijk in Denemarken, zei Hamlet al.

Wat nou weer, vraagt Ingeborg verschrikt. Niks aan de hand Ing, dat is beeldspraak, een zegswijze, weet je wel: “nou breekt mijn klomp”. Ze dacht dat mijn relatief nieuwe Jolly klompjes stuk waren. Even kijken, waar zitten we nu, ah, kijk daar is Sønderborg, dat komt om de klif heen kijken.

De wobbels die we hier verwacht hadden met deze windrichting zijn uitgebleven en van de wind hadden we tot nu toe ook geen last. Het is nu zelfs bijna windstil, maar dat komt ook omdat we voor de wind varen. We varen de wind dood, recht op Sønderborg af. Daar leggen we aan. We weten nog niet of we daar blijven, dat horen we wel van de reisleiding.

Vijf over elf. S. nadert, ik neem wat gas terug. De HA 12 ligt ver achter ons. De Laga gaat vast naar binnen. Het miegelt hier van de kleine zeilbootjes die wedstrijdvaren. Leuk gezicht.

Aan de westelijke horizon trekt de lucht helemaal dicht, dat gaat geheid gedonder geven straks. Half twaalf. We waren nog niet in de kom voor de brug van Sønderborg of we kregen me toch een plensbui met windstoten over ons heen, terwijl de hele kom dicht zat met zeiljachten die voor de brug op een opening lagen te wachten. De Laga legde aan in de stromende regen. Willem in zijn blote bast en Joke d’r permanentje was helemaal naar de kloten. De Wing V tegen de Laga aan en Ingeborg d’r klompen liepen vol en haar broek bleef ook niet droog. Ik had geen last. Wat een toestand. De HA 12 is nog niet in zicht.

12.00 uur. We liggen aan de stadskade. De HA 12 is inmiddels ook binnen. Die was tijdens de bui lekker buiten gebleven, lekker drijven, omringd door worstelende jeugd in omslaande optimistjes. Spektakel.

We weten nog niet wat het wordt: doorvaren of hier blijven. Lunchen, lezen, Ingeborg schrijft emails naar school om de collega’s en de kinderen te bedanken voor de leuke verrassing die ze hadden opgestuurd en die Linda ons via de Skype had laten zien.  Er liggen al weer tien jachten te draaien voor de brug, die één keer per uur opengaat (acht minuten over half). Als de kleppen omhoog staan en alle lichten op rood(!) mogen beide kanten tegelijk erdoorheen rossen.

Tien voor half twee. We gaan even wandelen met zijn allen, kijken bij het havenkantoor en in het stadje of er nog iets veranderd is in 4 jaar. De wandeling blijft beperkt tot de winkelstraat afslenteren in twee richtingen. Aan het eind wachtten Mans en ik met Scotty op een bankje terwijl de rest in een apothek die ook een supermarkt bleek te zijn de vers uit de muur getrokken kronen gaat uitproberen. Het werkt. Je kan er dure aardbeien voor krijgen. Mans trakteert ons op een overheerlijk Italiaans ijsje. De Denen zijn kampioen zoveel mogelijk ijs in een oublie-hoorntje proppen! Het is niet druk op straat. Van Corona merk je niks. Hier hoef je geen kontmapje op als je een winkel ingaat, krijg ik de indruk. Ik ben weer te laat met foto’s nemen, maar ik heb er toch een paar.

Vijf over half vijf. Ik zit net in te kakken boven m’n vergeten tombe en Willem zegt: we gaan. Godver. Ik dacht al dat we hier bleven. Maar, dat is het mooie ervan: 20 seconden later waren we los en draaiende, behalve de boegschroef, die verdomde het. Een raar geluid, rommelend en rammelend. What fresh hell is this!? Jezus Kristus, houdt het nou nooit op? Geen enkele beweging naar links of rechts te bespeuren. Nou ja, de hoofdpropeller doet het nog. We gaan naar Dyvig, een bekend baaitje voor ons, 100 procent beschut voor de kolerezooi die we de komende dagen over ons heen krijgen. Als we de brug voorbij zijn deel ik Willem mede dat ie weer een project kan verwachten. Hij wordt er niet koud of warm van. Zal wel wier in zitten, zegt ie. Misschien. Ik denk dat ook de breekpen gebroken kan zijn. Ja, dat zal ook wel. Ik maak me er niet meer druk over. De elektromotor van het ding draait wel, dus aan de accu’s ligt het niet. Dat wordt duiken in Dyvig, lekker vooruitzicht met die kwallen. We gaan het zien.

Half zes. Nu varen we in de Als Sund, zo heet het water hier, een soort rivierachtige vaarweg naar de Augustenfjord en de Als Fjord. Een eindje de Als Fjord op aan de stuurboordkant is een prachtig baaitje waar we vier jaar geleden ook waren. Joke maakte toen een kwarktaart ter gelegenheid van Marijn zijn verjaardag (zie het betreffende bericht van 20 juni 2016, oh nee, dat kan niet, van die vakantie had ik alleen een filmpje gemaakt en op joetoeb gezet (https://www.youtube.com/watch?v=tWarEuLlTZU). Daar kun je heel genoeglijk liggen, in Dyvig, het is een soort “hurricane hole”.

Kwart over zes. De wind pijpt inmiddels behoorlijk op. De zeiljachten om ons heen lopen ons drieen er nu uit. Af en toe loopt er eentje, overtuigd als ie is, uit het roer. Spectaculair. Een grote veerboot in de Als Fjord kruist ons pad. Willem moet er met de Laga nog de sokken in zetten, maar hij gaat nog net voor de HA 12 langs, terwijl een zeiljacht voor zijn leven moet vechten. Het levert wel mooie foto’s op, zo met een beetje tegenlicht.

De toegang tot de Dyvig baai is een heel nauwe, dit vereist zorgvuldig navigeren. De omgeving is schilderachtig prachtig.

Half zeven. We liggen aan de Laga afgemeerd, de HA 12 en wij. Nadat we (Mans, Agetha en wij) eerst nog eventjes gemoedelijk naast elkaar aan de grond (grint/steen) gezeten hebben. Dat was lachen. We hoeven niet meer te eten, dat hebben we onderweg in de buurt van de veerboot al gedaan. Lekker hoor, sla met kruidentuintje en een gekookt ei. Morgen ga ik wel overboord, kijken naar de boegschroef, heb ik nou geen zin meer in. Ik ga een vastmakertje drinken. De anderen hebben we ook uitgenodigd, maar die gaan eerst eten. Nou, daar ga ik niet op wachten. Ze zien maar. We richten de kuip gezellig in met stoelen, kussens en onderzettertjes en glazen en flessen en wachten af. Het is hier fantasties. Na half acht kwamen ze geloof ik.

Half twaalf. We gaan naar bed. Wat een avond, wat een feest. Het was heel gezellig, iets té, maar misschien herinner ik me dat morgen wel. De reis van vandaag is uitentreuren geëvalueerd en daar kwamen heel goede inzichten uit voort. Ik weet alleen niet meer welke. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zaterdag, 27 juni 2020

Flensburg – Nybøl Nor/Bøsbaek Hage (Egernsund)

DagDatumWindWeer
Zaterdag27 juni 2020Iets meer dan gisterenZonnig en warm, sluierbewolking
VertrekAankomstLogstandMotoruren
10.15 uur12.30 uur446 NM3707,2 uren

Wat voor dag is het ook alweer? O ja, zaterdag. Ik had even tijd nodig om weer in het spoor te komen. Vijf voor acht. Ik heb net geschreven, ben weer klaar. Zes uur begonnen. Hij staat er weer op, 25 juni. Ik moet nog een fotootje hebben van Willem, met dat toetje. Het is prachtig weer. Vannacht was het wel een beetje bedompt, ondanks dat het luik boven ons bed openstond, met hor erin. Het zomerdekbed hebben we gepakt.Was nodig. Ik ben begonnen in een nieuw boek, heel pril want ik heb alleen nog maar gelezen wat op de voor- en de achterflap staat: De Vergeten Tombe. Dat boek is zo dik dat ik er pijn in mijn polsjes van kreeg en toen heb ik maar het licht uitgedaan. We kunnen misschien wel een stukje lopen, Ing, even de boulevard heen en terug want we zitten straks weer de hele dag op die boot. Goed, gaan we doen.

Kwart over negen. Terug van wandelen. Die routine moeten we toch echt weer oppikken, zeker als we in een haven liggen. Het tempo zat er goed in de eerste helft, helemaal rond de haven, tot voorbij het einde van de één kilometer lange museumkade. Veel glas op straat van gebroken wijnflessen, bierflessen, glazen, lege pizzadozen en andere verpakkingsmaterialen voor voedsel. Terug door de winkelstraten. Moet je niet doen, hè? Dat werd weer hangen voor etalages van antiekzaakjes, slenteren dus. Bij de Deense bakkerij was het druk, een rij van vijftien meter op de stoep: tien klanten! Bij de Turkse barbier (Rasur stond op de ruit) ging een zwaar bebaarde, kale man met mondkapje op naar binnen. Zou ie alleen zijn oorharen laten doen? Het was een gekwetter van jewelste daarbinnen. Het is warm. Morgen wordt dat een stuk minder.

Kwart over tien. We gaan vertrekken. Even de Machinekamer in, de boel checken en dan kunnen we. Vijf over half hebben we Flensburg definitief achter ons gelaten, we varen momenteel door velden met zeilboten heen. Het is nu een stuk drukker op het water dan gisteren. Even wat zaken afgehandeld met het thuisfront. De deur moest dicht anders hoor je mekaar niet bij het telefoneren. Nu kan ie weer open, lekker doortochten zo met het voorraam open. De Laga vaart nu naast ons en de HA 12 achter ons.

Kwart over elf. Er staat behoorlijk wat wind, 14 knopen recht op kop uit het noordoosten. Ik heb de Easyview 5 uitgezet want die begon direct na vertrek allerlei malle accutemperaturen te vermelden en hij bleef piepen. We kijken wel naar de monitor van de zonnepanelen om de accuspanning in de gaten te houden. De Wing V vaart in Denemarken en de Laga en de HA 12 varen in Duitsland. We koersen af op de Egernsund. Dat ligt in de hoek halverwege de Flensburger Förde. Daar is een klapbrug waarachter een soort binnenmeer, waar je niet verder kan maar waar je prima kan ankeren. Daar gaan we heen. Het is erg druk op het water. De Deense kust is mooi. Ik maak fotootjes.

Kwart over twaalf. We zijn in Egernsund. Het is een verzameling huisjes aan het begin van een kastanjeblad vormig meer, een werfje, bootjes, erg knus. Leuk hier, typisch Deens.

Waar wij gaan ankeren (“palen” eigenlijk) heet het: Nybøl Nor/Bøsbaek Hage, een mooi stil plekje tamelijk in het begin van het meer. Wij konden onder de brug door. Mans moest echter zijn masten strijken, maar dat kan ie binnen twee minuten, alhoewel het deze keer weer even wennen was.

Half een. We liggen hier goed bij alle windrichtingen. Tijd voor een hapje eten, ik heb best wel honger na zo’n tocht. Kwart voor twee. Een half uurtje geskypt met Linda, heel genoeglijk, alles in orde.

Drie uur. Het onweer komt eraan. Het was voorspeld. Ik geloofde het niet maar het betrekt al behoorlijk moet ik zeggen. Jeetje, het begint te stormen! Alles dicht! Regen klapt naar beneden. Onweer. Ook gezellig. We zijn 180 graden gedraaid met z’n drieën. Ik had nog net tijd om de Duitse gastenvlag te vervangen door de Deense gastenvlag.

Kwart over zeven. Nadat de regen en het onweer toegeslagen hadden hebben we gezellig zitten borrelen op de Laga. Joke had heerlijke pizza-punten geserveerd en we hadden fruit toe, zonder lange vinger, ananas en meloen. En gelachen dat we hebben met z’n allen, niet na te vertellen. Ik zit nu even in onze eigen boot een lange broek aan te trekken, want ik kreeg koude beentjes. Ik hoor ze hiernaast nog steeds lachen. Lache man.

Kwart voor tien. Ik heb de tent dichtgedaan voor de nacht. We komen net van het feest hiernaast. Eten, drinken, koffie en jolijt. Het is doodstil op het binnenmeer. Het weer is opgeknapt. Vlak water. De zon gaat onder, daar verderop, ergens in het westen. Half elf. Er is geen licht genoeg meer om te lezen en ik wil het licht in de kajuit niet aandoen. Gaan we maar naar bed, lezen in mijn nieuwe boek, bij het kleine lampje, dan vallen we binnen twee minuten in slaap. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Vrijdag, 26 juni 2020

Miethkoppel – Flensburg

DagDatumWindWeer
Vrijdag26 juni 2020Geen of weinigZonnig, maar ook wolken en toch warm
VertrekAankomstLogstandMotoruren
11.50 uur12.50 uur436 NM3705 uren

Half zeven, vrijdag de zesentwintigste in het jaar Onzes Heren 2020, één dag voor D-day Denemarken. We mogen d’r in, dat hebben we gisteren gehoord. We liggen nog steeds voor anker hier en hier is in de goddelijke baai van Miethkoppel/Meierwik. Ik werd daarstraks te 03.30 uur wakker, alle luchtwegen verstopt, verschrikkelijk. Ik vluchtte in paniek het bed uit, het balkon op om die pot weer los en open te krijgen. Nu is het half zeven. Geweest. Ik ga weer aan het werk, op mijn dooie gemakkie, geen haast. Het was erg warm in bed. Nu is het fris. De deuren staan wagenwijd open. Bevalt me wel zo. Je kunt overigens merken dat we op zout water zitten aan het plakkerige gevoel onder je kont en je dijbenen als je ergens op zit, van het zout.

10.00 uur. Ik heb net de laatste hand gelegd aan het stukje van 24 juni, de  legendarische tocht van onze dappere vloot van Maasholm naar Miethkoppel, terug te lezen in het desbetreffende bericht. De zon is stug aan het klimmen en ik ben aan het goochelen geweest met de gordijntjes, want het was gewoon geen typen zo, met die weerschijn op je computerscherm. Muziekje op de achtergrond. Willem is al langs geweest, die kwam naar mijn vetpotje kijken. Volgens hem is er niks aan de hand en smeert ie gewoon het schroefaslager en die vetklodder was waarschijnlijk nog van het vullen. Prima, des te beter. Hij heeft wel de moer aangezet van het wieltje waarmee je de druk instelt op de veer van de plunjer die het vet naar beneden drukt en het vet in de slang duwt naar het smeerpunt op het schroefaslagerhuis. Ik denk dat we nu koffie krijgen. Als ik dat vriendelijk vraag aan Ingeborg wil ze die wel zetten. Het is stil, het waait een beetje, in de baai van Miethkoppel. We gaan straks naar Flensburg, nu echt. Daar gaan we water tanken en een douche nemen.

Kwart voor elf. Ik loop een beetje rond te dwalen over het schip. Was vergeten een melding op facebook te plaatsen dat er weer een stukje was. Heb ik alsnog gedaan. En we hebben koffie gedronken. Dat was erg lekker. Het is erg warm buiten, nu al. Heerlijk. Een stralend blauwe hemel, geen wind. Uitstekend uit te houden.

Tien over half twaalf. Even wezen buurten bij de buren (logisch). Mans is bezig in zijn Masjienkamer, een lichte dieselolie-lekkage verhelpen (koperen ringetje uitzoeken, uitgloeien e.d.). Een kletspraatje gemaakt met Joke en Willem, gezellig hoor. Mans zijn motor draait nu een tijdje om te controleren of ie nog lekt. Kwart voor twaalf. We gaan vertrekken. Wij gooien los terwijl Mans zijn anker aan het ophalen is. Dat gaat niet zo snel. Schakeltje voor schakeltje wordt de ketting door de grote lier op zijn voordek naar binnen gehaald.

Ik laat Willem voorop gaan, gevolgd door de HA 12. De zon aarzelt nu achter wat wolkjes. Voorlopig zijn het schapenwolkjes, maar voor de komende dagen wordt dat anders, schijnt er een hoop narigheid aan te komen. Vooral zaterdag en zondag, maar dan zijn we in Denemarken, waar je ook beschut kan ankeren, niks aan de hand dus eigenlijk. Half één waren we al in Flensburg, na een tochtje tussen de zeilboten door. We moesten goed opletten, dat we niemand raakten. Een zeilboot kan zomaar overstag gaan, zie je.

Eerst dachten we: Getver; een schoorsteenpijp, industrie, een scheepswerf, maar toen we “de hoek om” voeren zagen we de potentie van Flensburg. Een tamelijk sfeervol havenfront met links veel jachthaventjes en rechts een lange kade, wel een kilometer schat ik, met museumschepen. Bedrijfsvaartuigen, klassieke zeilschepen, vissersschepen en dergelijke, kleurig en knus. Het aanzicht van de stad aan de haven doet ook erg prettig aan. Ik schiet plaatjes dat het een lieve lust is.

Flensburg ligt in een cul-de-sac, een doodlopende baai en het havenfront loopt helemaal rond. Aan het eind bevindt zich links de Stadthafen van “Im Jaich”, een conglomeraat van jachthavens in Noord Duitsland, waar de HA 12 achteruit inparkeert in een box, dichtbij het centrum. De Laga en de Wing V hebben een rubberboot achter zich hangen en zouden vooruit erin moeten. Dat gaat niet in verband met afstappen. De Laga ziet een lege plek op een kopsteiger bij de Fischerei Verein, een stukkie terug. Wij gaan langszij de Laga. Willem informeert en we mogen blijven liggen tegen afdracht van 22 euro per schip. Een prachtplek eigenlijk, niet te dicht bij de stadsherrie, maar toch alles te belopen. Het ziet er authentiek uit allemaal, schilderachtig. Hou ik van.

We lopen met z’n vieren even naar waar Mans en Agetha liggen. Daar blijkt de prijs een stuk hoger te liggen dus ik stap bij Mans aan boord en vaar met hem naar een kopsteiger achter ons bij de Fischerei Verein, waar ook nog plek is. Willem, Agetha en Ingeborg vangen ons op.

Half vijf. Ingeborg moet zitten en ik ook. Ingeborg wil water en ik wil bier. IJskoud als het kan. Terug van wandelen in de stad. Dat was erg leuk in de hitte. Flensburg heeft mooie winkelstraten en fraai gerestaureerde kerken.

Net als overal ook hier bedelaars en een straatmuzikant, die onder andere Janis Joplin nadeed, niet onverdienstelijk. De straten waren tamelijk druk. Die anderhalve meter lukt ook hier natuurlijk ook niet. Willem trakteerde op ijsjes in een winkelcentrum, waar we allemaal mondkapjes op moesten.

We vielen niet op, iedereen deed zo’n ding om als ie een winkel binnen ging. Wat een kwelling en het is geen porem. Vreemde wereld leven we in. Ingeborg kocht twee potten yoghurt in de RéWé (dat is een Duitse supermarkt) en de boodschappen waren weer gedaan. Deze stad is best aantrekkelijk om doorheen te wandelen. 

Het is warm, erg warm. In de boot is het tussen de 31 en 38 graden Celsius, afhankelijk van de plek waar gemeten wordt. Dit is wat we willen, dit zijn gewoon Mediterrane toestanden. Ik hou ervan. Het kan je wel eens benauwen, maar denk je het tegenovergestelde maar eens in: regen, kou, wind, in je boot zitten wachten tot je naar buiten kan; het ergste wat er is. Het kan natuurlijk wel gezellig zijn als de tv het doet, je kan lezen, de deuren dichtdoen, knus de kachel aan, maar dat wil je toch niet? Je wil Mediterrane toestanden. Dan toch maar die cursus waar ik diesel/elektrotechnisch ingenieur mee word. Kan ik komende winter doen. Een paar duizend euro er tegenaan gooien en een zware opleiding volgen. Alhoewel: je kan voor dat geld ook een monteur kopen……… Ja, ja, wat een mens allemaal niet bij elkaar kan hallucineren wanneer ie door de hitte bevangen is. We plakken het doorzichtige witte zonnescherm met de magneten, dat bij de boot zat toen we hem kochten, tegen de stuurboordzijde van de kajuit. Je kan van binnen wel naar buiten kijken maar andersom niet. Ik moet er toch eens een foto van maken.

Tien voor half acht. Net klaar met eten. Ingeborg wast de etensresten van de borden af, een heerlijk maal was dat van prei, courgetten, pittige kip, aardappeltjes en een gekookt eitje. Zeer voedzaam, heel gezond en zeer smakelijk. Glaasje wijn erbij van niet te slechte kwaliteit. We hebben niets te klagen. Ik ga lege flessen wegbrengen. Leuk haventje, dit haventje van de Fischerei Verein. Als het gratis was, bleef ik hier liggen. Half negen. Agetha knipt Mans zijn haar. Hij had er last van, waaide steeds voor zijn ogen. 

Elf uur. Het begint behoorlijk te donkeren. Lekker zitten lezen, boek uit, Aas van Tom Kakinos. Was leuk. Mans heeft een snoer met lampen in zijn masten gehangen, het lijkt wel kerstmis. De lichten van de stad dragen ook bij aan de sfeer. We gaan naar bed. Morgen naar Denemarken.

Geplaatst in Logboek | 1 reactie

Donderdag, 25 juni 2020

Miethkoppel 2

Het is nu donderdag 25 juni alweer, half negen. Ik heb het stukje klaargemaakt van 23 juni. Aan dat van gisteren ben ik niet toegekomen nog. Dat moet morgenochtend maar. Ik had gewoon een dag overgeslagen (dat was op die heerlijk rustige ankerplek bij Maasholm) wat schrijven betreft. We zijn toen gewoon vertrokken zonder dat ik iets geschreven had en sinds gisteravond heb ik weinig ingesproken, dat is toch ook een kwalijke zaak. Ik weet gewoon niet meer wat er sinds die tijd gebeurd is. Terwijl ik dit schrijf is het eigenlijk al vrijdag, 26 juni maar omdat ik normaal gesproken pas de volgende dag opschrijf wat er de vorige dag gebeurd is, lijkt het nu net of ik 24 juni nog moet publiceren, maar dat is niet zo, want die staat er al op. Ga maar kijken. In ieder geval ga ik nu verder met 25 juni. Zo, dat zijn weer 154 woorden. Het eten was lekker gisteravond, weet ik nog. Veel gelezen, binnen gespeeld, buiten gespeeld. Af en toe geschommeld, aan de stabilisatoren hebben we nu niks. De zon schijnt volop. Het was aanvankelijk windstil maar nu is ie alweer aardig aan het oppijpen.We liggen nog steeds op dezelfde plek. Mans zijn anker heeft niet gekrabd. De ketting heeft zich hooguit iets gestrekt (twintig meter ketting in 7 meter water). We gaan straks na de koffie naar Flensburg denk ik, sightsee-en.

Tien over half elf. Ik heb lekker zitten lezen in mijn nieuwe boek “Aas” van ene Tom Kakonis, nooit van gehoord. Ik had eerst niet zo’n trek in dat ding, gisteravond begonnen, mwoh, valt toch wel mee; veel geweld, veel wraak. Geweldige plek hier. Het vetpotje lekte, er zat een grote klodder onder het potje en het vet loopt nog niet lekker door naar de schroefas volgens mij. Willem moet maar even kijken hoe dat zit. Ik wil m er nu nog niet mee lastig vallen. De zon schijnt en eindelijk krijg ik een onthaast gevoel. We hoeven niet per sé ergens heen.

Half twaalf. Helemaal niks. Heerlijk. Ik moet wat hebben, m’n maag knort. Ingeborg heeft ook honger. Ik heb geprobeerd een verbinding te maken tussen de laptop en het tv-scherm. Al wat ik krijg is het beginscherm van Apple (die berg omringd door water, hoort bij het Catalina OS van Apple) en het geluid van de film, verder niks. Dat schijnt nog knap ingewikkeld te zijn om dat voor mekaar te krijgen.

Het is bijna half één. We gaan lunchen. Ik krijg het idee dat we hier blijven liggen vandaag. Wat ben je aan het doen, Ing? Ik ben het bed aan het naaien. Ingeborg is het bed aan het naaien. Er zit een gaatje in het laken. Ik heb de bekleding van de bakboord davit opnieuw gedaan. Willem vond het niks. Hij zei: je schrijft over Tokkies, maar je bent zelf een Tokkie met die dikke rotzooi eromheen. Dus ik weer met het broodmes en ducttape aan de gang. Als Willem zegt dat ik aan de gang moet, doe ik dat. Als ik tegen hem zeg dat hij aan de gang moet, doet hij dat ook. 

Nog niet ideaal, maar het ziet er iets beter uit. Goh, wat is het een mooi weer, hee? Mans is bezig met een zonnetent over zijn achterdek. Willem is zijn boot aan het poetsen. Wat een bedrijvigheden opeens.

Tien voor een eet ik een heerlijk broodje gebakken ei met ham op ons eigen terras. Ingeborg neemt een broodje pindakaas. Het is nu bloedheet. Gelukkig waait het pittig dus er is af en toe wat verkoeling. Hoogzomer is het nu. Binnen is het dertig graden. Lekker hoor.

Tien over vier. Heel lang zitten lezen, buiten. Binnen in slaap gevallen, rechtop, liggend. Strontvervelend hier. Er gebeurt helemaal niets. Vinden we dat erg? Nee, dat vinden we niet erg. Ik heb net Agetha aan de kant gezet. Ze gaat Scotty uitlaten.

Joke deelt ons zojuist mede dat de Schengen-landen weer toegang krijgen tot Denemarken met ingang van a.s. zaterdag 27 juni. Da’s mooi. Komt goed uit, we gingen toch die kant op. Morgen alleen even in Flensburg kijken en dan gaan we naar Denemarken. 

Half vijf. Ik wil even een observatie doen: we hebben hier nog geen enkel schip met een Nederlandse vlag gezien, buiten ons drieën. Wel een heleboel Nederlandse vlaggen, ondersteboven gehesen. Belachelijk. Oh nee, dat is de provincie-vlag van Sleeswijk-Holstein. Raar. Zou verboden moeten worden.

Zes uur. Foto’s gemaakt van de boten voor anker, vanuit het bos. Agetha en Scotty opgehaald die een wandeling van anderhalf uur hebben gemaakt rond de hele baai, niet te geloven.

Ingeborg is aan het facetimen met Miriam. Wat een drukte. Mans gaat pannenkoeken bakken, Agetha staat beslag te maken. Mans bakt ze op een gasstel achter de stuurhut van de HA 12 en gaat ze links en rechts over de plint pleuren naar de Laga en de Wing V; spekpannenkoeken, appelpannenkoeken, kaaspannenkoeken, strooppannenkoeken, bananenpannenkoeken, noemt u maar op. De dekking van het internet is momenteel slecht of het ligt aan mijn ouwe HTC one, dat kan ook. Er komt weinig door de pijplijn. Half zeven. We gaan beginnen. Pannenkoekentijd. Willem en Joke gaan toch maar bij Mans op het achterdek. Wij blijven uit praktische overwegingen tijdens de produktie op ons eigen terras. In rap tempo flipt Mans de ene na de andere pannenkoek op onze respectieve borden.

Wij eten ze altijd naturel met bastaardsuiker of Wester’s suikersiroop, maar nu proberen we d’r ook es eentje met spek én stroop (ik) en met kaas (Ingeborg). Dat vinden wij toch ook erg lekker. Jongens, jongens, wat een smulpaperij. En tot overmaat van plezier tovert Joke heerlijke vruchtentoetjes tevoorschijn met een lange besproeide suikervinger rechtop er middenin, als een penis met veel te veel balletjes, een nogal obscene voorstelling. Waar die zuster van mij met haar gedachten zit?!

We krijgen de pan beslag niet leeg met zijn allen. Mans bakt gewoon door, voor morgen bij het ontbijt en de lunch. We zijn lekker bezig tot na negenen. Het was heerlijk. Volgevreten, compleet verzadigd gaan we de avond in. Even liggen hoor. Morgen weer een dag, Gaan we naar Flensburg. Flensjes eten.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Woensdag, 24 juni 2020

Maasholm – Baai van Miethkoppel/Meierwik (Flensburger Förde)

DagDatumWindWeer
Woensdag24 juni 2020Geen tot niet veel wind uit het oostenZonnig
VertrekAankomstLogstandMotoruren
09.30 uur15.30 uur4323704

Tien voor acht. Opgestaan om half zes. Wat heb ik gedaan? Niks. Ik heb buiten op het balkon zitten lezen. Af en toe zoeft een zwanenkoppel langs met traag, doch krachtig wiekende vleugels. Hier zitten veel zwanen. 

Half tien vertrokken. Ik schijn gisteravond iets te hebben gereset op de Easyview 5, waardoor de uitlezing van de laadtoestand van de hoofdaccu tot nul is gereduceerd. Hij staat op 0%. Hoe veranderen we dat nu weer. Ik zoek het later wel uit, misschien springt ie vanzelf op 100%. Het was een genoeglijk ochtendje tot nu toe, niet geschreven, alleen maar op het achterdek gezeten, om me heen kijken, heerlijk in het zonnetje zitten lezen terwijl de wereld om me heen langzaam op gang kwam. Het is windstil terwijl we traag malend de ankerplaats verlaten. We zien hoe de HA 12 met het anker een flinke puist soepgroenten boven water hijst. Irritant voor hen, wij hebben het maar makkelijk: we gooien gewoon los.

Vandaag is de bestemming de Flensburger Förde een tamelijk diep in het Sleeswijk-Holsteinse land snijdende Fjord aan het eind waarvan het stadje Flensburg ligt. Daar willen wij wel weer eens een kijkje nemen. Voor ons is het twintig jaar geleden dat we daar met de Wing IV waren om twee opstappers (collega’s van mijn werk) op de trein te zetten. Ik kan me daar weinig van herinneren, misschien heb ik het verdrongen. Door de hele fjord loopt de grenslijn met Denemarken. Net als vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn, zullen we dan weer eens in Duitsland, dan weer in Denemarken zijn. Geinig. Ik hoop niet dat er gepatrouilleerd wordt door de Deense Vopo’s. Waar we uiteindelijk terechtkomen in die fjord weten we niet, we zullen het zien. Het oliepeil was goed, de wierpot was schoon, de bilge was droog, bij de motor was alles droog, het was redelijk koel in de motorkamer, alles in orde voor vertrek derhalve. Eerst moeten we het gat uit, om Maasholm heen naar de monding van de Schlei, Schleimünde dus. Daar gaan we bakboord uit, langs de kust naar het noorden. Sønderborg is dichtbij, de poort tot Denemarken voor ons. Daar mogen we nog niet in. Misschien vrijdag. Dat horen we morgen.

Om tien uur waren we tussen de havenhoofden van de Schlei, de monding. Dwars van de bakens. Het was twee mijl vanaf de ankerplaats. Het is nu kwart over tien en de koers is exact noord in tamelijk ondiep water van vier tot vijf meter, vlak langs de kust. Die kust is hier één langgerekte, dunne witte streep van zand of schelpen, moeilijk te zeggen. En zo varen wij gedrieën gemoedelijk op met een gangetje van 5,4 knopen over de grond. Weinig stroom ondervinden we. Mans heeft een steunzeiltje opgezet. Dat heeft wel wat.

Elf uur. We varen figuurlijk gesproken van de kaart af. We voeren nog op de kaart van Europa in de plotter en daar staan vanaf hier de Oostzee en Denemarken niet op en een flink stuk van de Flensburger Förde ook niet. Ik moet dus een ander kaartje in de gleuf steken. Niet te geloven wat een informatie op zulke kleine flintertjes micro-SD, gepropt kan worden.

Tien over twaalf. Dwars van de vuurtoren Kalkgrund Leuchtturm, zo heet ie, waar we de bocht om gaan, Flensburger Förde op. Een gezapig tochtje tot nu toe, precies zoals we het willen. 5,2 knopen over de grond en door het water bij nog geen 1200 toeren, geen wind. De zee is vlak en er staat zelfs geen deining, we varen kaarsrechtop en schommelen niet. 

Sønderborg, de poort tot Denemarken, laten we aan stuurboord liggen

Over de stroomuitlezing zullen we het niet meer hebben. Ingeborg zit op het achterdek te lezen en ik zit in de stuurstoel te lezen, af en toe een oog om me heen werpend op de wijde zee. Af en toe komt een zeilboot van achteren opzetten, op de motor. Slechts een enkeling blijft dapper doordobberen op het zeil.

Een uur. We varen nu in Denemarken, in de F.F., je-weet-wel. Links is Duitsland en rechts is Denemarken. We zien niet veel verschil tussen beide landen. De Laga vaart inmiddels een heel eind voor ons. De HA 12 is nog in onze buurt. Agetha heeft de was gedaan, moet ook gebeuren.

Denemarken
Duitsland, Mans vaart in Duitsland, ik in Denemarken

Kwart voor drie. Inmiddels een flink eind gevorderd in de Förde. Momenteel koersen we naar hogerwal aan bakboord om een plek te zoeken om te ankeren. Morgen gaan we dan een dagje naar Flensburg. Het is een beetje begonnen te waaien uit het oosten. Goed voor enige verkoeling. Deze oever aan onze bakboordzijde is best mooi, ziet er “touristicky” uit, mooie gebouwen, haventje, strandachtige plekken en dergelijke. Even een fotootje maken hoor. 

Half vier. We liggen met zijn drieën weer tegen elkaar aan in een baaitje vlak voor Flensburg, dat we niet kunnen zien vanaf hier. Op de kaart stonden twee namen naast de baai, Miethkoppel en Meierwik, dus noem ik het hier Miethkoppel/Meierwik. Een fantastische plek, goede ankergrond (zand), niet te diep, zes, zeven meter water. Mooie huizen op de kant, veel bomen, bos eigenlijk. Willem heeft lekkage in z’n hydrauliek. Gelukkig maar, heeft ie wat te doen. Mans heeft toevallig een passende O-ring voor hem. Ik heb ook nog wel een paar projecten voor je, Willem, je zegt het maar, hoor!

Tien over vijf. Het is hartstikke heet op het achterdek. Met de deuren en het voorraam open is het in de kajuit goed uit te houden, zo met dat windje er doorheen. We zitten allemaal genoeglijk op onze eigen boten ons ding te doen. Agetha slaapt op het kajuitdak van de HA 12 in de schaduw van de bijboot en Scotty, grappig ventje, houdt de wacht naast haar. Af en toe een babbeltje over en weer als buren over de muur. Er liggen wat bootjes om ons heen, zeilboten, speedboten.

De watertemperatuur is goed, er wordt gewoon gezwommen tussen de kwallen. Het zullen wel vrouwen zijn, mannen durven niet. Ik begin er zeker ook niet aan. Het is weer erg hier in het Oostzeegebied. Verder heeft het wel wat weg van de Mediterrané, dit baaitje met al die bootjes, het aanzicht van de kust, de hitte. De zon komt van achter in, dus gordijntjes moeten dicht en andere kunnen open. Tegen zessen bellen we met Linda. Zij heeft een drukke dag op de Dierenambulance achter de rug en is een beetje verdrietig om haar poes Nuts omdat ze het gevoel heeft dat het wel eens gauw afgelopen kan zijn. Hij heeft het aan zijn nieren en is al op leeftijd. Dat is zeker niet leuk, we leven met haar mee.

Saves eten we lekkere sperziebonen met kip, aardappelen en een eitje. Mijn boek “De Schaduwvechter” heb ik uit. Goed boek. Tot in de avond werd er geskied en snelgevaren zodat we af en toe behoorlijk lagen te schommelen; ons voorland straks als we ankeren op de Middellandse Zee. Áls we gaan. Dan moet ik toch eigenlijk eerst wel een aanval van genialiteit krijgen en kennis vergaren van en spontaan aanleg ontwikkelen voor elektro- en dieseltechniek gekoppeld aan de benodigde handvaardigheid. Voor dat laatste moet mijn pols dan over zijn, anders kan ik geen sleutel vasthouden. Je begrijpt wel welke kant het opgaat. We zullen wel voor altijd kwallen blijven vermalen in de Oostzee.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Dinsdag, 23 juni 2020

Dinsdag, 23 juni 2020

Gunnerbyer Noor – Maasholm

DagDatumWindWeer
Dinsdag23 juni 2020Geen☀️☀️
VertrekAankomstLogstandMotoruren
12.00 uur15.30 uur4033698,1

Had ik al verteld dat we gisteravond tijdens een chat met het service punt van KPN een mobiele abonnementswijziging hebben doorgevoerd? Bij deze dan. We kunnen nu beschikken over onbegrensde data en belminuten. Een heel levendige chat met ene Derya, dat is een vriendin van me geworden. Die heeft ons 2 gieg abonnementje omgezet in een gieganties abonnement, dat ons onbeperkte bewegingsvrijheid op het internet geeft tegen slechts een verdubbeling van de abonnementsprijs op maandbasis en we kunnen het ook zo weer terugdraaien. Nu hoeven we niet meer uit andermans hotspot te zuigen, dat is toch beter. Vanaf vandaag gaat het in. Het is half acht en ik zit op de bank om me heen te kijken, voor ik begin te schrijven. Prachtig weer, de zon schijnt in een volkomen blauw zwerk, geen wolkje aan de lucht boven het Sleeswijk-Holsteinse land. We zitten nog niet in Denemarken, misschien horen we over twee dagen of we als Nederlanders zijnde er wel in mogen. De laadtoestand van de accu is vannacht verder teruggelopen: naar 56% en de spanning staat op 25,35 volt, accutemperatuur: 26 graden.

Acht uur. Ik krijg net een SMS van KPN dat onze onbegrensde bundel vandaag is ingegaan. Dat moet ik even onderzoeken, hoor.

Kwart voor twaalf. We gaan vertrekken want dan halen we de Stubber Haken Klappbrücke, die elk kwartier voor het hele uur draait, in ons geval dus straks om kwart voor een, want het is nog zo’n 5 mijl weg. Na het plaatsen van mijn stukkie hebben we genoeglijk met de buren gebabbeld op het achterdek, in het zonnetje. Heerlijk. De nieuwe bundel werkt prima. Ingeborg heeft al gefacetimed met Miriam. Ik laat de hotspot voortaan altijd aan. Dan  kunnen we naar believen het internet op. Het abonnement is niet echt onbegrensd want we mogen slechts 5 gieg per dag gebruiken. Dit noemen ze fair use policy en is bedoeld om de netwerken niet over te belasten; als we de 5 bereikt hebben, kunnen we steeds per SMS 1 gieg gratis bij vragen enz. Dat “gevaar” lopen wij niet, denk ik. De laadtoestand  van de accu is nog verder gedaald naar 51% maar de spanning staat op 28,2 volt. Daar klopt helemaal niks van natuurlijk. Ik moet een cursus “bediening Easyview 5” hebben. Wij weten nu niet hoe we dat allemaal moeten doen. Ik laat het voorlopig maar zo. 

Vijf voor twaalf. We gaan de motor starten en gooien los. Bedaard plokkeren wij de Gunnerbyer Noor uit en draaien bakboord uit richting de Stubber Haken Klappbrücke. Die heet trouwens de Lindaunis Brücke, maar Stubber Haken Klappbrücke vind ik leuker klinken. En meteen kan de motor op standby want de brug is niet 5 mijl ver maar slechts zo’n anderhalve mijl. Hoe ik daar nou weer bij kwam?

Half een. We liggen voor de brug te draaien en het goede gesprek op de marifoon dat Willem, Mans en ik voeren over de volten, ampères en laadtoestanden die bij ons aan boord voor een “stroom” aan ergernissen zorgen ontaardt al gauw in dubbelzinnige toespelingen en algeheel boertig jolijt, waar ik al eerder aan refereerde. En zo hoort het ook. Het wordt steeds drukker naarmate het tijdstip van kwart voor een nadert. Ingeborg gaat deze keer op het voordek de passage fotograferen, dat kwam er de eerste keer niet van. Van het temp. alarm trekken we ons niets meer aan, die is gestegen en het scherm geeft idiote waarden aan. Laat maar. De tokkie van de jordaankruiser met speedboot ambities ligt hier ook voor de brug te draaien. Hij heeft nog steeds een witte pet op. Ik heb steeds meer last van mijn linkerpols, de gebruiksmogelijkheden ervan nemen af. Ik krijg soms zomaar, bij willekeurige of onwillekeurige bewegingen, zeer gemene steken van pijn, alsof er stroom wordt op gezet (weer die verdomde stroom).

Vijf over een. Brug ruimschoots gepasseerd. Het gaat lekker. Best wel druk op het water voor een doordeweekse dag. De Schlei Princess, een door schroeven aangedreven rondvaartboot die we al eerder zagen, uitgerust met een showpiece op haar kont, een traag ronddraaiend rad, stuift ons voorbij. 

We naderen het smalle stuk van de Schlei naar Kappeln toe. Aan het begin daarvan ligt aan stuurboord Sundsacker en aan bakboord Arnis. Daar zijn een pontje, een scheepswerf, jachthaventje, mooie huizen, enzovoort. Daar ga ik fotootjes van maken. Ingeborg moet even sturen. Alles komt altijd tegelijk: we naderen een smal, druk punt, Willem roept op, de telefoon gaat, ik moet fotograferen, een waarschuwing dat ik over mijn limiet ga terwijl ik onbegrensd ben, alles, alles, komt verdomme altijd tegelijk verdomme (ik merk dat ik te weinig lelijke woorden gebruik de laatste tijd, dus gooi ik er maar wat in). Gek wor ik ervan. Het is hier wel mooi

Toen ik dat zei daarnet was het al twee uur. De deuren en ramen gaan open want het stinkt hier naar een berehol. We liggen voor paal bij de brug van Kappeln, veel te vroeg. Mans heeft zijn kop (van z’n boot) in het riet gedrukt en heeft nu al oorlog met een vissermannetje met fuikjes dat driftig in zijn bootje bij hem langs gaat. De HA 12 blijft lekker liggen, krijg ik de indruk.

Kwart voor drie. De brug gaat draaien, de bomen gaan naar beneden. We leggen niet aan in Kappeln maar varen door naar Maasholm, daar gaan we ankeren en barbecuen.

Bakboord uit bij Maasholm. Het is kwart over drie. Achter de jachthaven, voorbij het dorpje is een prachtige ankerkom. Daar liggen al wat jachten maar er is nog volop ruimte. Daar kan ons bolwerk van 115 ton staal nog wel bij.

Dat kwam op een meneer van een grote zeilboot die dicht bij ons lag (maar ver genoeg) een beetje dreigend over denk ik, want die kwam ons waarschuwen dat hij wel 50 meter ketting heeft uit staan en dat het gevaar bestaat dat we mekaar misschien raken. Nou wil het geval dat het water daar 2,5 meter diep is en dat die meneer met die berg ketting, waar ie overigens boven ronddreef in de windstilte, helemaal nooit meer van zijn plaats komt, maar we hebben hem beloofd dat we de boel in de gaten zullen houden. Het is half vier als we voor Mans zijn anker liggen en met de voorbereidingen voor de BBQ (op de Laga) kunnen beginnen.

Tien over tien. De feestelijke schranspartij is alweer achter de rug. Hij was rijkelijk besproeid met geestrijk vocht en de gesprekken waren somtijds verhit, maar we hebben ook gelachen. De zon is definitief achter de horizon gezakt, maar dan ook maar net. Het is stil op de ankerplaats. We gaan naar bed.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Maandag, 22 juni 2020

Schleswiger Stadthafen – Gunnebyer Noor

DagDatumWindWeer
Maandag22 juni 2020NW 3 – 4 Bf☀️
VertrekAankomstLogstandMotoruren
13.45 uur15.55 uur391 NM3695,1

Kwart over twaalf. De tijd verstrijkt met onrustbarende snelheid. We hebben alweer een halve dag achter de rug en ik heb nog niets ingesproken. Nou, daar gaan we dan. Ik ben kwart voor zeven opgestaan en gaan schrijven. Daar valt niet zoveel over te zeggen. Het was weer een heel werk, tot een uur of weet ik niet meer. Afijn, op een gegeven moment zijn we naar het havenkantoor gewandeld en hebben per boot de som van 26 euro moeten afdragen. Dat was jammer, ietwat aan de hoge kant, eenheidstarief 12 tot 15 meter, geen corona-tarief.  Daarna zijn we doorgelopen, Joke, Willem, Agetha, Ingeborg en ik (Mans ging Scotty en Guus uitlaten) door het stadje naar de Netto-supermarkt. 

Daar moesten wij mondkapjes op om naar binnen te mogen. Wat een toestand is dat. Ingeborg en ik hadden van die snuitjes die schilders ook wel gebruiken; vreselijk, voor de eerste keer gebruikt. Agetha had wel een mooi, snel modelletje op. Snel twee potten yoghurt gekocht en er weer uit. Poeh, gauw af die krengen. 

Terug op de boot koffie gedronken met een stuk kwarktaart van Joke (ze had er gisteren twee gebakken zie je, daarom was er nog wat over), heerlijk. Ondertussen heb ik het stuk op de website gezet, nadat Mans hun hotspot had aangezet. Weer veel fotootjes erbij. Daar was ik nog mee bezig toen Mans gezellig bij ons aan boord kwam en mijn probleem met Outlook, dat ik inmiddels had, oploste. Nu werk ik voor hotmail met Google Chrome. Wel lastig twee browsers. Het waait een beetje uit het noordwesten en het is frisser dan gisteren. Gelukkig schijnt de zon. Bijna half één, tijd voor een boterhammetje.

Half twee. We zullen zo wel vertrekken, denk ik, en een ankerplaats zoeken, ergens een eindje terug de rivier af. Ik moet eerst nog wat foto’s maken vanaf het eind van de steiger waaraan wij liggen. Dat geeft een mooi beeld van het stadsaanzicht met onze boten op de voorgrond. Best wel schilderachtig. 

Half drie. We varen op dezelfde tracklijn terug door de vaargeul op de Holmer Noor. De HA 12 vlak achter ons en daarachter volgt de Laga, in volgorde van vertrek. Het is een prachtige, scherp afgetekende lucht, goed voor de foto’s.

Dag, Schleswig, erg leuk en mooi. Zijn dat zeehonden, daar op die landtong, Ing? Nee, dat zijn koeien. O, ok. Ik heb mijn bril niet op. Meestal niet de laatste tijd. Niet meer nodig, mijn ogen zijn weer goed geworden. We komen langs een ondiepte met een erg smal vaargeultje tussen de tonnen.  Een tokkie die ons geen blik waardig keurt scheurt ons met zijn jordaankruiser met een tering gang tegemoet en voorbij. Lekker dier, precies op het smalste stukkie. Echt zo op een manier van: kijk mij eens een blitse local wezen, die de weg hier weet!

Net ook even gebeld met Cees (van de Beau en de Namasté en laatstelijk van de Dutch Osprey) die zich afvroeg of dit gebied ook geschikt was voor hun zeilboot. Dat denk ik wel, als je maar goed op de diepte let en (meestentijds) in de vaargeul blijft, Cees. Voor de rest is de Oostzee een fantastisch zeilgebied. Anneke en hij waren van plan dit jaar ook hierheen te komen maar dat plan is wegens omstandigheden op een laag pitje gezet. Wat in het vat zit, verzuurt niet, Cees! Het is niet anders.

Half vier. Net wil ik wat in het lulijzer zeggen, begint Ingeborg tegen me te praten. Altijd hetzelfde. Ik moet de stuurstoel een eindje terugtrekken want ze kan niet lekker in d’r stoeltje zitten, hij staat er tegenaan. Godsamme. We kregen op de Easyview 5 een alarm: “TS Verwijderd”, een rood driehoekje, een pieptoon en twee vakjes om te toetsen: “uitstellen” of  “Log”. Na tien seconden begint ie weer te piepen. Tegelijkertijd wordt de temperatuur-uitlezing van de accu (38 graden Celsius) een liggend streepje. Godver, wat krijgen we nu weer?! Na tien seconden piepen ging ie weer uit, na nog eens tien seconden ging ie weer piepen, en zo een keer of drie en toen bleef ie uit en gaf ie weer de temperatuur op het scherm. Later deed ie het weer, zo’n serietje. De temperatuur van de accu stond af en toe ook boven de veertig graden, dat fluctueerde. In het boekje staat alleen maar dat je die vakjes aan kan tikken en uitlezen welk “apparaat” het betreft dat je dan kan “inspecteren”, in dit geval geeft ie aan als apparaat: “accu temperatuur”, verder niks. Rare opvatting van het begrip: “apparaat” en oplossingen worden natuurlijk niet geboden. Ik denk dat “T.S. verwijderd” temperatuursensor betekent, dus ik ga in de motorkamer kijken wie die temperatuursensoren (het zijn er drie) van de accu heeft verwijderd. Niemand dus, ze zitten er nog stevig opgeplakt (door Ammar van Orange Nautical gedaan). Een nieuw raadsel hebben we hier. Lache man. Gek wor ik ervan. De oplossing is natuurlijk: de motorkamer koelen met een airco of de accu’s verplaatsen naar het dek of zo. Ik ben er maar mooi klaar mee. Ondertussen zie ik in de verte (ja, ik kijk ook af en toe wel om me heen, hoor!) de Stubber Haken Klappbrücke al verschijnen en vraag ons af wanneer en waar we gaan ankeren. Ah, daar is het antwoord van Mans al, die voorop vaart: ik ga bakboord kijken of daar achter die bosjes een plek is. Helemaal achterin de Gunnebyer Noor (het is allemaal op te zoeken op kaarten, al die malle namen) vinden we weer een prachtige plek waar de HA 12 haar anker laat vallen. Het is weliswaar aan hogerwal maar er staat momenteel een pittige wind. Geen gewobbel, sowieso niet met 115 ton staal aan een anker en een paal.

Tien voor half vijf. Heerlijk rustig hier in de Gunnebyer Noor. Mans gaat lieflijke tonen ontlokken aan zijn gitaar, terwijl ik m’n kop blijf breken over de uitlezing op de Easyview 5. De accu staat nu op 44 graden, hij geeft weer een alarm af. Ik heb het grote luik in de kuip opengezet, niet dat het helpt, want de zon schijnt erin, hahahahaha. Galgehumor. Ik ga een biertje nemen, moet jij er ook een, Ing?

Kwart voor negen. We hebben de hele dag te maken met een afnemende laadtoestand van de accu, terwijl de spanning rond de 26 volt blijft, terwijl voortdurend amps worden afgenomen. Hij staat nu op 61% (eergisteren op 92%). Er is onderweg ook niks bijgekomen, ondanks de 150 amp dynamo en de zonnepanelen (15-20 amps). Schiet mij maar lek. Kijken waar ie morgenoggend op staat, blablablablabla. De accu’s voelen lauw aan. Niks aan de hand. Nog maar een biertje, ik wor er een beetje down van (nee, geen flauwe grappen). De meeste tijd zit ik te lezen in mijn stoeltje op het achterdek in “De Schaduwvechter” van ene William Diehl, veel geweld en moorden, een soort wraakboek. Daar hou ik van, ook van wraakfilms, eigenlijk het enige dat ik nog leuk vind. Lekker gegeten vanavond trouwens: heerlijk rauwe lof met kip, aardappeltje en een eitje. Scotty is op de buurboot als een gek met zichzelf aan het spelen, d.w.z. dat ie steeds zijn tennisbal op de achterbank tilt, eraf laat rollen en er weer achteraan gaat. Slim beestje. De wind is afgenomen van vrijwel nul tot niks en de zon gaat onder, net als gisteravond trouwens. We gaan alweer bijna naar bed, maar eerst nog een glaasje bier. Dat ga ik buiten achter het openstaande luik opdrinken. Vijf voor elf, we gaan naar bed, we liggen stil en het is windstil.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zondag, 21 juni 2020

Zondag, 21 juni 2020

Norder Haken – Schleswig (Schleswiger Stadthafen)

DagDatumWindWeer
Zondag21 juni 2020WeinigMooi, zonnig
VertrekAankomstLogstandMotoruren
10.30 uur13.20 uur382 NM3693,1

Tien over zeven staat de zon al een flink end boven de horizon. Een lange nachtrust voor ons doen, niet dat we niet om vijf uur wakker werden hoor, maar zijn toch maar blijven liggen. Het is hier doodstil, heel veel bootjes om ons heen voor anker op grote afstand van elkaar, ideaal. Fijne ankerplek, kan ik aanraden: de Norder Haken niet ver van de Stubber Haken Klappbrücke. Wat een rust. Ik denk, ik ga maar eens wat doen, denk. Ingeborg ligt nog in bed te snurken. Dat mag, het is zondag. Nou, aan de bak.

Tien voor tien. We gaan koffiedrinken bij Joke en Willem. Het is zondag dus is er kwarktaart, met chocoladesprinkels. En hunnie achterkleinzoon Dyvano is natuurlijk jarig vandaag! Dat moet gevierd worden, echter kunnen wij niet lang blijven zitten want de Stubber Haken Klappbrücke draait om kwart voor elf. Het is prachtig weer, nog steeds noordwestelijke wind, niet te veel en al warm buiten, we kunnen op het achterdek zitten. M’n stukkie is af. Ik heb er weer bijna drie uur over gedaan. Dat is niet erg als het s’morgens vroeg is. Op een later tijdstip doorkruisen andere dingen het proces wel eens. Maar: voor kwarktaart laten we alles uit ons handen vallen! Ik moet het alleen nog op de website zetten, komt onder het varen wel.

Tien voor half elf. De koffie met taart was lekker maar nu moeten we toch echt in de benen om bijtijds voor de Stubber Haken Klappbrücke te liggen. We moeten om een ondiep stukje water heen, vóór de landtong waar we achter lagen, om in de vaargeul te komen.

Kwart voor elf. We liggen voor de Stubber Haken Klappbrücke te wachten. Er komen steeds meer schepen bij, terwijl wij langzaam op de stroom die hier wel degelijk staat (de Schlei is per slot van rekening een echte rivier) achteruit drijven richting een grote gele stalen ton waarop staat: Fest machen. Hou op over grote gele stalen tonnen, daar krijg ik nachtmerries van. Wegwezen bij dat ding. De brug gaat nu bediend worden. Dit is een hééle, langzááme wegklep, deze Stubber Haken Klappbrücke, die bijzonder traag omhoog gekanteld wordt. Ik denk dat we met z’n allen weer van twee kanten er doorheen mogen rossen. Djiez, wat gaat dat ding traag, ze krijgen hem bijna niet omhoog.

foto van het internet geplukt

Tien over half twaalf. Het is hier zo verschrikkelijk mooi en we passeren allerlei prachtige, schilderachtige plekjes. Fraaie huizen met een strak gazon en eigen aanlegplaats, fraaie campings met een jachthaventje. Soms is het smal en kronkelig, dan weer breed en diep. Een fantastisch watersportgebied is dit.

Vijf voor twaalf. We varen langs Missunde, dat is een dorpje maar je ziet het eigenlijk niet, het is allemaal jachthavens, aanlegplekken, een pontje en mooie oevers wat de klok slaat. Hier in de buurt hebben wij 4 jaar geleden geankerd, toen we, terug van Schleswig, van de Große Breite afkwamen.

Vijf over twaalf. Voorbij de engte van Missunde, die de Missunder Noor verbindt met de Große Breite ontvouwen zich de vergezichten op Schleswig, aan de andere kant van het grote brede water dat de Große Breite heet, de Grote Brede. Na een paar kronkelbochten in de vaargeul zitten wij daarop. Prachtig hier. De zeilers hebben hier de ruimte, waarom ze dan toch altijd bij die vaargeul blijven rondhangen, begrijpen wij niet.

Kwart voor een. Ik ben een half uurtje aan het rommelen geweest met water in de bilge onder de watertank in de keukenvloer. Daar stond weer een beetje vuil water. Met de vacuümpomp die daar permanent staat opgesteld en een soort pijpenrager om water op te zuigen heb ik de boel drooggemaakt. We weten nog steeds niet waar dat water vandaan komt. Kunnen niets ontdekken aan de aansluitingen en afdichtingen. Een raadsel. Gek wor ik ervan, paranoia, door die affaire met de roestbende die we tegen hoge kosten moesten laten fiksen door Nic. Witsen. Ach, op een (stalen) boot is altijd wat te doen, je verveelt je nooit. Het zal permanent een zorgenkindje blijven die bilge. O, wat is het hier mooi! Kijk, Ing, een Hollandse molen! We varen vrolijk verder richting Schleswig. Dat komt steeds dichterbij, we zien op de kaart Holm staan en: Altstadt. Dat klinkt goed. Ik denk dat we daar moeten zijn.

1300 uur. Ik dobber midden in de Stadthaven van Schleswig, wachtend op Mans die buitengaats zijn bijboot aan dek moet hijsen. Willem ligt al aan de kade. Mans gaat daar tegenaan en dan wij. Zodoende. Het is nog steeds prachtig weer, de kade is tamelijk druk met wandelaars, straatslijpers en terrastijgers. Het ziet er wel knus en gezellig uit. Ik zie grote vuilcontainers staan, da’s mooi. Oh nee, dat zijn zithokken op het terras naast het restaurant, waarschijnlijk i.v.m. het Corona-virus. Zogenaamde Coronahokken dus eigenlijk.

Tien voor half twee. We liggen, om en om.

Kwart voor twee. We hebben lekker gedoucht want er is water op de kade en we kunnen makkelijk even bijvullen. Willem is al gevuld en nu laat Mans hem erin hangen. Ik mag zo.

Tien voor half vijf. De hele middag met z’n allen vastmakertjes gedronken op het achterdek van de Laga, gezellig hoor. Nu gaan we wandelen, het is gezellig druk op de kade, mooi stadje, moeten we even gezien hebben.

Kwart voor zeven. Ingeborg staat eten te koken. Dit is inderdaad een erg mooi stadje, de Altstadt maar vooral ook Holm is een leuk karakteristiek wijkje met mooie geveltjes, fleurige bloemen, huisjes, een mooi parkje met grafstenen erin en dat soort dingen. Jammer dat bij de meeste foto’s het knoppie op de camera weer verkeerd stond, die kon ik dus weggooien. We vonden het ook jammer dat de grote kerk in de Altstadt helemaal in de steigers stond. Ook binnen was alles verborgen onder doeken en lakens. Een soort mondkapje voor een kerkinterieur zou je kunnen zeggen.

Vijf over acht. Lekker gegeten: kip, sperziebonen, aardappeltjes met jus en een gekookt ei. De zon schijnt nog steeds. We moesten de gordijntjes dicht doen want het werd een

beetje te warm, met al die apparaten op tafel. Ik ben aan het knoeien geweest met feesboek en outlook, via de hotspot van Agetha. Gelukkig deed outlook het weer, nadat ie een tijdje had geweigerd. Marijn zijn botenlift is geïnstalleerd. Mooi hoor.

Vijf over half tien. Alles stil aan het front. Geen oorlogshandelingen meer. Het is windstil. Het begint frisjes te worden, ik heb mijn lange broek aangetrokken en een vest. Het stukje is geplaatst en het eten was lekker. Wat was er nog meer? Op de buurboten is ook alles in rust. Het zal niet lang meer duren of we gaan naar bed. 

Geplaatst in Logboek | 3 reacties