Ambly-sur Meuse – Commercy

Maandag, 13 juni 2022

DagDatumWindWeer
Maandag13 juni 2022nvtZonnig. De dag begint fris
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.55 uur17.05 uur5289 km4192,5 uren
Logboek

Door alle opwinding van het ploegen door de dikke groentesoep zijn we vergeten Marijn te bellen gisteren. Moeten we nog even doen. Vijf uur werd ik wakker. Om zes uur weer, nu dus. Ik ga maar een filmpje monteren, dat moet ook gebeuren. Dat vreet tijd. Ik loop erg achter met alles: film en weblog. Wat moet daarvan terechtkomen? Ik doe de gordijntjes open en kijk naar buiten. Wat is het hier prachtig en vooral rustig. Stil, doodstil op dit tijdstip. Ik kan op de klok van het kerktorentje zien dat de scheepsklok gelijkloopt.

Een alleraardigst torentje, een soort omgekeerde tulp met een kruis erop. God, wat is het hier vredig. Jammer dat we straks de rust moeten verstoren en ons een weg ploegen door de bagger naar het sluisje naast ons. Ik ga weer aan het werk.

Het is bijna half negen. Ik ga maar eens buiten wat doen, klaarmaken voor vertrek. Ingeborg is inmiddels ook op en druk bezig met het droogmaken van de boot, die kletsnat is van de dauw. Ik ben na twee en een half uur gestopt met werken aan de film met tot nu toe als enig resultaat dat alle “clips” door elkaar heen liggen, gvd. Maar goed, dat pik ik vanmiddag wel weer op. De sluis gaat om 09.00 uur draaien en dan wil de Belg natuurlijk ook verder.

Onze eerste sluis van vandaag: nr. 14 – Écluse Ambly-sur-Meuse

Tien voor tien. We liggen alweer in de volgende sluis: écluse nr. 13 – Troyon. Op het traject tussen Ambly en Troyon moest ik de wierpot doorblazen omdat het uitlaatwater verdacht warm werd. De planten worden enkel tegen de schelpvormige zeef in de aanzuigopening van het koelwater gezogen; in de wierpot zelf zit vrijwel niks. Dit is geen moeilijk karweitje: je zet gewoon onder het (langzaam door-) varen de andere wierpot open en van de verstopte wierpot doe je de kraan naar de motor toe dicht, vervolgens het deksel eraf, de nozzle van de compressor in het aanzuiggat duwen en blazen maar. Het vervelende hieraan is dat je alles moet doen op 73-jarige leeftijd in hurkende, bukkende houding bij een draaiende motor met daarbovenop 95 decibel van de compressor (het is een goedkope). Volgende keer doe ik een paar oordoppen op om mijn tinnitus niet uit de hand te laten lopen. Ik wil wedden dat ik dit klusje 40 jaar geleden fluitend zou hebben uitgevoerd (als ik toen technisch was geweest), alhoewel niemand dat fluiten zou hebben kunnen horen in de takkeherrie. Zie je trouwens op de foto hieronder naast mijn hoofd die beugel aan het plafond? Daarin hing een MABO-brandblusser. Dat is een glazen containertje gevuld met vloeistof die bij brand barst en blussend gas in de machinekamer verspreidt. Die container hangt daar niet meer omdat ik hem in de hitte van de strijd met de wierpotten met mijn rug heb laten barsten. Dat ding is door de werf duidelijk op de verkeerde plaats opgehangen en door mijn onoplettendheid daar blijven hangen. Gelukkig is door de relatief lage temperatuur geen gasvorming opgetreden en resteerde slechts een gore bende die ik kon opruimen. Hier zijn geen beelden van helaas.

Hier ben ik bezig de aanzuigkant van een wierpot door te blazen met een compressor (van de Lidl)

Vijf over tien. Sluis uit. Dat ging vlotjes. Ook het eerste stuk na de sluis gaat vlot: 7 km per uur over de grond en 10 km door het water bij 1300 toeren. Met “vlot” bedoel ik natuurlijk: gegeven de omstandigheden want in ruim (diep) water zouden we nog vlotter vooruitkomen. We moeten niet te vroeg juichen. Ik heb de compressor nu permanent standby staan. We krijgen zometeen een bakkie koffie vermoed ik. Ingeborg is buiten nog druk bezig met de stootwillen omhoog te trekken. We zitten weer in het ritme. Ach, te vroeg gejuicht. De snelheid gaat omlaag door waterplanten in de schroef en midden in de vaargeul drijft godverdegodver een dikke boomtak, krijg de takke, heel vervelend. Ingeborg schreeuwt vanaf het voordek: naar rechts!! En ik schreeuw terug: Ja-aaa!! Ik kan niet zo snel! Onthou dat nou eens!! Ik wil niet aan de grond lopen dus we moeten er rakelings langs. Het gaat net goed. Het zoveelste obstakel. Filmen doen we niet meer aan. We gaan nu koffiedrinken.

Na de koffie gaat Ingeborg weer op de voorplecht zitten om alle narigheden die in het verschiet liggen te spotten en ons er doorheen te loodsen. Ondanks onze lage snelheid, soms gaan we niet harder dan 4 of 5 kilometer over de grond, trekken we door de waterverplaatsing flinke hekgolven in deze ondiepe sloot, want meer kun je het niet noemen. Ik ben steeds bang dat ik vastloop. Niet zeuren Jantje, gewoon doorzwemmen.

Tien over elf. Alweer een sluis gehad: nr. 12 – Écluse Lacroix-sur-Meuse. Alle sluizen zijn hier: “sur Meuse” en dragen de naam van het dichtstbijzijnde dorp. Vlak voor deze sluis zagen we een prachtige aanlegplek met een mooie steiger, niet ver van Lacroix-sur-Meuse. Er lagen een paar schepen maar er was nog ruimte genoeg. Jammer dat het daar ook weer erg ondiep was met een weelderige bodembegroeiing.

Het kerkje van Lacroix. Op de voorgrond is in het heldere water goed te zien hoe de bodem oploopt.

Het is drie kilometer naar de volgende sluis Rouvrois-sur-Meuse (nr. 11). Dat stukje varen we nog gedwee achter de Sunstar aan, onze Belg uit Klein Willebroek, maar daarna hoeven we niet meer bij elkaar te blijven voor de met ons meereizende sluiswachters, want dan volgen alleen maar automatische sluizen, in principe zijn die onbemand. Wij gaan hem dan laten uitlopen zodat ik op mijn gemak steeds de wierpotten kan doorblazen. Nu gaat Ingeborg koffie zetten. Dat kan zij binnen het tijdsbestek dat 1 kilometer (tot de sluis) in beslag neemt, no problem. Kilometers zijn tijdseenheden geworden. Na de sluis gaat Ingeborg een tijdje sturen en laat ik mijn beentjes bungelen van de voorplecht terwijl ik op de uitkijk zit.

Na Rouvrois-sur-Meuse komen een eindje voorbij het dorpje Maizey het Canal de l’Est en de rivier de Maas weer samen en dan is het een tijdje lekker ruim en diep varen, heerlijk. Het is prachtig weer, lekker warm en de zon schijnt meestentijds.

St. Mihiel

Half twaalf. Moet je nou eens horen, zeg: liggen we voor sluis nr. 10 voorbij St. Mihiel (zonder c), de Sunstar is er al doorheen, dat hadden we zo afgesproken, komt er van de andere kant een huurbak aan zeg, en die gaat er in! Ja, dat kan natuurlijk ook gebeuren. We dachten dat we alleen op de wereld waren en dat is gelukkig meestal ook zo, want, godbewaarme dat het hier druk gaat worden in die sloten! Nou, achteruit maar met alledrie de schroeven en zoveel mogelijk naar de stuurboordkant van het vaarwater, naast een kanoverhuurbedrijf. Gelukkig is het hier bij St. Mihiel een stuk breder want zoals gezegd zitten we alweer een tijdje op de brede rivier die de Maas nog steeds is. Voorlopig genieten we daarvan tot we bij het stukje kanaal komen naar de volgende sluis.

14.00 uur. Het is een ramp. We zijn net door sluis nr. 9, hoe heet dat kreng ook weer? Oh ja, Koeur-la-Petite. Daarvóór was dat stukje kanaal echt een ramp, we moesten de boot er bij wijze van spreken eigenlijk overheen kunnen tillen, over die groene koek, een Fritata was het als het ware, zo’n dikke laag die wij dus ook meesleepten de sluis in. Aan de andere kant van hetzelfde laken een pak: er was geen doorkomen aan. Drie keer vooruitslaan, twee keer achteruit en dat meerdere malen achter elkaar op de honderd meter. Het is niet te doen, niet voor een schip als dat van ons. Dit is iets wat je maar één keer in je leven doet. Het kan niet goed zijn voor je as, je motor, je keerkoppeling, je schroef. Meter voor meter gaan we vooruit. Een diepgang van 1.40 m is dus al te veel. Je moet een platte bodem hebben en een schroeftunnel, in ieder geval moet de schroef hoger zitten zoals de Belg heeft. Die gaat er fluitend door- en overheen. Ingeborg zit weer op de boeg aanwijzingen te geven. We gaan met een bloedgang van 4 km per uur. Het zijn spannende tijden.

Als we bij de sluizen aankomen is toch iedere keer personeel aanwezig, ondanks dat we ze zelf in werking moeten zetten. Prima service. Ze pakken de touwtjes aan en ze rijden keurig met ons mee tot de laatste sluis van vandaag, in Commercy is dat. We begrijpen van de sluiswachter dat de Sunstar al in Commercy heeft aangelegd, dus die is al gestopt. Heel begrijpelijk vinden wij dat want deze manier van varen hou je niet vol tot zeven uur s’avonds. Dat kan trouwens ook niet omdat de sluisbediening stopt om 18.00 uur. Het is kwart voor vier en we moeten nog één sluis. Nummer 8 Han sur Meuse hebben we gehad en we verlaten net Vadonville, nr. 7. Het is afhankelijk van de hoeveelheid drab in de schroeven en de snelheid die we kunnen bereiken of we op tijd Commercy gaan halen. Je weet het hier nooit! Ik denk dat het wel lukt, we zijn tamelijk dichtbij. We varen momenteel weer in de jungle met aan weerszijden bomen, struiken, bossages etc. en de verplichte onderwaterlianen. Vlak voor de sluis van Commercy (nr. 6) passeren we onder een schilderachtige stalen spoorbrug die duidelijk niet meer in gebruik is. Hier is het kanaal echt groen van de waterplanten. Nog even doordouwen en we zijn er.

Deze foto illustreert goed hoe smal en “groen” het vaak was

Na de laatste sluis, die vóór Commercy, nr. 6 (tien over half vijf erin en tien voor vijf eruit; dat viel mee) moeten we nog een eindje door de jungle en de waterplanten. Het symbooltje op de kaart waar een aanlegmogelijkheid moest zijn zijn we allang gepasseerd, dus daar is ook hier geen sprake van. Misschien verderop, achter die bocht nog iets?? Anders moeten we in het wild parkeren en ergens de boot tegen de kant aan pleuren.

Écluse nr. 6 – Commercy, de laatste van vandaag. Schattig sluisje; dat zijn ze allemaal.

Tien voor half zeven. We liggen alweer een tijdje voor de kant in Commercy, dicht bij het centrum aan een betonnen kade bij een opslagterrein voor kunststof tanks en andere spullen. Grote loodsen zien we, hekken e.d., een beetje unheimisch, maar we liggen niet verkeerd eigenlijk. Deze kade wordt duidelijk niet meer gebruikt omdat hier geen commerciële schepen meer komen. Geweldig. Graties. Achter de Sunstar. Wij zijn de enigen. Ruimte genoeg.

Vanaf 17.05 uur liggen we hier en we hebben al een nootje en een chipje en een borreltje achter de kiezen, lekker hoor. En Mamma gaat zometeen een bananenflapje maken met bladerdeeg, een banaan en chocoladesnippers! Hoe lekker is dat?! Lul niet zo slap, Willem! Wat nou, Ing? Ik probeer een beetje het sfeertje weer te geven, begrijp dat dan! Nou, ja, meer weet ik eigenlijk niet, het is bijna half zeven, de zon schijnt nog volop en we zitten in de kuip aan ons tafeltje in het zonnetje, net nog met Linda gebeld. Die heeft de tuin gedaan en dit laten zien met fotootjes; de druivenrank is gesnoeid, de post bekeken, dus we zijn weer up to date, niets aan de hand met het huis, prima. We spreken mekaar binnenkort weer.

Zes minuten over elf. We gaan naar bed. Ik heb de hele avond na het eten een filmpje zitten monteren. Gaap. Meer niet eigenlijk. We zijn niet eens naar buiten geweest, de kant op, behalve vanmiddag dan om de touwtjes te beleggen. Nu gaan we naar bed. Het was een fijne dag.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

4 reacties op Ambly-sur Meuse – Commercy

  1. Fred Koch a/b Alcedo zegt:

    Hoi Willem en Ingeborg, wij gaan komend jaar bij Marseille naar binnen op weg naar Edam. We willen graag praten over jullie ervaring maar hebben geen mailadres of telefoonnummer. Zou mooi zijn als we jullie kunnen ontmoeten. We zijn te bereiken op 0644340466 en fredgkoch@hotmail.com. Gezellige feestdagen en een gelukkig 2023, Fred en Nelie

    Geliked door 1 persoon

  2. Met een bijna zeegaande motorboot door die nauwe ondiepe kanaaltjes varen.
    Dat heet avontuur.
    Succes
    Bert.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s