Vrijdag, 10 juli 2020

Röhrvig – Gilleleje

DagDatumWindWeer
Vrijdag10 juli 2020RustigBewolkt met zon
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.00 uur12.00 uur625 NM3741,8 uren

Zes uur. Half zes waren we wakker. Ingeborg is er weer in gegaan. Ik ben er uit gebleven, want slapen kon ik toch niet meer. Dan kon ik maar beter gaan schrijven. Het is hier in de baai bij Röhrvig werkelijk fantastisch. Totale rust, doodstil. Ik schrik van mijn GSM die tot leven komt met die rare pingel. De boot beweegt niet, alleen als je van boord naar boord loopt. De zon schijnt en het is bladstil, eigenlijk moeten we nu gaan varen, op, door en over die spiegel. Pas als je de foto’s ziet geloof je dat van die spiegel.

Het is kwart over zeven. Nog niet klaar met schrijven. De lucht begint te betrekken en de zon is weg. Alleen de windstilte is er nog. Jammer hoor, van die bewolking. Ingeborg komt naast me zitten lezen, maar barst nog van de slaap en krult zich op naast me op de bank. Ik mag geen foto van haar maken.

De voicerecorder is het ook aan het begeven, de potentiometer (hard-zacht) gaat naar de kloten, mag ook wel na 15 jaar betrekkelijk intensief gebruik. Het is een braaf instrumentje. Misschien als ik er nieuwe batterijen in doe? Dit komt ongelegen, vind ik niet fijn. Ik moet ook even zien of de batterij van de GSM wordt opgeladen momenteel, dan kan ik een netwerkje aanzetten teneinde straks het stukje op de website te zetten. Als dat ding het begeeft zijn we verstoken van contacten met de buitenwereld, dat is nog minder fijn. Ik hoop dat we het kunnen uitzingen tot we thuis zijn. Dan koop ik een nieuwe met een abonnement van Vodaphone, nadat we eerst geswitcht zullen zijn van KPN naar Ziggo/Vodaphone, want die laatsten zijn gunstiger wat betreft GB-gebruik in het buitenland. Daarvoor moet ik contact opnemen met mijn nieuwe chat-vriendin Emily van Vodaphone dan kan ik een extra, persoonlijke, korting krijgen. Vergeten zijn alle historische bezwaren en grieven die ik ook tegen dít bedrijf had, toen we in de Med rond crossten. Wat een toestanden hebben we toen meegemaakt.

Acht uur. We zijn vertrokken. Ik kon het stukje niet plaatsen omdat de batterij van de telefoon moest worden opgeladen en we moesten opeens vertrekken, bootje ophijsen, was ik vergeten, alles tegelijk, gauw gauw gauw, anker ophalen, redderen, je kent dat wel. Gisteren zagen we Mans over de ondiepten binnen komen. Die ondiepten zijn kennelijk diep genoeg  (volgens de kaart is dat ook zo met waarden van 2,5 tot 3 meter), maar wij nemen altijd, meestal, braaf de betonning voor de scheepvaart in acht. Dat is niet altijd nodig, dus steken we vandaag een flink stuk af door ons niks aan te trekken van de kardinaal waar de pont wel rekening mee moet houden. Eenmaal in de vaargeul houden we kaarsrecht aan op de kaap bij Hundested, waarvoor hetzelfde verhaal geldt (daar staan ook kardinalen en dergelijke). Scheelt toch mijltjes. We hebben voor de verandering een keertje stroom mee: 5,1 door het water en 6,1 over de grond.

Kwart voor tien. Ingeborg staat koffie te zetten in ons kombofje en ik heb net het stukje op internet gezet, tijdens het varen (Ingeborg hield toen uitkijk). Het is vreemd dat als je gaat zitten werken via je hotspotje op de telefoon, dat dan de batterijspanning van het ding achteruit loopt, terwijl ie aan de lader ligt. Dit moet ook een of andere betekenis hebben. Bovendien wordt de foon vooral aan de achterkant gloeiend heet. Weet iemand wat dat voor een verschijnsel is? Ik hoop dat ie niet ontploft. Hij trekt het niet meer, vrees ik.

Kwart voor elf. We zien steeds meer schepen. Het is hier druk voor de kust in de buurt van Gilleleje. De haven loopt daar leeg denk ik, dan kunnen wij het deels weer vol laten lopen. De zon is weg nu. 

Tien over elf. We varen vlak onder de kust in 8 meter waren. We gaan nog steeds lekker. Zittend op de stuurstoel lees ik over de slag bij Trafalgar, met Admiraal Willie Nelson, die daar de dood vond. Alleen over dat laatste lees ik, want al die manoeuvres met die schepen zijn niet te volgen. Ik moet er maar mee stoppen want het wordt al te druk nu. Ik moet goed uitkijken want al die op de motor varende zeiljachten hebben voorrang, althans dat vinden zij, krijg ik de indruk. Ik ben steeds degene die uitwijkt. Geen enkele zeilboot laat bijtijds blijken dat ie zijn koerst bijstelt, dat is op zijn minst gezegd toch wel frappant.

Twaalf uur. We liggen vast in Gilleleje. Precies vier uur gevaren. Ingeborg gaat douchen en ik ga een zelf samengestelde hotdog eten. Ingeborg laat haar besluit om te gaan douchen afhangen van het antwoord op de vraag of in deze jachthaven wel water te verkrijgen is. Ik kan haar geruststellen. We liggen drie dik, heel strategisch aan het begin van de haven, direct aan bakboord na het binnenste havenhoofd met de kop naar buiten. De Laga tegen de steiger, de HA 12 tegen de Laga en wij buitenop. Dit was de enige lege plek. Voor de rest lag de hele haven hartstikke vol, niks leegloop dus. Het was een mooie tocht langs een fraaie kust en over een rustige zee. We hebben nauwelijks hoeven stabiliseren.

Tien voor twee. Ik moet even wat zeggen, hoor. We wilden de stad in maar de regen plettert nu al een half uur lang in stromen neer waardoor we deze activiteit moesten uitstellen. Pletteren inderdaad, niet vallen. Ik was wel gedwongen het bootje dat stijf tegen de davits hing leeg te laten lopen anders knappen de hijstouwtjes of misschien wel de davits zelf. Ik was vergeten de stop eruit te halen, zie je. Daarvóór was er een andere kleine catastrofe: ik had de kookplaat anderhalf uur aan laten staan onder het pannetje waarin ik de knakworstjes heb gekookt. Ik zei tegen Ingeborg: wat ruikt het hier lekker naar gebakken spullen! Zou dat bij Agetha zijn? Nee, dat kan niet. O, wacht effe. Ja hoor, de bodem van het pannetje stond lekker op de elektrische kookplaat te caramelliseren na anderhalf uur. Godzijdank was het goed schoon te maken en ook de kookplaat mankeerde niks, alleen de accu’s hebben weer op hun sodemieter gekregen. Nou ja, die lopen toch op hun eind. Wat een narigheid. Ik ga weer lezen in Beroemde Verhalen Van De Zee.

Half vijf. De regen stopt niet, dit is niet normaal meer. We hadden moeten lopen, dorp in naar de supermarkt. Ik heb liggen lezen in Twee Jaar Voor De Mast, een verhaal uit het begin van de negentiende eeuw. Stijfjes geschreven in de trant van die tijd, maar toch heel boeiend en onderhoudend. Maar ik stop nu even want ik krijg een doorgelegen rug op die bank, pijn. Wat moeten we nu doen, Ing? Moeten we wachten tot het ophoudt met regenen? Ja, hè? Ik ga wat drinken, ik heb dorst.

Tien uur. Er is een hoop gebeurd sinds vijf uur vanmiddag. Ik ben een stukje gaan schrijven, begonnen althans. En we hebben lekker gegeten: aardappels met rundergehakt en sla en een gekookt eitje, glaasje wijn erbij, lekker hoor. Daarna zijn we met de hele club gaan wandelen. Het was toen droog en de zon scheen weer. Beetje gedrenteld door het dorp en over de haven. IJsje gegeten bij zo’n tent aan de haven, wederom een gigantische klets ijs in een kakelvers oublie-hoorntje, als toetje na het eten. Dat smaakte prima. Verder gelopen, betaald bij de havenautomaat, tweehonderd kronen, zonder elektrisch. Je moet hier de breedte van je schip intoetsen, typisch.

Daarna ben ik verder gegaan met schrijven en foto’s uitzoeken. Nu ben ik klaar, ik heb hem geplaatst en ik neem een biertje. Van dat ijs krijg je dorst. Ik krijg ook pijn onder mijn baard op mijn linkerwang, een beetje bultig wordt het en het jeukt ook, al die troep op je smoel. Ik ga hem weer afscheren denk ik. De regen is over, maar het begint wel te waaien. We horen wat gedonder boven Zweden (altijd gedonder in Zweden), het dreigt. In Gilleleje liggen heel veel schepen. Vakantietijd. Gezellig. We liggen op het verst gelegen punt van alle voorzieningen vandaan.

We hebben wat muziek gedraaid en gepuzzeld en gelezen. Ingeborg doet de overgebleven gehaktballen in de koelkast, die zijn nu wel afgekoeld. Het is elf uur. We gaan naar bed, ik val om van de slaap. Deur dicht tegen de kou en de herrie van de inmiddels volop ontketende wind. We worden tegen de HA 12 gedrukt en die drukt weer met zijn 55 ton tegen de Laga, maar die is van 6 streep staal gebouwd dus die kan het hebben.  De westenwind staat dwars op de boot. We liggen wel strategisch maar helemaal niet tactisch: zeer onrustig en hobbelig en daar moeten we nog voor betalen ook. Teringzooi.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Donderdag, 9 juli 2020

Samsø – Röhrvig

DagDatumWindWeer
Donderdag9 juli 2020Weinig wind, westMooi
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.45 uur18.15 uur604 NM3737,5 uren

Vijf voor zeven. Donderdag 9 juli 2020. We gaan naar Odden. Ze zeggen dat het niet zo hard gaat waaien vandaag. Ik hoor hem al een beetje fluiten en zingen door de tuigage van de zeiljachten om ons heen, maar daar trekken we ons niets van aan. We hebben “voor de wind” naar Odden, Sjaelland’s Odden. Sjaelland is Deens voor Zeeland, het grote eiland waarop ook Kopenhagen ligt. Odden ligt helemaal in het noordwesten van Sjaelland. Tijdens het tandenpoetsen herinnerde ik me opeens dat ik vannacht in mijn droom een nieuwe manier van tandenpoetsen had uitgevonden: ik smeerde eerst met mijn wijsvinger een klodder tandpasta op mijn tanden en ging dan pas met de borstel eroverheen. Waar dat op sloeg, weet ik niet. People’s minds work in mysterious ways. Eerst even wandelen, ik ga niet meteen schrijven, de zon schijnt. Maar eerst naar Windfinder kijken. Ik haal de telefoon van de lader af en doe hem aan. Pof, hij springt van 100% naar 0%. Da’s nieuw. Wat nu weer. Zwart scherm. Het lijkt wel de formule I, maar dan achterstevoren: van 100 naar 0 in 1 seconde. Ik ben een tijdje aan het prutsen om hem toch weer aan het laden te krijgen. Heel voorzichtig op knopjes en schermen toetsend. Ik hoop dat ie het weer doet als we van de wandeling terugkomen.

Half acht. Stukje wandelen. We staan voor het kleine kerkje, een eindje verderop op een heuveltje langs de weg naar Langør. Dat is me toch een knus wit kerkje. We kunnen er niet in, de deur is jammer genoeg op slot. Er is een klein begraafplaatsje naast, dat omzoomd wordt door een heg met daarachter graanvelden. Heel schilderachtig en geen fototoestel mee, hè? We gaan onverrichterzake dus terug en ook de aardbeien ontbreken in het verkoopkastje langs de weg, dat is jammer, geen aardbeitjes op brood vanmorgen. We lopen terug naar Langør. Het is heel stil, je hoort alleen de vogeltjes.

Kwart voor negen. De telefoon was weer opgeladen. Contact gehad met Willem over de marifoon. Nog niks gehoord van Mans, die is natuurlijk al bezig zijn ankers aan boord te hijsen. Wat ons betreft kunnen we. Ik heb gecomputerd, reisverslag van Nelie en Fred gelezen, boeken van Lucien vanaf de hotmail gedownload. De zon schijnt fel. We gaan maar.

De Laga en de Wing V liggen om negen uur te draaien rond de HA 12, terwijl de kettingschalmen traag, doch vastberaden tikkend uit het heldere water van de baai van Langør naar boven komen en over de grote kettingschijf in het gat van de kettingberging verdwijnen. We dobberen hier heerlijk in het zonnetje, uitlaatgassen opsnuivend.

We zijn het eilandje Kyholm gepasseerd. Daar zitten een heleboel aalscholvers op rotspuntjes die net boven water uitsteken. Ik dacht eerst dat het zeehonden waren. We komen langzamerhand meer op open water uit de lij van Samsø. Dat merk je ook aan het water, dat begint steeds meer te wobbelen. Het weer laat ons niet in de steek. In de verte wolken, maar boven ons is het perfect blauw.

Dag, Langør, dag Samsø

Half elf. Havenmeester Richard van onze WSV De Zeevang belde ons en vroeg wanneer wij bij benadering dachten terug te zijn in Edam, dit in verband met de terugkeer vandaag van Peter en Jacqueline na hun heroïsche oceaan-zeiltocht van de afgelopen 40 dagen. Dan kunnen zij zolang in onze box liggen, zie je. Het zou ons een eer zijn. Helaas kunnen wij ze zelf niet verwelkomen, voor hen een geluk anders konden ze niet in onze box.

Vijf over elf. Update. We zijn goed onderweg naar Sjaellands Rev, naar de doorgang over dat rif, bij de boei Snekkelø, een soort trechter voor plezierjachten die van twee kanten komen. Je kan ook om het “Rev” heen varen maar dat is erg ver “om”. We hebben weer een klein dramaatje achter de rug in het kader van het thema “wat ging er vandaag stuk”. Toen we een uurtje op weg waren werd het slingeren te erg en ik wilde “stabiliseren”. De stabilisatoren zwaaiden uit en deden vervolgens niks. De rotoren draaiden niet, stonden stil. Heel kort op het scherm de mededeling in het rood dat een “actuator” niet werkte. We bleven slingeren. Potjandorie! Wat is er aan het handje? Dat vonden wij niet fijn. Enig hulpeloos gepruts op het schermpje bood geen soelaas. Ik kon wel de stabilisatoren in de parkeerstand zetten. Dat deed ik een paar keer. Zonder resultaat. Dan maar bellen met Rens van DMS. Ik kreeg zijn voicemail en sprak die in, met het verzoek terug te bellen. Dat moet nog steeds gebeuren. Daarna ging ik kijken in de summiere gebruiksaanwijzing die ik op de computer heb staan en verdomd, daar stond dat ik bij weinig of geen stabiliserende werking de spanning op het systeem geheel moest wegnemen, 10 seconden wachten en dan de spanning er weer op. Zo gezegd, zo gedaan en verdulleme, ze draaiden weer! Stekker eruit, stekker erin, zou Mans zeggen. Gematigd blij zijn wij, want we hebben nu toch wel iets teveel storingen gehad om daar genoegen mee te nemen. Het touchscreen is ook niet zo stabiel, dingetjes flitsen, streepjes zijn niet recht, voelt niet goed. We zullen een keertje naar DMS terug moeten of zij moeten bij ons langskomen om de installatie te onderzoeken, door te meten en te zorgen dat de storingen, of straks misschien zelfs uitval, uitblijven.

We varen op de Samsø Belt. Het is tien voor twaalf en we zijn flink op weg. Nog ruim 7,5 mijl tot de groene boei Snekkelø op het Sjaellands Rev. Daar voorbij kunnen we stuurboord uit naar Odden, een vissershaventje van oorsprong dat nu voornamelijk plezierjachten herbergt. Aan het aantal droppies op de AIS te zien is het er tamelijk druk.

Vijf voor half één. Ingeborg neemt de wacht over want ik ga worstenbroodjes maken met ui, mayonaise, knakworst, ketchup en een Deens broodje natuurlijk. Ik moet dan eerst de boot stabiliseren want anders flikker ik met mijn harses op de kookplaten. Kijk ze gaan, die stabs. Ze stabiliseren. De snelheid loopt meteen met 0,5 knoop terug. Als we straks weer in onze stoelen zitten zet ik ze wel weer in de parkeerstand. Ik doe honderd toeren erbij als compensatie voor het snelheidsverlies.

Een uur. Heerlijk die worstenbroodjes. Morgen weer. Uitjes snijden, in de magnetron broodjes afbakken, op de kookplaat worstjes verwarmen. Ach wat heerlijk als alles werkt.

Half twee. We zitten nu in het gaatje tussen de groene en rode boei op het Sjaellands Rev. We laten de rode boei aan bakboord liggen en draaien vroegtijdig af naar Odden, om maar zo snel mogelijk onder de lij van die lange dunne sliert land in het noordwesten van Sjaelland te komen. De punt van de sliert heet Gniben. Ik parkeer de stabs om snelheid te winnen. Een beetje slingeren kunnen we wel aan. Achter ons heeft Mans inmiddels zijn zeilen gehesen.

We koersen pal op Odden aan, daar waar op de kust wat bebouwing is, dat moet Odden zijn. De kust is best fraai, mooi groen, bomen en dergelijke. Nog 3,5 mijl. Half drie liggen we daar. Moet lukken.

Half drie geweest. We zijn in Odden. De haven ingevaren en die is zoals al gedacht helemaal vol. Voor ons geen ligplaats zo te zien, of we moeten dubbel gaan liggen langs de pier tegen een zeiljacht aan. Dat zullen we ze niet aandoen. We volgen Mans zijn voorbeeld en gaan voor anker even buiten de haven. Maar nog tijdens het ankeren merk ik en zie ik dat dat hem niet gaat worden. De deining van het overigens zeer vlakke water is te hevig om hier een oog dicht te doen vannacht. We liggen op zee en dat water blijft voorlopig wel bewegen.

Tien over drie. Van anker af. Weg wezen. Mans blijft liggen en gaat met Agetha de wal op om het stadje te bekijken en de benen te strekken. Scotty moet ook beweging hebben en wil ook wel eens andere territoria afbakenen. 

We varen door naar Röhrvig, dat is een baaitje aan de monding van de Isefjord, zo’n 18 mijl verderop, ruim drie uur varen. Daar kun je beschut ankeren in ondiep water.

Vier uur. Willem en ik overleggen over de koerslijn. We kunnen veilig de noordkardinaal nemen, maar een stuk zuidelijker staat boven een ondieper deel een zuidkardinaal. Dat is een veel kortere route naar de ingang van de Isefjord. De waterdiepte is daar tussen de 2,9 en de 4 meter. Dat moet dus kunnen.

Tien over vijf. Wat gaan we lekker in Denemarken, hè. Dat wou ik maar even gezegd hebben. Prachtig weer, goede temperatuur, geen wind, wat wil je nog meer? Ik denk niet dat Mans en Agetha nog onze kant op kunnen komen voor donker of ze zouden nu moeten vertrekken. Het is nog een behoorlijk eind varen. We gaan het zien.

Kwart voor zes. We slaan onder de zuidkardinale ton door rechtsaf langs kaap Korshage, dat is hier ook slechts een zandige punt die zee in steekt op een tamelijk beboste kust erachter. Het is hier 4,4 meter diep. Genoeg dus. Aan de overkant ligt Hundested. De veerponten steken hier met de regelmaat van een klok de monding van de fjord over, tussen Hundested en Röhrvig.

Kaap Korshage

Vijf over zes. We draaien de baai van Röhrvig in. Er liggen al aardig wat scheepjes ten anker. Zeker een stuk of tien. Er is ruimte voor nog eens 100 schepen dus dat moet kunnen. Ik laat een eind achter de Laga de spijker vallen.

Half zeven. We liggen. Er komen een paar boten bij. Het is duidelijk vakantie in Denemarken. Een leuk watertje hier, rustig, geen last van deining, de veerpont is ver weg, die veroorzaakt geen last.

Half tien. Ik neem een glaasje whisky. Dat is lang geleden. Vlak is het water, heel glad, als een spiegel. Het beweegt bijna niet. Geen rimpeltje. Linda belde net, precies op het moment dat de HA 12 over de ondiepten, aan de verkeerde kant van de kardinaal, de baai binnendraaide. Dat was ook even gezellig.

Elf uur. We gaan naar bed.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Woensdag, 8 juli 2020

Langør (Samsø) 7

Woensdag, 8 juli, 07.00 uur. Stralend mooi weer. De zon schijnt, het waait stevig. Die kwalificatie had ik geloof ik nog niet gebruikt. Ik ga even foto’s maken van deze nederzetting, van Langør, van de haven, van onze boot en van de HA 12 die nog moederziel alleen voor anker ligt. Een nieuwe dag is begonnen, eens zien wat er vandaag allemaal stuk gaat. Benieuwd.

Het is nu tien over negen. De fotosessie van vanmorgen vind ik wel geslaagd. Er zitten best aardige tussen. Mans en Agetha lagen in de verte nog vredig te schommelen achter hun ankers. De ochtendzon hielp ook erg mee, met het licht en zo. Heb je gezien hoe breed die steigers hier zijn? Langør en omgeving zijn echt mooi, niet zo gek dat het een komen en gaan van boten is. Toen ik terug kwam stond Ingeborg klaar voor de ochtendwandeling. Tien voor acht gingen we op pad. We zijn een eindje de weg afgelopen het dorp, de nederzetting uit (het is echt niet veel, kwantitatief gezien, een twintigtal voornamelijk vakantiehuizen) en rechts uit de flank het mooie natuurgebiedje in gegaan rond de ankerbaai waar de HA 12 ligt. We zijn helemaal tot aan de landtong gelopen waar die kinderen laatst gingen zwemmen. Ik heb van alle kanten foto’s gemaakt van de HA 12. Het was best nog een eind sjokken over het smalle strandje. Het gebied lijkt een beetje op De Slufter op Texel, hier en daar groeit zeekraal, maar niet genoeg om te oogsten. Prachtig landschap, dat hier en daar af en toe waarschijnlijk wel onder water komt te staan.

Ingeborg heeft nu een ontbijtje gemaakt met ontbijtkoek, thee en een sinaasappel. De yoghurt is op, zie je. Die gaan we vanmiddag halen per fiets in de supermarkt in Marup. We zijn gezond bezig, kan je wel zeggen en als jij het niet zegt, zeg ik het wel.

Kwart voor twaalf. De ochtend kabbelt voort. Bootjes vertrekken, bootjes komen aan, een paar motorboten kwamen, zeilboten gaan. Ik zit te lezen op het achterbalkon. Ingeborg zit binnen te puzzelen terwijl de koelkast aan het ontdooien is. Het weer wordt iets minder. Een drupje regen. Er staat nog een gure wind. Uit medeleven heb ik met Mans gebeld hoe het met ze gaat op de ankerplaats. Het gaat uitstekend met ze. Ze gingen afgelopen nacht pas om één uur naar bed, na een sloot afleveringen van Black Sails op Netflix. Ik moet toch eens weten hoe ze dat doen met hun abonnement. Wij gaan in ieder geval weg bij KPN want die zijn te duur.

13.00 uur. We zitten te eten. Koelkast is bijna ontdooid. Daar is het wachten op, tot zolang kunnen we niet fietsen.

Tien voor half twee. We gaan fietsen. Boodschappen doen. Ingeborg is de koelkast aan het inruimen.

Half twee. Jagen en jachten geblazen. Joke en Willem gaan ook mee naar de supermarkt. Die staan al klaar op de kade aan de overkant. Fietsen uit het luik, op de steiger tillen, dat gaat prima via het zwemplatform. In een mum van tijd zijn we op weg. Dankzij de elektrieke eigenschappen gaat het fietsen moeiteloos. Dat mag ook wel want het is zeker een kilometer of twintig met allerlei omwegen. Voor we naar de supermarkt gaan slaan we af naar Marup Havn aan de westkant van het eiland. Heel schilderachtig, maar klein en meestal aan de lagerwal zijde met die westenwinden, zoals nu ook het geval is. De boodschappen zijn daarna snel gedaan, kipjes gekocht, twee emmers yoghurt en sinaasappels. We nemen nog een kijkje via een zijweggetje op een bungalowpark-achtig terrein. Heel fraai en vrij vormgegeven, veel bossen en zo. Met de wind in de rug vliegen we terug naar Langør. Mans en Agetha zijn ergens aan de wal want hun bootje ligt in de haven. Wij gaan naar de boot, hapjes en drankjes klaarzetten die bij ons genuttigd gaan worden. Joke en Willem zullen Mans en Agetha verwittigen.

Vier uur. We snijden worst, vullen bakjes met nootjes en sjips, smeren toastjes met Philadelphia en zetten flessen klaar, hoeven we straks niet te zoeken. De banken worden bekleed met kussens; laat de gasten maar komen. Ondertussen is het om ons heen erg druk geworden. Alle ligplaatsen zijn bezet met zeiljachten die bijna allemaal kleine kinderen aan boord hebben. Een gekakel van jewelste. Heel gezellig.

Zeven uur. Het feest is afgelopen. Borreluur is over. We hebben weer vreselijk gelachen. We gaan opruimen. Fietsen erin. Bootje ophijsen. Flessen weggooien. Morgen naar Odden, op Sjaelland, bij goede weersomstandigheden, dat is nu het definitieve plan. Mans en Agetha tuffen in hun Aluboot terug naar de HA 12. Ik heb vandaag nog steeds niets geschreven. Dat wordt een ramp.

Zo, vullis weggebracht. Ingeborg maakt soep. Ik ga nu eindelijk schrijven. Het is half acht.

Half elf. Ik zit nog te schrijven aan zondag 5 juli, een taai ongerief, heel moeizaam. Ingeborg vult de watertank. We zijn klaar voor vertrek. Ik moet en zal dat stukkie afkrijgen, verdomme.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Dinsdag, 7 juli 2020

Langør (Samsø) 6

Het is klokke 07.00 uur. De zon schijnt, de wind is afgenomen (weer geen last gehad vannacht) enne het is een prachtige dag, deze dinsdag 7 juli. Ik heb er weer zin an. Ik denk dat ik maar even op mijn balkonnetje in het zonnetje ga zitten. Schreef ik dat gister ook al? Het wordt tijd dat we vertrekken. Ik heb me vanmorgen eens lekker gewassen met een waslappie en zeep. Heerlijk fris. Nu stink ik niet meer zo. Scheren doe ik me ook niet meer. Dat gezeur over jeuk moet maar eens over zijn. Ik heb trouwens geen aftershave bij me. Ingeborg komt er nu uit, gaat ook onder de douche. De voltmeter staat op 25,5 en er komen al wat ampèr-tjes binnen, met die nog laag staande zon zo’n 2,2 amps. Dat is helemaal niet verkeerd. De ver binding met het internet is momenteel weer slecht. Afijn, een nieuwe dag, voor anker in de baai van Langør op Samsø.

Kwart voor tien. Groot nieuws, belangrijke beslissingen, kijk nu gaat het tenminste ergens over. Want wat is namelijk het geval? Wij zijn verkast naar de haven! Ja, echt wel. Ik zag de solozeiler die asociaal lag afgemeerd aan de steiger in de haven en daardoor twee plaatsen bezet hield vanmorgen langskomen, naar buiten toe, en Willem belde ook al hierover. Dus zijn we aan het overwegen geslagen en hebben besloten dientengevolge ook maar een dagje in de haven te gaan liggen. Dan kun je wat makkelijker de benen strekken en misschien een boodschapje doen, verse eieren en sinaasappelen kopen bijvoorbeeld, dat zijn de eerste levensbehoeften, nietwaar. Met Mans en Agetha overlegd. Die hadden niet zo’n trek om de haven in te gaan en bleven lekker op hun anker liggen, maar misschien bedenken ze zich nog zei Agetha. Willem ving ons op en hielp met aanleggen. Daar liggen we dan, in de jachthaven van Langør. Wat een avonturen beleven wij.

Ik wou net weer beginnen met schrijven toen Willem belde. Joke had nog kwarktaart over en of we over wilden komen om koffie te drinken en kwarktaart te eten. Dat wilden wij wel. Ingeborg was trouwens al hun kant op gegaan om vuilnis in de container te deponeren, dus ik er achteraan. Erg  leuk allemaal.

Half twaalf. Terug van koffiedrinken bij Joke en Willem. Dat was gezellig, een bakkie doen met kwarktaart, gaat er altijd in. We hebben het onder andere over accu’s gehad, dat onderwerp houdt ons een groot gedeelte van ons leven bezig en nog wat aanvullende dingetjes zoals smartphones, wat trouwens ook met batterijen te maken heeft. Die van ons is definitief een stervensproces ingegaan. Wat waait het toch steeds hard, hè Ing. We liggen aan een steiger maar bewegen toch nog. Dat moet niet. Het is een leuk, knus haventje.

We gaan straks betalen in een hokje naast het havenkantoor, waar een automaat hangt. We nemen alvast een kaart van Denemarken van de stapel mee. Daarop kunnen we mooi de route die we varen met een ballpoint intekenen. Er is geen havenmeester te bekennen. Ik ga maar weer eens verder met schrijven want ik schiet geen moer op. Ik schrijf over 4 juli en het is nu al 7 juli. Hallo!

Kwart voor twaalf. Ik wil steeds gaan schrijven maar nu moet ik Ingeborg weer helpen met de wasmachine.

Niet veel later: we zijn nu een beetje verdrietig. De generator levert kennelijk geen stroom meer want de wasmachine doet het niet. Toen keken we of de kookplaten het deden, terwijl de generator draaide, en die doen het ook niet meer, na een korte opleving. Wasmachine en kookplaten dood. Willem komt vanmiddag kijken, na de lunch. Ik ga kijken of we het waswater kunnen wegpompen. Lukt niet. Ik denk dat het weer aan de Ultra Combi ligt. Laat maar zitten.

Tien voor drie. Willem heeft ons weer uit de brand geholpen. De aansluitingen zitten nu zodanig op de Ultra Combi dat de generator de kookplaten en de wasmachine rechtstreeks van sap voorziet. Dat is ook weer opgelost. Ondertussen ontdekten we dat de pomp van de vuilwatertank lekte, niet veel maar toch. Deze was al die tijd al de oorzaak van het water in de bilge. Dus géén condens, maar strontwater. Dat is een hele opluchting ook al stinkt het. We hebben een bak met een beetje, naar kokos stinkend, afwasmiddel onder de elektromotor van de pomp gezet, die lekt op een pakking waar ie op het pomphuis is aangesloten. Dat gaan we nu niet repareren, dat komt thuis wel. Afijn, als we zouden willen zouden we onze kleren weer kunnen wassen. Ingeborg doet de natte restanten van de was met de hand. Voorlopig geen zin om de wasmachine te gebruiken, ook al moet dat wel, zegt Willem, omdat anders de stankafsluiter waar we niet bij kunnen, droog komt te staan en dan krijg je weer stank. 

17.13 uur. Ingeborg praat met Miriam en Paul over de Facetime. Ga jij maar even betalen zegt ze. Ik ga even betalen in het betaalautomatenhok. Ik ben klaar met m’n verhaaltje. Het staat erop. Ik ga betalen.

Ik heb betaald, 230 kronen was het. Ik moet een sticker op de railing plakken, dan kunnen ze zien dat ik betaald heb. Het waait nog steeds maar het water is minder onrustig. Dat komt door een lager waterpeil, zeker 80 centimeter gezakt. Je hebt hier dus ook duidelijk, mede onder invloed van wind en stroming een soort van eb en vloed, je weet alleen nooit wat en wanneer en hoe lang.

Tien voor elf. Ik heb er helemaal geen zin meer in maar ik spreek toch maar in anders krijg ik er later weer spijt van. Na zo’n dag als vandaag overheerst het chagrijn, ach laat ook maar zitten (ik zei wat anders, kan ik hier niet herhalen).

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Maandag, 6 juli 2020

Langør (Samsø) 5

Nu is het maandag, 6 juli, ha! Ja, de zon is al op. Het is vijf voor zeven. Lekker geslapen enne, het waait weer of nog steeds eigenlijk. We hebben daarvan geen last gehad in bed vannacht. Nu is de wind iets gedraaid. We liggen weer in het verlengde van de Laga en wijzen met de neus haar het haventje in plaats van naar de huisjes op de kant en dan ga je weer liggen hobbelen, maar gelukkig valt het tot nu nog mee. Er staat een dikke 5 Beaufort. Kopjes op de golven maar toch ook een prachtige blauwe lucht. Ik denk dat de ampères naar binnen vliegen vandaag, de accu’s in. Straks moet ik de vloer nog dweilen. Ik ga wat dagelijkse routines uitvoeren, zoals de beide balkondeuren openzetten zodat er wat frisse lucht in het apenhuis kan. De telefoon opstarten. Alles aan de lader leggen. De accu’s kunnen het hebben. Die worden nu in bulk geladen door de zonnepanelen, maar op dit vroege uur met niet meer dan 5,5 amp. De spanning is 25,4 volt, niet gek. De batterij van de telefoon is wel leeggelopen vannacht. Dat ding loopt op zijn eind. Nu de deuren openstaan merk je wel dat het flink poeiert. Een hoop wind staat er. Het hengeltje van Mans, dat ie vannacht heeft laten staan, staat krom en scheef met de lijn achter onze rubberboot. Er hangt een grote dot zeewier aan, niet te vreten. Ik haal het eraf en hang het snoer op een klamp van de HA 12. Wat een avonturen. O, voel dat zonnetje eens. Heerlijk. Hij komt op in het oosten en wij liggen toevallig met onze kont naar het oosten, lekker hoor.

Tien over acht. We zitten al bijna een uur heerlijk op ons balkonnetje in het zonnetje. Muziekje van Spotify erbij want we kunnen nu onbeperkt “streamen”. Wat een genot. Ik ben alvast begonnen in een nieuw boek dat ik van Mans te leen heb gekregen, Beroemde Verhalen Van de zee.

Tien over half negen. We drinken een kopje koffie op het salondek. Nog steeds een muziekje er bij. Nog steeds lezen. De dag is voor ons gevoel al half om. Ik ga wat anders doen. Ik ga kijken of ik mijn LG Music Flow box aan de praat kan krijgen, met behulp van de computer, software downloaden en dergelijke.

Half een. Na een rijk gevulde ochtend met veel activiteiten, waarvan sommige met resultaat en andere tevergeefs (de LG Music Flow box bijvoorbeeld), eten we nu een Hiawatha broodje met pindakaas, kaas en een tomaat-ei prutje waar ik dol op ben. De zon schijnt uitbundig momenteel. Er zijn wel wolken aan de lucht, maar er is voorlopig geen regendreiging. De accu’s worden lekker volgepompt. We hebben net gewerkt met de waterkoker en de magnetron en dat ging wonderwel goed. Die Hiawatha broodjes gingen in de magnetron en de eitjes werden gekookt in de waterkoker. Dat ging prima. De Ultra Combi deed het goed. Momenteel gaat er 26 ampère in vanuit de zonnepanelen.

Tien over een. Klaar met eten, het was erg lekker.

Half vier. Mans is daarstraks op visite geweest. Hij heeft voor ons een oogsplits gemaakt in een landvast, dat duurde drie minuten. Ik kan het ook, maar ben dan een middag bezig. We hebben het ook gehad over tweedehands ankers, over koken op gas, enz. Heel informatief allemaal. We gaan nu een borreltje drinken. Oh nee, Mans staat te wenken, we gaan op de HA 12 een borreltje drinken. Ing? Waar zit je? Ik kijken op de plee. Zou ze weer flauw gevallen wezen? Neen, daar is ze niet. Ik krijg het Spaans benauwd. Ik gooi de deur van het slaaphok open. Ing!? Neen, daar is ze ook niet. Zou ze overboord gelazerd zijn? Tering. Waar is ze nou. Ik stap weer in de salon en kijk nog eens goed naar de buurboot. Zit ze daar al hoog en droog op de bank te grijnzen. Pfff. Echt, ik was ‘r echt even kwijt.

Tien voor twaalf. Het is bijna donker. De maan komt op in het zuiden en we komen net terug van de borrel bij Mans en Agetha. Die duurde nogal even. Het begon met koffie, wijn, biertjes, Spaanse worst, soep en noem maar op. Het was heel gezellig. We hebben heel wat onderwerpen aan de orde gehad. Ik hoop dat ik de educatieve elementen in mezelf geïntegreerd heb. Ik vergat nog te vertellen dat Willem en Joke met de Laga vanmorgen zijn verkast naar een andere plek, dichter onder de kant maar dat beviel toch ook niet. Ze zijn toen maar de haven in gegaan om eens van een lekkere nachtrust te genieten. Wij gaan nu ook naar bed. Weinig concreets gedaan vandaag maar hij is omgevlogen deze dag. Heel gezellig. Vandaag geen foto’s, die heb ik gisteren al geplaatst.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zondag, 5 juli 2020

Langør (Samsø) 4

Vijf voor half zeven. Hatsjoe. Ik moet steeds niezen s’morgens; die verdomde allergie voor de ochtendlucht. Dat moet het zijn. Na twee keer niezen loop ik een uur rond met een kopstem en waterige oogjes; iedereen denkt dan dat ik Corona heb. Irritant. Prima geslapen. Tot half zes zelfs deze keer. Plasje gedaan vanaf het zwemplatform maar daarna kon ik de slaap niet meer vatten. Het is guur weer. Vest aan, vest uit. Het heeft niet gestormd vannacht, maar het waait nu toch al pittig. Dat zal nog wel wat toenemen. De Laga ligt nog steeds rustig op zijn ankertjes. Wij ook op Mans zijn anker en zijn tweede anker dat ie meteen heeft uitgebracht gisteren. Dat helpt echt. Wat was er nog meer, o ja, ik heb de wasbak in de toiletruimte schoongemaakt met een spons. Dat staat wat netter. De accu geeft nog steeds op 25,5 V. Dat is prima. Gisteravond hebben we de generator meer dan een uur aan gehad omdat de spanning beneden de 23 Volt zakte.

Vijf voor negen. De wind is inderdaad substantieel toegenomen, ik zie af en toe 25 knopen op de teller, volgens mij moet het meer zijn. Ik zal de windmeter nog eens kalibreren. Ingeborg ligt nog in bed. Ze zal er zo wel uit komen. Dat zal leuk worden als we straks met z’n vieren in ons bootje moeten overwippen naar de Laga voor koffie en taart, maar dat hebben we er wel voor over want Joke d’r taart is wijd en zijd vermaard!

We kleden ons voor de ruige tocht over de “Dicke Wellen” naar de Laga. Willem vraagt nog over de foon of we het wel zien zitten. Tuurlijk, ik heb niet voor niets mijn bootje leeg gehoost en met een lap droog gemaakt. Heel voorzichtig gaan we het doen, die tocht. Willem trekt zijn bijboot even opzij met de hydraulische kraan, anders kunnen we niet aan dek komen. Mans en Agetha stappen over bij ons en in onze rubberboot. Omdat we de wind mee hebben valt de “zoutwaterschade” mee. Daar gaan we. Lache man. Alles gaat goed. In de knusse kajuit van de Laga worden wij hartelijk ontvangen voor de zondagse koffie met kwarktaart, met daarop een toefje slagroom. Het kan niet op bij Joke.

Tien over half drie. Om twee uur waren we terug van de koffietafel van Joke. Het was heel gezellig. Zo gezellig dat we vanzelf bleven voor een biertje (het was toen al na enen, hoor) en een hapje. Mans was druk in gesprek met Ingeborg over medische zaken. Ik geloof dat het ging over pijn en kramp in je hand en/of in je pols en Mans stelde vast dat dan wel eens sprake kon zijn van het Kanaaltunnel syndroom. Ik hou daarvan als mensen hun eigen taal maken. Ik doe dat zelf ook erg graag. We lagen dubbel. Volgens mij deed ie het expres. Rond lunchtijd verraste Joke ons ook nog met een bak “krentjebrij”, oftewel watergruwel, wat ons moeder ons vroeger ook wel eens voorzette. Zoals Joke het maakt smaakt het nog net zo als vroeger. Ik dee natuurlijk net alsof ik het smerig vond, om Joke te pesten, ’t is en ’t blijft toch je zuster nietwaar? Daarna een borreltje en een happie, toastje met makreel en een toastje met een kaasachtig iets. We hadden het ook nog over Willem zijn buitenboordmotor die geen waterkoeling meer heeft. Ik zie dat ie hem nu inmiddels op zijn achterdek heeft gehesen om te onderzoeken wat er aan de hand is. Het hele staartstuk moet er vanaf en dat is een hele operatie. Willem heeft op Joetoeb gezien hoe dat moet. Hoera voor Joetoeb. Met Mans hebben we het gehad over iphones. Het is moeilijk een keus te maken. Het is een kwestie van geld en wat wil je precies. We laten het bezinken, maar dat we wat “moeten” is duidelijk. Het ding dat we nu hebben moet bijna constant aan de lader liggen. Ondertussen liggen we lekker in de storm, want het is toch wel puur wind, zeven beaufort, soms zelfs acht. De snubber die ik tussen de HA 12 en ons heb gezet piept af en toe. Ik heb geprobeerd hem te smeren met WD 40 maar met die wind kon je dat wel vergeten. Inmiddels zijn we eraan gewend, het hoort erbij, bij de geluiden van de wind en het klotsen van de golven tussen de beide schepen. Wat een golven. Ik zou dat eigenlijk moeten filmen. Dat ga ik doen. Ik heb het gefilmd maar krijg het niet op de website. Shit happens. Misschien later. Mans en Agetha hijsen hun auluminium bijboot van het dak van de kajuit want ze gaan fietsen. De honden gaan mee. Wat een weer, wat een wind. Ze gaan evengoed. Dat heb ik ook gefilmd, krijg ik ook niet op het net, godver.

Vier uur. Ik heb een tijdje zitten lezen in mijn boek, De Geheime Kamer van Patrick Woodhead. Daarvóór een poosje over het water staan staren, moet ook gebeuren. Onze balkondeuren staan allebei open. We hebben mooi uitzicht op het “strand” dat onze baai omzoomt (een randje zand van 50 centimeter tot anderhalve meter, afhankelijk van de waterstand). Af en toe trekken wandelaars voorbij. Het waait windkracht 7 momenteel, minstens. Nu Mans en Agetha naar de kant zijn moeten wij op de boten letten, dat de boel niet aan de haal gaat. Als dat gebeurt, zegt Mans, moet je gewoon de sleutel omdraaien, die stang (om de motor in zijn werk te zetten) een gooi geven en de boot in de wind houden. Hopen maar dat dat niet nodig is want dat wordt lachen (of huilen natuurlijk).

Een minuut voor negen s’avonds. Met veel moeite heb ik er weer een stukje uit weten te persen. Een stukje over 3 juli. Toen lagen we hier de hele dag voor anker, de dag na aankomst en nu liggen we hier nog, 5 juli 2020. Het filmpje kostte heel veel tijd, anderhalf uur. Frustrerend. Niet alleen de stront waait van de dijken, maar ook de schapen en de koeien, zo hard waait het. Ingeborg wil dat ik de buitenboel doe. Wat dan? Nou, dat stoeltje daar moet de zitting van naar binnen anders wordt ie vochtig en de rubberboot moet op slot gelegd worden, beluchting van de benzinetank dichtgedraaid, lapjes om de bilge te drogen verhangen en mijn jas moet naar binnen en het hoesje moet over de stuurstand en de deur in de spiegel moet dicht. Ok, ik snap het, ik ga de buitenboel doen, maar eerst pissen.

Vijf voor tien. De huiselijke karweitjes zijn afgerond, de buitenboel is gedaan. De bilge heb ik weer afgedroogd. Het stinkt daar. Nu is het een prachtige avond geworden met mooi zonlicht. Het waait nog wel heel hard, maar er is wel veel blauw in het zwerk te zien, tussen de wolken. Ik hoop dat het morgen ook zo is, misschien dat we dan toch nog even naar de kant kunnen, fietsen, op het strandje banjeren en dergelijke. Nu gaan we gewoon computeren. Het stukje staat er op en verder weet ik het niet. We gaan BGT of AGT kijken. Dat wordt janken weer. Sentimenteel ben ik.

Tien voor elf. We hebben lekker zitten bellen met Linda. Heel gezellig. Verders uitgebreid ge-appt met Lucien die dit weekend in Friesland een kajuitboot gehuurd heeft en daarover hilarische stukjes heeft geschreven, zeer onderhoudend en amusant. Jammer dat ze slecht weer hadden. Aan de andere kant ook weer een geluk want het was niet zo druk; da’s beter om het manoeuvreren te leren. Tering, weer een gedicht! Het is nog steeds niet helemaal donker, hier bij ons. Wolken, blauw tussen de wolken en in het westen is het wat lichter, logischerwijze. Het heeft wel wat. Het water is nu een stuk rustiger. Komt ook omdat de wind is gedraaid naar het noordwesten, waardoor de strijklengte vanaf het land korter wordt. We liggen nu dichter bij land met de boeg. Als de wind vannacht weer draait naar het westen of zuidwesten dan vind ik dat niet fijn (vroeger schreef ik dan dat ik dat kut vond, maar dat doe ik niet meer). Er gebeurt dan evengoed niks hoor, want we liggen perfect op Mans zijn giga-ankers. Ik hoop dat ie ze d’r straks nog uit krijgt, want ze zullen wel lekker diep in de bodem zitten. Helemaal goed dus. Nou, we gaan AGT op zetten en daarna naar bed.

Dat hebben we dus gedaan, lekker zwijmelen bij die tranentrekkende zangshows waar jonge talenten, soms ouwe, al dan niet met beperkingen van uiteenlopende aard, de sterren van de hemel kwelen en staande ovaties krijgen. Vooral als een van de juryleden op de “Golden Buzzer” slaat, kan je me wegdragen! Dan hou ik het niet droog. Ingeborg ergert zich kapot daaraan. Dat was het weer voor vandaag. Het is nu kwart voor een. Eerst even op het platform achter onze behoeftes doen en dan naar bed. Oh, oh, die maan! Ga er maar aan staan!

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zaterdag, 4 juli 2020

Langør (Samsø) 3

Het is 4 juli nu, tien over half tien. Ik kwam pas om tien voor half tien mijn bed uit en ik heb behoorlijk vast geslapen. Ingeborg heeft me wakker gemaakt, ze dacht dat ik dood was, echt. Dat kan natuurlijk altijd gebeuren hè, op onze leeftijd. Op elke leeftijd trouwens. Ik heb een tijdje naar de wind staan kijken. Het waait als de pieten, allemaal golfjes. We liggen lekker te wobbelen naast de Laga. Het is wel uit te houden. Ik heb geprobeerd te internetten, dat hebben we sinds gisteren niet. Ik ga aan Willem vragen of hij er ook last van heeft.

We liggen verwaaid en we gaan ons dan vervelen zou je denken. Nou voorlopig was daar deze ochtend geen sprake van, want we moesten verkassen. Willem is van paal af en op anker gegaan omdat ze vannacht toch wel een beetje in bed hebben liggen stuiteren op die paal en derhalve weinig slaap meekregen. Joke is gebroke. Dat was niet zo fijn. Dus wij hebben losgegooid en afgemeerd aan de HA 12. Mans stond al te wenken: kom maar hier! Wij hoppen als een Remora, zo’n zuigvis, van de ene gastheer naar de andere en liften mee. Remora’s eten de parasieten van hun gastheer, maar in die van Mans heb ik geen trek; het blijft bij plakken. De Laga is iets opgeschoven en ligt nu ook op het anker. Willem heeft een tweede anker uitgebracht om het gieren tegen te gaan, geen geringe klus zo te zien.

Mans heeft dat gisteren ook gedaan, een groot stokanker aan stuurboord uitgebracht, en ligt als een huis. Laat de storm maar komen. O, die is er al. Ik leg een grote roestvrijstalen landvastveer op de bolders voor, om de rukken door het wobbelen op te vangen en laat de landvast als extra veiligheid zitten. Linda belde ondertussen, die moesten we even on hold zetten. Nu gaan we haar terugbellen, terwijl we aan de koffie zitten, dat begrijp je. Het is tien over half elf.

Vijf voor twaalf. We zitten te skypen met Linda. Heel gezellig. Het gesprek gaat over T-shirts van een vroeger vriendje van Linda (25 jaar geleden), wiens naam wij hier niet zullen noemen. Die draag ik nog steeds, maar dit seizoen worden ze gepromoveerd tot stootwil-hoes (een stootwil is een stoot die tussen de wal en het schip gehangen wil worden om de klappen op te vangen; de naam zegt het al) omdat na een kwart eeuw de boord wat rafelig wordt en de oksel ietwat gelig, wat niet meer weg te krijgen is. Dat zijn allemaal shirts met logo’s van bars en disco’s waar dat vriendje destijds als biertremmer werkte, zoals daar zijn: Bar ’t Hartje, The Cooldown, Coco’s bar (of zoiets). Geweldige hoezen, lekker ruime shirts die precies passen om die grote ballen van ons. We lachen wat af.

Onderwijl jaagt de regen over het meer en geselt onze ramen. Anderhalf uur duurt ons gesprek, een nieuw record. We vergeten helemaal te lunchen. Dat doen we pas om kwart voor twee en we draaien nu een muziekje. In de verte zien we een viertal jongeren, van wie één meisje, van de landtong af hun kleren in de lucht gooien en als gekken het water in rennen. Mafkezen, die Denen. Dat ze tegen de wind in vooruit komen mag een wonder heten.

17.20 uur. We liggen nog steeds achter Mans z’n anker te wobbelen. Vervelen ons geen moment, zat te doen. Ik ben begonnen met schrijven van het stukje van donderdag 2 juli. Daar ben ik om drie uur aan begonnen en dat rond ik nu pas af. Voor de rest houden we ons bezig met een beetje rommelen in de kuipbanken, de kasten, op de computer. Ik krijg er dorst van, van al dat gezwets van mezelf. Ik neem een biertje.

Half zes. De wind lijkt wat minder. De Laga ligt prachtig stabiel op zijn twee ankers. Hij blijft kaarsrecht in de wind liggen. Dat moet ik ook nog eens hebben, een flink tweede anker dat ik kan hanteren, voor als we straks weer in de Griekse baaien gaan pierewaaien. Ik ben bang dat het een ankertje wordt van een kilo of twee, dat kan ik met mijn polsjes nog net de baas.

Kwart over zes. We gaan (weer) eten. Geskypt met Miriam en Paul. Van Mans kreeg ik het boek Beroemde Verhalen Van De Zee te lezen. Gaan we zeker doen. Het gesprek met Miriam duurde ook tamelijk lang, maar wel gezellig. We moeten de rest van de Samsø’se aardbeitjes opeten, want omdat het echte biologische arebeien zijn worden ze erg gauw muf.

Kwart over zeven. Er is niks op televisie want die staat niet aan. Ik heb de marifoon opgeladen. Ingeborg puzzelt. Ondertussen luister ik naar Oud-Hollandse platte liederen van Shanty-koren, bestaande uit mannen die stuk voor stuk niet kunnen zingen, maar wel lol hebben. Dat vind ik leuk, Ingeborg niet.

We gaan maar naar bed. Het is 24.00 uur. We zijn klaar met AGT en BGT (America en Britain Got Talent), dat zijn van die zangshows waarin met de regelmaat van de klok giga-talenten de kop boven het maaiveld uit steken. Sommigen redden het, de meesten niet. Wel veel emoties, heerlijk. Ik pak altijd een extra zakdoek. Mooi, hè, dat onbeperkte data-gedoe. Het is donker. Willem z’n ankerlicht is goed te zien. Het is tamelijk rustig geworden, ben benieuwd hoe het vannacht weer gaat. Het zou kunnen gaan stormen. We hebben nog een drankje gedronken en wat nootjes gegeten, heel gezellig. Naar aanleiding van het gesprek met Linda hebben we naar nieuwe GSM’s gekeken want die van ons loopt zo langzamerhand op zijn laatste bytjes. De accu loopt zeer snel leeg en er zit een barst in het glas en het ding is hartstikke traag. Als we thuis zijn moet het er maar van komen. Morgen weer een dag. Joke heeft ons uitgenodigd voor een kop koffie met het traditionele zondagse kwarkgebak! Half elf gaan Mans, Agetha en wij dan in onze rubberboot naar de Laga. Dat wordt lachen, dat wordt leuk.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Vrijdag, 3 juli 2020

Langør (Samsø) 2

Kwart over negen. Sinds half zes heb ik zitten werken. Stukkie is klaar, ging wat moeizaam vandaag. Het is telkens een hele zit achter de schrijftafel. Het is droog, de zon schijnt maar de wind neemt toe. Bewolking is er ook. Voorlopig droog gelukkig. We liggen hier gezellig en tevree met z’n drietjes tegen elkaar aan op de ankerplaats bij Langør. Er zijn inmiddels wat zeilboten vertrokken. Ik ga m’n boek lezen op het achterterras, in de zon. Tien over half tien. We gaan koffie drinken. Het is overigens opvallend dat hier weinig kwallen ronddrijven. Ik heb er tot nu toe maar eentje gezien. Niet goed gekeken zeker, zegt Ingeborg die altijd goed is voor een opbeurend woord.

We gaan fietsen. Er vinden allerlei troepenbewegingen plaats op de boten. Willem moet zijn boot laten zakken om Joke erin te laten zakken en Mans heeft zijn boot op zijn beurt al buitenboord gezwaaid en laten zakken. Alle fietsen gaan getransporteerd worden naar de wal. Mans en Agetha brengen met een geregelde retourdienst alle fietsen daarheen. Daar gaan ze, met één fiets. Even later komen ze terug om de tweede fiets, de hondenmanden en de honden zelf (Scotty en Guus De Danser) op te halen. Ingeborg gaat vast mee met een rugzak. De lucht is dreigend. Als dat maar goed gaat vandaag. Willem heeft ondertussen het idee opgevat met zijn eigen boot hun klapfietsen (dezelfde als Ingeborg en ik hebben) naar de kant te brengen. Joke moet de fietsen vasthouden onderweg en Willem moet staand sturen en gas geven. Dat kan fout aflopen, maar uiteindelijk gaat het goed. Hij komt weer terug om zijn boot op te hangen en stapt vervolgens met ons en onze fietsen in Mans zijn boot die voor de derde keer terugkwam. Het gaat lekker. Ik kan niet helemaal overzien of dit alles efficiënter had gekund, maar ik ben dan ook geen logistiek expert. Ik heb een deel van de manoeuvres gefilmd. Helaas krijg ik het niet door de montage heen van dat kutprogramma iMovie van Appel. Dus maar een enkele foto, meer is er ff niet.

Zie je die fiets hangen?

Alles verloopt voorspoedig. Het duurde even, maar dan had je ook wat. We hadden ook de haven in kunnen varen met de grote boten en allemaal hadden we dan een ligplaats want er is plek zat. Maar ach, we zijn lekker bezig. Nu gaan we fietsen op het mooie Samsø.

Kwart over twaalf. Klaar voor de start. We stappen op de fiets na de honden en de bagage te hebben ingeladen. Het is grauw en guur geworden. Niet vergeten accu’s goed te plaatsen en knopjes om te zetten voor de elektrische aandrijving van de klapfietsen. Joke zag zichzelf alweer terugkeren naar de boot, maar gelukkig viel het mee. Willem lost het op. Scotty kotst z’n laatste grasspriet uit en we kunnen.

Het wordt een prachtige fietstocht. Het landschap is heel mooi, bossen, glooiende graanvelden, een dood hert naast de weg (hij stinkt ook behoorlijk), schilderachtige huisjes en noemt u maar op. Eerst naar het noorden, via het dorpje Marup, waar we omheen fietsen naar Nordby. Dat is een klein stadje (het grootste in het noordelijke deel van het eiland) dat een grote toeristische aantrekkingskracht heeft, vanwege de fraaie verzameling huisjes en de knusse uitstraling. Vooral in het stukje met de restaurantjes en zo is het druk. De terrassen zitten vol, alsof het niets kost. We lopen door het mooiste stukje van Nordby en maken foto’s, als echte chinezen op de dijk van Volendam.

Na te zijn uitgerust fietsen we verder naar Ballenbjerg (of zo), het hoogst gelegen uitkijkpunt van Samsø, met prachtig uitzicht naar zowel de zee aan de oost- als aan de westkant. Er staan een paar mooie paardjes te grazen en rond het torentje waarvan de functie mij een raadsel is, cirkelen ook hier weer de toeristen, die voornamelijk met dikke auto’s naar boven komen en weer naar beneden gaan, want het loopt hier dood.

De rit naar beneden is een feest, zuk scheuren. We crossen weer door Nordby terug naar Marup. Bij een supermarkt stappen we af en doen wat boodschapjes. Wat is alles toch duur in Denemarken. De arebeien vallen nog mee: 20 kronen voor een bak van een pond. Dat is omgerekend 2,70 euro. Niet gek. Maar 10 witte eitjes kosten ook 2,70 en daar ben ik niet zo van gediend. De sinaasappelen zijn helemaal niet te betalen en een bak yoghurt kost iets van 4,50 euro! Die Denen moeten volgens mij een stuk meer verdienen als ons in Holland. Alhoewel ik al een tijdje niks meer verdien, maar slechts krijg. Op de parkeerplaats van de supermarkt maken we een praatje met een Nederlandse mevrouw die getrouwd is met een Deen. Zij heeft hem goed onder de duim, want behalve dat zij vloeibaar Deens spreekt (20 jaar wonen op Funen), spreekt hij praktisch vlekkeloos Nederlands. Aardige mensen, maar ze moet wel een BH aandoen, want dit is niet verstandig. Geen foto’s want we zijn niet van de schandaalpers. We peddelen verder door het Deense land.

Een eind voorbij Marup is de afslag naar Langör, waar we vandaan kwamen. Joke en Willem besluiten naar de haven terug te fietsen en met Mans zijn bijboot terug te gaan naar de Laga. Wij twijfelen even maar besluiten dan toch maar met Mans en Agetha door te fietsen naar Ballen, volgens Mans met zijn rekenkundige trucs nog 8 km ver. Edoch, vanaf dat punt bleek het later 15 km te zijn, maar een kniesoor die daar op let. We kijken angstvallig naar de streepjes die we nog over hebben van het elektriek op onze fietsen. Mans heeft ook een elektrische fiets, maar die kan niet zo hard. Agetha fietst als een jonge god op een gewone fiets, aangedreven door pure spierkracht. Maar ja, zij ís dan ook nog maar een jonkie, een jonge godin als het ware. Op de heuvel naar Ballenbjerg deed ze net of ze het ook moeilijk had en ging ze demonstratief lopen met de fiets aan de hand. Om ons oudjes het idee te geven dat wij er ook nog wel mochten wezen, ik weet het zeker. Voort ging het langs de westkust en dan het binnenland in naar Alstrup, Toftebjerg, Besser en nog zo wat van die mooie namen. We kwamen langs prachtige panden, mooie graanvelden en oogstrelend struweel.

Ik had onderhand wel een houten kont van dat zadeltje. Tering, ik laat er een tractorzadel op maken, bekleed met dons en bont voor mijn gevoelige kont. Ingeborg en ik proberen zoveel mogelijk “gewoon” te fietsen om de batterijen te sparen. Niettemin zien we de streepjes één voor één verdwijnen. Onderweg liep ook nog mijn ketting van het tandwiel. Dat leverde vette tengels op.

Tegen vieren komen we aardig in de buurt van Ballen, een gezellig havenplaatsje voornamelijk bestaande uit Marina, wat buurten en weinig bedrijvigheid op de restaurants en visbedrijven rond de haven na. Rond half vijf stallen we de fietsen bij een paar tanks met visnetten op de haven en wandelen een beetje rond. Een alleraardigste haven met gezellige hoekjes, kades, bruggetjes en noem maar op, maar je hebt het hier gauw bekeken vooral als je raast van de honger en de dorst. Mans en Agetha schijnen nergens last van te hebben. Ingeborg en ik willen iets eten en bij een Fish and Chips tent (maar dan in het Deens) eten we met z’n vieren een bord patat met een Deense lekkerbek (de kip was op), die niet zo lekker in de bek valt als de Nederlandse Lekkerbek, bij mij dan. Maar honger maakt rauwe bonen zoet, vooral als er mayonaise en ketchup op zit en je er een pint bij drinkt. Lekker hoor.

Nog op het terras begon het te regenen, aarzelend. Terug dus maar dan. Dezelfde weg terug als we gekomen waren, anders was het helemaal een “feest” geworden (Agetha zou er niet mee hebben gezeten!). Gelukkig hadden we de wind in de rug of dwars achter, dat scheelde wel. Af en toe een bui. Het viel nog mee, maar helemaal droog hielden we het niet. Rond 18.00 uur waren we terug in Langør en belden Willem of ie ons wilde halen met Mans zijn boot. Wel aardig van ons dat we hem belden terwijl ie net zat te smullen van Joke d’r kookkunsten (want dat zijn er vele!). Hij was zo gek niet of hij kwam er aan, met zijn eigen rubberboot op sleeptouw tegen de straffe wind in. Konden we alles in één keer afhandelen. Alleen de fietsen van Agetha en Mans bleven aan een paal gebonden staan, want misschien gingen ze morgen nog fietsen. Half zeven waren we op de haven, plat af na een epische fietstocht van 50 kilometer. Het viel nog geeneens tegen, maar: wat zullen we slapen! Scotty heeft het ook naar zijn zin gehad en Guus De Danser ook.

Zeven uur. Rust. Zere kont. Koude rug, ik moet iets droogs aan hebben en iets nats drinken. Zullen we de kachel aandoen, Ing? Schei toch uit. Er wordt zeer zwaar, lelijk weer verwacht: westelijke winden van 7 tot 8 Bf. We blijven hier liggen, wisten we al. Over tot de orde van de dag: puzzelen, lezen, wat eten, wat drinken, wat computeren, wat facebooken, wat skypen, filmpie kijken, af en toe de generator starten want nu we niet meer varen en de zon grotendeels afwezig is, zal dat wel nodig zijn om de accu’s boven de 24 volt te houden. Acht uur. We zijn weer een beetje gesetteld na deze enerverende dag. Wrede avonturen beleefd. Ontberingen. Vijftig kilometer gefietst op klapfietsjes. Niet verkeerd. Goede oefening. We hebben weer gespierde beentjes gekregen en een houten kont. De fietsjes hebben ons niet in de steek gelaten. Nu gaan we een weekje zalig nietsdoen tegemoet. Vegeteren op de boot, voor anker op Samsø bij Langør. Ing, kijk nou, we gaan vooruit, zijn aan het varen! Vanwege de getijdebewegingen van het water heeft Willem zijn paal eruit getrokken en vaart nu een eindje verderop naar ondieper water om beter grip te kunnen houden. Niks aan de hand.

Vijf voor tien. We gaan bijna naar bed, denk ik. Het is guur buiten, koud en het regent om de zoveel tijd. Het waait hard, het gaat de verkeerde kant op, een soort van herfstweer, typisch voor Denemarken. Dit kan een week duren hebben we begrepen. De voorruiten van de kajuit zijn bespikkeld met zout en zoet water. Ik zie geen flikker meer. Mans is verderop voor anker gegaan, want Willem zag het in deze omstandigheden niet zitten om met 120 ton aan een paaltje te hangen. Wij allemaal begrijpen dat. Ik mocht nog wel blijven hangen voor komende nacht. Dat wordt wat als we hier een week moeten blijven liggen. Internet doet het ook niet meer. Wat een ellende. Dat kan niet hoor! Gisteren deed ie het nog. Vanmorgen zelfs, toen ik een stukje op de website zette. Morgen maar even vragen of Willem dit probleem ook heeft. De kaas en de Spaanse worst (want we kregen alweer honger!) smaakten prima bij de borrel. Tien over half elf gingen we naar bed.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Donderdag, 2 juli 2020

Faenø – Samsø (ankerbaai bij Langør)

Kwart voor acht, goed geslapen tot zes uur. Toen ben ik er uit gegaan en toen ben ik wezen schrijven aan het stukje van 30 juni. Toen was ik er binnen 30 minuten mee klaar en toen ging ik wat met foto’s stoeien en toen heb ik het om kwart over zeven geplaatst op de website. Toen ging ik een half uurtje piemelen: opruimen, foto’s maken, duikspullen opgeruimd, je kent het wel. Deur opengezet. Mans gefotografeerd.

Je kunt nu echt de bodem zien, zo glad is het, heel helder. Ik heb nog even op de uitkijk gestaan naar bruine reetjes, maar die waren er niet, waarschijnlijk aan het fourageren aan de andere kant van het eiland. Wel kwallen gezien, niet veel, maar toch. Het is heel stil vanmorgen, heerlijk. Ik vind dat wel lekker zo s’morgens.

Nu gaan we een hapje eten, een hapje fruit, een bakje yoghurt. Verveelt nooit, daarom eten we dat ook elke ochtend. Ik heb me er wel een beetje vanaf gemaakt hoor, met dat stukje. Maar dat komt ook omdat we daar twee hele dagen al lagen en wat moet je dan nog zeggen. Dan ga je gekkigheid uithalen.

Acht uur. Het is uitgesproken zonnig al sinds zonsopgang. Ik kijk nu pas naar de voltmeter en die staat op 22,8. Ik zet alle elektrische functies uit, zoals koelkast, vrieskist, opladers etc. en zet alle andere schakelaars op het dashboard op 0. Daardoor gaat het voltage iets omhoog naar 23,3 Volt. Streep aan de balk. Blij. 23,4 V nu, nog niet helemaal jofel, maar niks aan te doen.

Half negen. Motor starten. We zouden vroeg weg want we moeten naar Samsø, het aardappeleiland. We gaan. Nu staat het voltage natuurlijk weer op 28. Nou, goed. Het zal best genoeg zijn. Ik ga straks Joop wel lezen. Geen reetjes gezien en we gaan alweer weg, maar we zijn toch lekker naar de overkant geweest gisteren.

Tien over half negen. Ik had nog niet gezegd dat we geen reetjes hadden gezien toen ik door het voorraam keek en zes reetjes op een rijtje zag staan, eentje zelfs met een takkebos op zijn kop. Prachtig. Terwijl Ingeborg en Joke onze boot losgooiden vloog ik naar het voordek met de camera om ze op de gevoelige sensor vast te leggen. Dat had even voorrang hoor. Toch nog reetjes gezien.

Ze staan te wachten tot ik klaar ben met de reetjes

Tien over half negen. Nu varen we de Faenø Sund uit. “We gaan naar Samsø, al midden in de zee, we nemen brood en eigen piepers mee”. Bij het uitvaren van de Sund ondervinden we hinder van een knoop stroom tegen. Verdikkie. Een zuidoost gaande stroom tussen de eilanden door, hoe smaller hoe meer stroom. Vervelend. Ik heb ook geen boek meer om te lezen. Ik ben er zo’n beetje doorheen, te weinig meegenomen. Ik maak weer wat fotootjes van de omgeving.

Middelfart

Negen uur. Twee en een halve knoop stroom tegen, daarbij vergeleken was wat we net hadden een lachertje. Dat wordt weer mijlen afleggen zonder dat je ergens komt. Verdikkie. Dit is zeer ongewoon volgens mij. Je maakt wat mee. We gaan nu op de grote brug af. Willem, die voor ons vaart, geeft ons over de mariafoon aanwijzingen dat we beter in het midden onder de brug door kunnen varen. De HA 12 en de Wing V sturen wat op in de aangegeven richting. Tot onze verbazing blijft de Laga zelf tussen de wal en de eerste pijler hangen, stationair tegen de stroom in draaiend. Zou ie vast zitten of een blad van zijn schroef afgebroken? Nee, dat is niet het geval, want daar komt Joke met haar iPad naar buiten om ons te filmen. Gelukkig. Daar is het voor.De brug is gigantisch en de stroom die er onder staat nog gigantischer. Niet normaal.

Voorbij de brug ligt aan stuurboord Middelfart met een fotogeniek havenfront. De Laga en de HA 12 schuift er prachtig langs in het mooie tegenlicht van deze ochtend. Fraaie wolken ook. Dat levert schitterende foto’s op al zeg ik het zelf. Kan nooit kwaad, af en toe een veer in je eigen reetje steken. Een eindje verder staat het vuurtorentje Strib. Ook mooi, zo met de HA 12 op de voorgrond. Fredericia aan bakboord, minder mooi vanaf het water gezien en verder weg. En dan zijn we weer op groot water, het noordelijke deel van de Kleine Belt die best niet zo klein is. De stroom is grillig, dan weer hard tegen, dan weer met een klein knoopje.

10.00 uur. Ik neem de wacht van Ingeborg over want ze gaat koffie zetten. Ik heb me een ongeluk gezocht naar kaart S8 van de set Sportschiffsfahrtkarten. Na een kwartier kom ik erachter dat ie op de achterkant staat van kaart S1, de enige grote dubbelgevouwen kaart van de set. Daar stond ie op de achterkant. Verdikkie. Nu kan ik een koers uitzetten naar de rode ton dwars van Æbelø, een langgerekt eiland in de vorm van een dikkopje, een bult met een staart eraan. Daar moeten we vlak langs als we in één rechte lijn naar de vuurtoren van Lushage op de zuidoostpunt van Samsø willen varen en dat willen we. In de verte, recht vooruit zien we Æbelø liggen en een paar streken over bakboord het eiland Endelave, allemaal nog ver weg. Samsø is niet te zien. We koersen recht op de onderkant af en dan na Lushage bakboord uit langs de met deze westenwind beschutte oostzijde van het eiland naar het noorden, naar de baai waar we al eerder hebben geankerd. Die ligt ongeveer op eenderde van het eiland. Het plaatsje Langør is daar het middelpunt, met zijn jachthaventje. Joke en Willem zijn daar zo langzamerhand vaste gast, niet in de jachthaven want ze gaan meestal op paal, maar je begrijpt wat ik bedoel. Daarvandaan kan je prachtige fiets- en bustochten maken op dit mooie eiland, een soort Texel maar dan met heuvels en meer aardappelen, waar de Nederlander Marcel Meijer burgemeester is. Hoe die dit voor mekaar gekregen heeft? We gaan het hem vragen. Afijn, we zijn er nog niet, nog zo’n 35 mijl te gaan, zo’n 7 uur varen (toen we nog een zeilschip hadden zeiden we: 7 uur motoren. Dat hoeft gelukkig niet meer, nu is het normaal).

Tien voor half elf. Nog steeds stroom tegen, zo’n anderhalve knoop, verdomme (dat “verdikkie” voelt niet goed, bevalt niet).

Elf uur. Ik moet plassen. Ingeborg stuurt, d.w.z. neemt de wacht even over. Ik heb net een boek gevonden, een van de weinige die ik nog niet gelezen heb en misschien wel te pruimen. Van ene Patrick Woodhead over geheimen, troubles en misdaad in de Congo. Misschien zit er ook wel wat wraak in. Want een mens moet wat te lezen hebben tussen Æbelø en Samsø, een saai recht stuk. Het weer houdt zich goed, niet veel wind (5 kn) dwars op. We gaan lekker, bij 1300 toeren, 5,6 knopen over de grond, nog steeds een halve knoop tegen. Even later wordt Mans ingehaald door een tankertje van zo’n 280 meter lang, dat met zo’n 11,3 knopen langs komt denderen. Een prachtgezicht.

Half een. We blijven van alles meemaken. Zit ik m’n boterhammetje te eten, kijk ik ff achteruit en ik zeg, krijg nou tieten: zie ik Mans onder Spinnaker varen! Nu hou ik hem niet meer bij als ik 1300 toeren blijf draaien. Hij gaat geweldig, scheelt hem zo een mijltje per uur. Oude tijden herleven!

Een uur. Dwars van Æbelø en Mans en Agetha tokkelen lekker voort met hun bolle wangen. O kijk, nu haalt ie zijn grootzeil naar beneden, die neemt zeker teveel wind weg.

Vijf voor twee, we zijn nu gestabiliseerd, want het werd wat oncomfortabel en daar hebben we die dingen voor, nietwaar? We varen recht op de noordkardinaal af boven een ondiepte, vlak onder Samsø. Het eiland wordt nu steeds beter zichtbaar. De snelheid blijft tegenvallen door die verrekte stroom. Ik hoor een irritant riedeltje in de stuurpomp in het dashboard. Ik ga de instellingen van de stuurautomaat eens even bekijken. Hij staat op de stand “prestatie”. Misschien als ik hem op “kruisen” zet? En verdomd het piepen en riedelen wordt minder. Weer wat geleerd. Al doende leert men. Als je niet wil verzuipen moet je zwemmen. Ondervinding is de beste leermeester als je met de riemen roeit die je hebt en het klappen van de zweep leert kennen en dat soort oudhollandse zegswijzen.

Het is half vier geweest en het is zo dat we dus nu onder de zuidkust zitten van Samsø, nog niet helemaal in de lei van het eiland. Ik weet niet veel, maar ik weet wel dat ik word besodemieterd door Willem en Mans. Want die varen met een grote boog om me heen en komen ver voor me uit in mijn koerslijn, terwijl ze ver buiten de rechte route naar Lushage zaten. En natuurlijk hebben ze hun toerental niet verhoogd. (Vroeger zei ik: ze hebben niks aan hun zeilen versteld). Ik snap er geen reet van (daar is ie weer!). Ik vaar rechtuit en zij komen eerder aan. Gooi maar in mijn pet en schiet me in een condoom. De windmolens in de verte staan keurig op een rijtje de lucht fijn te malen en de kust van Samsø vertoont fraaie elementen. Ik maak er wat fotootjes van.

Het is vier uur en we zijn dwars van Kaap Lushage, dat is toch een wat al te weidse naam voor dit staketseltje, hoor. Zit er wel een vuur op? Grappig dingetje. Nu gaan we links uit de flank naar rustiger vaarwater. De Laga is daar al en Mans stuurt nu ook op, voor me langs. Hij zal toch zo zijn spinnaker moeten neerhalen.

Kaap Lushage, meer een uitkijktoren voor strandwachten

We passeren Ballen, het haventje waar we 20 jaar geleden met de Wing IV hebben gelegen en fantastisch geholpen zijn door een paar Denen met een machinefabriek, die voor ons een uitlaatbocht gerepareerd hebben, gevlakt, uitgeboord en noem maar op en ons het eiland hebben rondgereden naar supermarkt en geldautomaat. Met Joke en Willem zijn we er vier jaar geleden ook geweest, met de bus. Gaan we weer doen deze week.

Ballen

Kwart voor zes geweest. Ingeborg staat al een tijdje eten klaar te maken. Het ruikt heerlijk. We zijn al voorbij meer dan de helft van de kustlijn van Samsø. Als we liggen gaan we eten, dat duurt nog wel drie kwartier. Het is lastig hier, je ziet de boeien slecht, ver van elkaar. Het gaat vreselijk langzaam langs de ondiepten, want we hebben nog steeds stroom tegen en het is altijd zo dat je op het eind van de dag ongeduldig wordt, je wil binnen zijn, je wil stoppen. Dat was met de zeilboot zo en dat is met de motorboot niet anders. Wij zijn daar niet relaxed genoeg voor. Ach, wel leuk allemaal en geinig en zo. Een prachtige dag was het. Weinig wind, nu trouwens wat meer, 14 knoop, was ook voorspeld voor het eind van de vrijdag. Je kan aan de wolken in het westen al zien dat het straks (morgen) verkeerd gaat met het weer. We gaan het zien. Ik heb nog even een fotosessie met de Laga die met vol vermogen langs komt stuiven terwijl ik op de kuipvloer lig en op waterniveau plaatjes schiet. Lache man.

Kwart over zes. We naderen de ankerplaats en Willem gaat op zoek naar het gat dat ie twee jaar geleden gemaakt heeft. Er liggen wel veel bootjes voor anker, zo’n dertien stuks. Dat is echter geen probleem want wij kruipen met z’n drieën weer een stuk dichter onder de kust dan zij kunnen. Moet te doen zijn met z’n drieën aan de paal.

Half zeven. We liggen. Niemand in onze buurt. Er is plek zat voor een complete oorlogsvloot, mits niet te diep stekend. Prachtig hier, omringd door een natuurgebiedje met langgerekt strand. Ik vind het wel wat. We gaan ons gereed maken voor een langdurig verblijf hier. Bootje laten zakken voor het uitzicht en we gaan eindelijk eten. Heerlijke gebakken aubergines met tomaat en kaas, stukje kip, aardappel en een gekookt eitje, ja, wat dacht je!

Twee minuten voor twaalf. Het was uitermate gezellig bij Joke en Willem aan boord. Deze dag had zeker een fijne vastmaker verdiend en die hebben we gekregen. We hebben stevig geëvalueerd en zijn flink van leer getrokken, waarover dat kan ik niet zeggen (omdat ik het niet meer weet). Ik vermoed dat veel van het besprokene het daglicht niet kon verdragen. De telefoonbatterij is weer leeg, die is echt op zijn endje. Ik hoop dat we het nog uit kunnen zingen tot na onze reis (want dit kan je toch geen vakantie meer noemen). Het is opmerkelijk licht buiten op dit uur. Ik ga proberen een bruikbare foto te maken en dan gaan we naar bed.

Drie minuten over twaalf. De foto lukte niet.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Woensdag, 1 juli 2020

Dyvig – Faenø (bij Middelfart)

DagDatumWindWeer
Woensdag
1 juli 2020
4 – 5 Bf
Zonnig, maar ook wolken
VertrekAankomstLogstandMotoruren
09.00 uur
15.15 uur
502 NM
3717,8

Acht uur. Deze dag, een nieuwe maand, 1 juli is begonnen. Momenteel is het nog rustig op het water. Ik ben om zes uur begonnen met schrijven. Dat is nu af, filmpje erbij. Ik had gedacht twee dagen in één keer te doen, maar toen dacht ik waarom eigenlijk; het kan ook gewoon in tweeën. Ik heb ook geen foto’s van gisteren, ik hoef het alleen maar te schrijven. Wel jammer dat ik een stuk of wat insprekingen op de voicerecorder gewist heb met m’n suffe kop, maar ik verzin wel wat. Niet nu, morgen. Ing, waar blijft de koffie? Kom nou, zegt ze, eerst je yoghurt en je fruitje. We kunnen wel weg. Twee uur eerder dan we gezegd hadden. Ik dacht wel tot tien uur nodig te hebben, maar dat was dus niet het geval. Het staat er al op, niet veel bijzonders hoor, maar wel met een leuk filmpje erin van triovaren. Ik ga nu de buren wakker maken, want nu is het nog rustig en straks zal de wind wel weer opsteken.

Vijf over acht. Ik ga de olie nakijken, dat ga ik doen en het bootje ophijsen, dan worden ze vanzelf wel allemaal wakker, wedden?

Kwart over negen. Ik heb lekker nog even in de zon kunnen zitten, nadat ik kenbaar heb gemaakt dat wij klaar zijn om te vertrekken. Mans is bezig met zijn zeiltje, een kromme bout vervangen in het lummelbeslag, want hij wil straks weer zeilen. Dat gaat mooie foto’s opleveren. Ondertussen was ik gaan lezen op het zonnedek. Het was gewoon warm. We liggen met de kont naar het oosten en ik kreeg gewoon warme beentjes en een warme borst. Hop lange broek uit, truitje uit, lekker hoor. Dat was echt effe nodig. Ik denk dat we zo wel gaan. Joke en Willem zijn ook wakker nu. Ik heb daarstraks olie bijgevuld, een kwart litertje en ik heb wat roestblisters opengestoken op de bodem onder de keerkoppeling. Dat begon daar toch wel erg te bobbelen. Dat moet nodig ontroest en geschilderd worden, een klusje dat we deze vakantie nog moeten doen. Geen vuil in de wierpot, alles is droog in de motorkamer, schone motor, de dynamosnaren staan nog steeds strak. De wind begint een beetje op te steken. We kunnen wat mij betreft.

Half tien. We zijn vertrokken. Ik heb even geoefend in het honderd meter kaarsrecht achteruit varen, had ik eigenlijk nog nooit gedaan. Dat lukte wonderwel. Ik laat de Laga en de HA 12 maar voorgaan, dan kan ik rustig fotootjes maken van het vertrek. Het is hier fantasties. Dyvig is nu officieel een thuishaven voor ons in Denemarken, we zijn nu helemaal ingeburgerd en vinden het hier prachtig; schitterende, mooi golvende graanvelden voor je neus in de hoek van de baai, perfect en alles kleinschalig niet te uitgestrekt.

Tien voor tien. Zijflapjes opgerold, de zon schijnt en we zijn door het gaatje op het grote water gekomen, de Als Fjord. Ik heb uitgebreid deze doorvaart gefotografeerd. Ik vind het een bijzonder stukje water, tussen een zanderige landtong aan de ene kant en een pittoreske nederzetting aan de andere kant.

We varen recht tegen de wind in naar het westen. Zijn de raampjes beneden dicht, vraagt Ingeborg. Ja, die zijn dicht, ik ga ze even controleren. Ja, ze zijn echt dicht, we zijn klaar voor de golfjes. We gaan lekker, we halen een zeilboot in. Er staat 19 knopen wind. We varen naar de overkant van de Als Fjord, dan gaan we de hoek om en krijgen we wel een klap water waar we overheen moeten richten Ærøsund, want daar gaan we heen vandaag. Dat is een flink stuk open water. Het is maar een mijl of tien, we zijn er zo. Mans heeft zijn zeilen gehesen; bezaan, grootzeil en fok. Zo ligt ie als een huis in de dwarse golven.

Half elf. De stabilisatoren in werking gesteld want we komen nu dwars van de Aabenraa Fjord, met de golven ook dwars en een flinke strijklengte van de wind werd het wobbelen te veel. Nu gaat het weer lekker, alleen een halve knoop langzamer. Mans gaat fantastisch met zijn zeiltjes. Ik heb dat even gefilmd.

Verandering van plan: we varen na Årøsund door naar Faenø, een eiland bij Middelfart. Daar hebben we 4 jaar geleden ook voor anker gelegen. Dat eiland staat bekend om zijn hertjes, bruine reetjes. Die zie je daar geheid en je kunt er fantastisch wandelen. Ook daar lig je heel beschut. De volgende dag willen we dan naar Samsø. Het is namelijk zo dat de komende dagen, zaterdag of zo en de week daarna, heel veel wind komt uit westelijke richtingen en dan kan je niet zoveel meer. We willen dan dus op Samsø voor paal gaan liggen. Joke en Willem zijn daar vaker geweest. Wij ook trouwens, ook vier jaar geleden. Een hele mooie ankerplaats waar je de boot gerust kunt achterlaten om het eiland te verkennen, per fiets, voet of bus. Nog een uur of vier varen en dan zijn we bij Faenø.

Half twee. We varen nu tussen het eiland Årø en het plaatsje Årøsund door. Ze hebben hier ook een pontje. Leuk plaatsje, mooi jachthaventje. Mans komt onder vol tuig achter ons opzetten.

Half drie. We varen het grote water dat we zijn overgestoken bijna af, het gat in richting Middelfart, naar de oostkant van Faenø. Een rustig overtochtje onder dreigende luchten weliswaar, maar de stabilisatoren hebben we op dit stuk niet nodig gehad. Nog vier mijl varen. Terwijl ik van Ingeborg een tomaat in mijn bakkes gepropt krijg wordt de boot geteisterd door klotsende golven, af en toe een beuk of een bonk. Het schommelen valt voor de rest erg mee. De HA 12 heeft ons weer ingehaald en vaart inmiddels naast ons. Mans is druk bezig de zeilen naar beneden te halen.

We gaan lekker. Het weer is aan het somberen. Daarstraks leek het of we een bui op ons pet zouden krijgen, maar die trok voor ons langs naar het oosten weg. De kusten waren eventjes niet te zien. Ik zit lekker te lezen in De Vergeten Tombe. Dat boek moet uit want ik erger me er aan, met al dat geleuter over verschijningen, dingen zien die er niet zijn en ga zo maar door, maar ik wil toch de afloop weten.

Kwart over drie. Gearriveerd. Aan de Nordkajshoved, in de Teglgårdbugt achter Feanø bij Middelfart. Nou dan weet je het wel, hè? Er ligt al een aantal zeiljachten voor anker. Die zien met lede ogen al dat staal op zich afkomen. Ze hoeven zich niet ongerust te maken want wij gaan daar liggen waar zij niet kunnen komen en we hebben een draaicirkel van slechts 16 meter. Willem zoekt een plek om zijn paal in te steken en ja hoor, het gat van twee jaar geleden zit er nog. Hij kan er zo weer in. Wij wachten geduldig af, HA 12 en wij, tot we kunnen opstomen om aan te leggen. Hoe diep is het vraagt Ingeborg vanaf de voorplecht. Twintig meter zeg ik. Ja, Ingeborg is altijd erg bezorgd over de diepte. Dat is nu niet nodig, nooit eigenlijk want als de Laga er kan komen, kunnen wij dat zeker, maar dat vertrouwt ze toch niet. We liggen op exact dezelfde plek als vier jaar geleden. Ik zie geen bruine reetjes. Agetha nodigt ons uit bij hen een vastmakertje te komen doen. Dat gaan wij zeker doen.

Kwart voor zes. Ik moest even terug naar de boot om het voorraam dicht te doen. Het was al een tijdje aan het regenen. Gelukkig valt de schade mee. Het regent echt hard. Ik ga gauw weer terug naar de borrel. We zagen trouwens kort na aankomst toch reetjes in het gras scharrelen, heel leuk.

Tien voor half acht. We komen terug van de vastmakerborrel op de HA 12. Dat was erg gezellig, moet ik zeggen. Gelachen dat we hebben, nee echt. Nou, wat het klimaat in Denemarken betreft krijg ik toch weer gelijk helaas. Ik word bevestigd in mijn (voor)oordeel: wat een pokkenweer! Het blijft miezeren. Het klopt allemaal weer als een bus. Het is koud. Ingeborg trekt een truitje aan, ik mijn vest. Ik moest het bootje laten zakken om hem leeg te laten lopen. Nu gaan we in ons boek lezen.

Half tien. Ik zat net effe in mijn boek te lezen toen ik op de HA 12 gekletter aan de mast hoorde. Mans en Agetha zetten hun bijboot te water want ze wilden gaan wandelen in Middelfart, in ieder geval naar de kant met Scotty. Of wij ook meewilden. Tuurlijk. Joke en Willem bleven op de Laga. Dat werd, voor ons doen, een stevige wandeling in het druilerige weer. Wel even lekker, wat beweging, dat was al een tijdje geleden. Door een park, een buitenwijk, langs een weg, door een bos en weer terug naar het water. Middelfart hebben we niet gezien. Te ver voor drie van ons (Agetha had dat er fluitend nog wel bij gedaan). We kwamen lekker nat op de boot terug maar toch geen spijt van. Een gedenkwaardige wandeling. Na afloop hesen Mans en Agetha hun boot in no time weer op het dek. Klaar voor vertrek morgenochtend.

Kwart over elf. Boek is uit. Het was nog lang blijven regenen. Nu is het droog. Morgen vroeg op. Ingeborg en ik hebben nog een tijdje mee zitten zingen met joetoeb muziekfilmpjes. Karaoke. Nu gaan we naar bed.

Geplaatst in Logboek | 1 reactie