Zondag 26 en Donderdag 30 juli 2020

Marstal – Holtenau

DagDatumWindWeer
Zondag26 juli 2020Z 5 – 6 – 7 BfRegen, volledig bewolkt, bij aankomst ook zon
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.20 uur14.40 uur867 NM3790,4 uren

Tien over half acht, zondag de zesentwintigste. Het zal niet verbazen: we gaan vandaag wederom varen. Toen we wakker werden om half zes was het buiten heel somber. We zijn allebei in bed gebleven om te lezen. Ik had geen zin om te schrijven want ik heb vannacht al een behoorlijk zwaar stuk van meer dan drieduizend woorden de wereld in geslingerd, dus ik moest maar even pauze nemen vanoggend. Mijn kop staat er helemaal niet naar. Het wordt wel moeilijk zo langzamerhand. Het wordt tijd dat we naar huis gaan, dan kan ik er mee stoppen. Ja toch? 

Voor nu zijn we er weer klaar voor. Holtenau is de bestemming, zo’n 32 mijlen tegen de zuidenwind in maar volgens de voorspelling krijgen we maximaal slechts vier tot zes Beaufort voor de kiezen. Dat is recht op kop dat wel. Het is nu nog rustig maar tegen elven zal de wind aantrekken. Het moet te doen zijn. We gaan de gok wagen. Zodra we op het NOK zijn maakt het weer niet meer uit, dan kunnen we varen wanneer we willen.

Kwart voor acht. Ik sta een sinaasappel te eten en verslik me. Dat komt omdat ik geen huig meer heb. Die is 52 jaar geleden in militaire dienst weggerot. Ik zie dat de accu op 23,1 volt staat, dat is te weinig. Wat een ellende toch, met dat ding. Ja, dat probleem hebben we ook nog om te tackelen als we thuis zijn.

Kwart over acht. We liggen nog steeds. We zouden om acht uur vertrekken. Het regent als de pieten bij tijd en wijle, afgelopen nacht ook. Het zwerk zit helemaal dicht, volledig bewolkt. Het is koud, regenachtig, het lijkt wel herfst. Maar nog steeds weinig wind. Het wachten is op Agetha, die Scotty aan het uitlaten is. Ik heb een kwart litertje olie bijgevuld in de Deutz en ik heb gevoeld in de lekbakken die we voor de zekerheid onder de generator hebben neergezet. En jawel hoor, ik voel geheel tegen de verwachting in dat er water in staat, zout water. Dat betekent waarschijnlijk dat de waterpomp lekt. Een geheel nieuwe waterpomp met nieuwe impeller en nieuwe keerringen. Ik heb de kap niet opengemaakt om te kijken, dat komt in Holtenau wel. Het feest gaat opnieuw beginnen.

Tien voor negen. We zijn inmiddels vertrokken. Willem scheurt scherp voor mij langs in de stromende regen. Hij heeft kennelijk een andere koers voor ogen dan ik. Effe een foto nemen (is niet gelukt). De zuidenwind bereikt nu een snelheid van 17 tot 21 knopen, zoals voorspeld, maar niet zo vroeg, dus dat belooft wat. We varen naar de hoge wal, dus als het niet erger wordt dan dit is er niks aan de hand. De zee zal wat holler worden als we op diepere gedeelten komen en dan gaan we het wel voelen. Maar ergens op de helft wordt het weer ondieper en dan zal het minder worden. De wind zal naar verwachting tegen die tijd ook afnemen. Tot nu toe gaat het goed. Straks gaat het buiswater aan dek komen, maar de gestaag neerdalende regen zal het zout er meteen weer afspoelen, tenzij het ophoudt met regenen natuurlijk. Goh, wat een somberheid, dat weer. Nou dag Aerø, dag Marstal, de Deense cirkel is rond. We gaan naar huis. Het is ons droef te moede.

Bye bye Denemarken. Regen en wolken. Typical

Half tien. Een kwartier geleden heb ik de stabilisatoren aangezet. We slingerden een beetje te veel. Ze doen het. We drinken een kop koffie en ik heb weer een boekje gevonden, De Erfenisjager, een papieren boek. Van Agetha gekregen. Ben benieuwd. Nog 29 mijl te gaan.

Tien voor tien. We komen onder de lij van Langeland vandaan, voorzover je van een lij kunt spreken. De golven worden hoger en onregelmatiger. Ik heb het toerental iets opgeschroefd naar 1700 toeren om beter door te golven te duwen. Mans vaart nog dicht in de buurt. Hij gaat lekker, maar schommelt wel. Zij hebben dit ook wel meer meegemaakt. Het is even een taai ongerief, een paar uurtjes stug doordouwen, beuken tegen de golven in. Met 5,5 knopen gaan we in ieder geval in de goeie richting. Het zou op enig moment moeten afnemen, maar voorlopig is het nog niet zover.

Tien uur. De wind is nu aangetrokken tot zes Beaufort, 23 tot 25 knopen wind zie ik op de meter.

Half elf. Twee uur gevaren. Elf mijl afgelegd. De wind is zes beaufort. Soms zeven. De zee is bokkig en nukkig, een beetje onregelmatig. Niet echt prettig, maar zolang alles heel blijft wel te doen. We kunnen niks anders doen dan het uitzitten, puzzelen, lezen, beetje rondhangen. Veel doen we niet, maar dat doen we anders ook niet.

Half twaalf. We zijn lekker aan het “schaatsen” om de golven niet recht van voren te krijgen want dat was geen doen meer. De wind is af en toe zeven Beaufort en de golven zijn ronduit vervelend. Ondanks de 1700 toeren liep de snelheid soms terug tot 4 knopen als we vier, vijf keer achter elkaar in een golfdal sloegen. Het buiswater vloog metershoog over het hele schip heen. De boot houdt het prima, daar niet van, maar ikzelf moet af en toe goed oppassen dat ik niet met stuurstoel en al omflikker, zo gaat het tekeer. Ingeborg zit rustig op de bank te puzzelen en ik moet me af toe verkrampt vasthouden aan de handgreep aan de wand naast me. Ik koerste eerst op de Eckernförde af. Zodra we de rand van een ondieper deel bereikten stuurde ik weer de andere kant op richting Fehmarn om over bakboord de golven schuin aan te snijden. Dit scheelt aanmerkelijk in de bewegingen van het schip. Op deze manier, haalde de Harlingen 12, die niet zo hard liep ons weer in. Willem riep mij op met de marifoon en vroeg of ik toch naar Maasholm ging. Ik moet toegeven, het zag er wel raar uit, dat ge-zigzag. We zitten nu definitief boven het ondiepe deel op ongeveer de helft van het traject

Schaatsen

Tien over half twaalf. De wind is afgezwakt naar snelheden rond de 18 knopen, dat is mooi. De zeegang neemt eveneens af, de overgang is tamelijk abrupt moeten ik zeggen. Nu gaan we weer lekker. Het leed is geleden. Ik kan weer normaal op de stuurstoel zitten.

Tien over twaalf. Nog 8 mijl te gaan tot de ingang van de Kieler Förde. De zee is tot rust gekomen en de wind afgenomen tot 15 knopen. Ik heb de stabilisatoren uit gezet en het aantal toeren teruggenomen van 1700 naar 1400 en we varen evengoed 5,6 knopen over de grond. Is dat niet heerlijk? We schommelen iets, maar dat is te doen. Er liggen hier een paar schepen voor anker te wachten, waarschijnlijk op toestemming het NOK in te gaan.

Een uur. We zijn dwars van een loodsstation met een vuurtoren dat midden voor de ingang van de Kieler Förde staat, leuchtturm Kiel. Er liggen twee loodsboten tegenaan. Lotse staat erop. 

Tien over een. Een van die loodsboten komt vlak langs ons scheuren, richting Holtenau. Gelukkig zag ik het op tijd. Gauw de stabs uitgeklapt en voila, geen vuiltje aan de lucht. Als ik dat niet had gedaan waren de TV en de lamp tegen de grond geslagen.

Half twee. Net een boterhammetje met aardbeien achter de kiezen en toen kregen we toch een plensbui over ons heen, niet normaal meer. Het zeewater werd volkomen plat geslagen. De boot is nu wel ontdaan van al het zout. De Laga was helemaal uit het zicht verdwenen en plots is ie er weer. De HA 12 zit niet ver achter ons. We bevinden ons nu goed en wel in de Kieler Förde en hebben definitief afscheid genomen van de Oostzee. Nu gaan we spelen in het Kielerkanaal (het NOK). Kalfsschnitzels kopen in Rendsburg, tanken in Rendsburg (Helgoland zal wel niks worden, met dit wisselvallige weer) en dan hop naar Brunsbüttel, hop naar Cuxhaven, hop naar Bremerhaven en dan hop, het Küstenkanal op.

Tien over half twee. Daar was ie dan, de zon. Gezellig getelefoneerd met Marijn. Hij en Rietje hebben nu vakantie tot ongeveer eind augustus. Misschien gaan we via Medemblik terug, zodat wij mekaar even gezellig kunnen treffen.

Nog een kwartiertje en dan zijn we er. Een groot cruiseschip komt op ons af. Ik dacht dat die dingen niet meer vaarden, vanwege de corona.

Tien over half drie meerden we af aan een steiger in Holtenau. Dit is een prachtige plek, pal naast de sluis en langs een mooie laan met grote bomen. Helder water hier. Verderop is een gezellige kade met Hollandse charterschepen en veel wandelaars.

We kunnen hier makkelijk de kant op, vuilniscontainers dichtbij, tank voor afgewerkte olie en een betaalautomaat voor het kanaalgeld die afgedekt is met een hoes met de mededeling erop dat van 23 juli tot 31 december 2020 niet hoeft te worden betaald. Ook vanwege de corona zeker. Goed geregeld. Willem en Mans komen aan boord kijken naar de waterpomp van de generator. Die blijkt inderdaad als een vergiet te lekken. De keerringen zijn naar de klöten omdat er vanuit de fabriek siliconen zijn gebruikt om ze vast te zetten of zoiets. Dan moeten we maar een zak patat gaan halen ergens, vanavond. Het is kwart voor vier inmiddels. We moeten zo maar even gaan kijken op de kade of er een eettentje is.

Half vijf. We hebben gekeken of er iets was. Geen patat, wel ijs, frisdranken en broodjes vis en een lange rij voor het stalletje, iedereen op twee meter afstand. Veel mondkapjes. Ja, hier in Duitsland wordt je direct weer geconfronteerd met het corona-gebeuren. Hier hadden we geen trek in.

Tien over zes. Willem en Mans hebben toch het lekken kunnen verhelpen. Ze hebben de pomp eraf gehaald en Mans had nog een passende keerring die er op werd gezet, nadat de siliconentroep eraf was gehaald, en hop de pomp er weer op en het leed was weer geleden.

Maar ondertussen was het te laat om eten te gaan maken. Joke had trouwens alweer gezorgd voor de catering van iedereen in de vorm van een kaasfondue met broccoli, bloemkool en wortelstukjes, worstjes, gehaktballen etc. Agetha was ook al bezig met heerlijke kip van Jantje de kippenboer uit Middelie, met satésaus. Dus dat kwam er ook bij. En de nodige biertjes en wijntjes natuurlijk. Wat een feest.

Tien over negen. De rust is weergekeerd. Mans was plat af na het eetfestijn op de Laga en ging na afloop een tukkie doen. Het was me ook wel een dag, hoor. We hebben elkaar allemaal flink door de golven zien beuken. Evengoed zijn we na het eten, toen Mans wakker was, een stukje wezen lopen door de buurt, ook om envelopjes te vullen met een tientje per boot en in een brievenbus te doen bij het havenkantoor (corona!).

Morgen naar de Flemhudersee om te ankeren en daarna zien we wel. Nu zitten we op de boot en drinken een kopje thee, echte thee met een koekje.

Half elf. Ik zit te schrijven. Het stukje van 22 juli, in Nyborg. Het gaat stroef. 

Tien over half twaalf. Stukje afgekregen en gepubliceerd, toch nog. We gaan naar bed. Jammer dat we onder een dikke lamp op de steiger  in de spotlight liggen. Niks aan te doen. De Erfenisjager mee naar bed. Het was een woelige, bewogen dag zeg maar. Ook wel fijn.

Donderdag, 30 juli 2020

Het verslag van deze vakantie houdt hier op. Ik houd het voor gezien. De reden hiervoor is dat ik alle aandacht en concentratie nodig heb voor mediteren en bidden. Mediteren om normaal te blijven, voorzover ik dat was en bidden dat de boel vanaf vandaag tot aan de thuishaven heel blijft of in ieder geval een béétje blijft functioneren. Ik kan het schrijven er niet meer bij hebben. Wat is namelijk het geval: vandaag, precies een week nadat de nieuwe Muffler werd geïnstalleerd werd deze op precies dezelfde wijze en op dezelfde plaats opgeblazen en weer stond deze jongen met een emmertje te hozen. Dit gebeurde allemaal gelukkig vlak voor Cuxhaven. We hadden de ebstroom mee. Na afmeren aan de calamiteitensteiger meteen de motor uit. Het water stond weer tot aan de drempel van de machinekamerdeur. Ik ga hier niet uitgebreid in op de mogelijke oorzaken want dat kunnen er verschillende zijn maar niet hier en niet nu en niet door ons aan te tonen. Mans en Willem hebben met kunst en vliegwerk op vernuftige wijze van de twee mufflers een “nieuwe gemaakt” met plakband, kit, stalen pijp en een conservenblik! De nieuwe McGyvers! Het werkt ook nog, voorlopig. We gaan het zien onderweg. Ik heb van Mans een lenspomp te leen gekregen die ik onderweg kan inschakelen en die eventuele influx van uitlaatwater de baas kan. Gezegd moet worden dat ik nog heb gedoken om het schelpvormige roostertje van de waterinlaat schoon te maken. Er zat inderdaad wat troep in en misschien wat mosseltjes. Nadien kwam er weer voldoende water uit. We zijn het allemaal eens dat die schelp er bij de eerstvolgende hellingbeurt af gaat. Hieronder wat fotootjes om een en ander te illustreren.

net niet over de drempel
MacGyver en zoon

Misschien komt er nog eens een afsluitend stukje, een soort addendum. Misschien ook niet. Het werk is klaar en ik ben er klaar mee.

Geplaatst in Logboek | 5 reacties

Zaterdag, 25 juli 2020

Troense – Marstal

DagDatumWindWeer
Zaterdag25 juli 2020Weinig Mooi, zon
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.30 uur12.30 uur833 NM3783,9

Het is half negen. Ik moet het creatieve schrijfproces helaas onderbreken. Was half acht begonnen. Tamelijk lekker geslapen vannacht, tot half zeven. De plannen zijn veranderd. We gaan niet naar Mommark maar naar Marstal, alles in verband met het weer en Mommark is vermoedelijk te klein om ons te herbergen. Even de deuren dichtdoen, die staan te klapperen. Het wachten is op Mans die schalmpje voor schalmpje zijn ankerketting uit het water trekt. We gaan richting Svendborg, onder de Svendborg Sund Bro door over een groot ondiep stuk water naar Marstal, dat ligt op de zuidoosthoek van het eiland Aerø. We zullen daarbij voornamelijk door bebakende vaargeulen varen. Dat wordt weer een prettig ochtendje toeren over de Deense wateren met aantrekkelijke kusten en fraaie vergezichten.

Kwart voor negen. We hebben anderhalve knoop stroom tegen in de sloot van Trønse naar Svendborg. Het is af en toe een gekkenhuis. Er ligt bijvoorbeeld een oude vissersboot midden in de vaargeul aan een dun touwtje voor anker, niemand aan boord zo te zien, terwijl iedereen op een vingerbreedte erlangs scheurt. Veel boten zien er geen been in om op je kont te gaan zitten en op zeer korte afstand met grote snelheid voorbij te lopen. Teringlijers. Moeilijk in beeld te brengen, maar ik zal toch een paar fotootjes plaatsen.

Kwart over negen. We bevonden ons dwars van Svendborg toen de veerboot naar Aeroskøbing voor ons neus van wal stak. Dat ging erg snel. Deze jongens trekken zich weinig aan van de recreatievaart. Je moet gewoon maken dat je wegkomt. Het havenfront van Svendborg is erg mooi en fotogeniek. Ik schiet talloze plaatjes, mijn rolletje is bijna vol. Er zit volgens mij een foto bij die beslist aan de muur komt in A3 formaat, in een klassieke lijst. Ingeborg stuurt en knijpt in die drukte haar billen samen (daar kan niets meer tussen komen!).

De tegenstroom neemt nog toe naarmate we de brug naderen. Mans geeft een dot gas om de stroom partij te geven. Het kan niet genoeg benadrukt worden: de Deense wateren zijn beslist niet stroomloos. Als argeloze voorbijganger krijg je geen hoogte van de getijden, je weet nooit waar ie op welk moment vandaan komt en hoe sterk ie is. Daarvoor moet je waarschijnlijk “local” zijn. Je kunt er niet mee rekenen, wil ik maar zeggen.

Half tien. We varen nu op de Mellem Grund. De brug ligt achter ons en de stroom neemt iets af. Dit is een smalle vaargeul. Een ferry komt ons met hoge snelheid tegemoet. Ook hier zijn de oevers prachtig met mooie huizen, bossen, nog steeds goudkust dus. Erg mooi vinden wij het. We krijgen overigens nu koffie. Het is morgen pas zondag maar er is nu dus al kwarktaart, daar heeft Joke de kwarktaarten-specialist weer voor gezorgd.

Tien over half tien wilden we de stabilisatoren aandoen, vanwege zo’n debiele ferry, maarre, enne, toen klapten ze niet uit. Ik dacht al aan schade aan de regelkast door de rookontwikkeling van de “gesmolten muffler” affaire. Het uitlaatwater kan het niet zijn geweest want dat heeft niet zó hoog gestaan, alhoewel het wel flink heen en weer heeft geklotst, daar in de golven bij de Storebelt Bro. Ingeborg zegt: kijk of het lampje op de regelkast brandt. Het lampje op de kast brandde inderdaad niet. Godver, wat nou weer. Toen ging mij een licht op: we hadden in Nyborg al geconstateerd dat Willem met zijn schouder vermoedelijk de “aan/uit” knop op de 5 KW omvormer van het stabilisator systeem op “uit” had gezet terwijl hij bezig was met de Muffler. Maar ik heb hem toen niet weer op “aan” gezet. En inderdaad; hij stond op “uit”. Ik zette hem aan en dat bleek de truc te zijn. Het adagium “stekker eruit, stekker erin” ging ook nu weer op. De rotors klapten onmiddellijk uit. Een zucht van verlichting was op zijn plaats. Ik wil hier nog benadrukken dat we niet in paniek waren en dat we (ik) niet hebben gevloekt (dat “Godver” hierboven heb ik verzonnen voor dit verhaal).

Tien minuten later. Weer zo’n randfiguur dat vlak langs raast met achterlating van hoge hekgolven. Maar nu was ik voorbereid en klapte bijtijds de stabs uit. Maar terwijl de rotors hun haakse stand op het schip aannamen gingen wij aan het schommelen en bleven schommelen. Ingeborg moest weer de fles wijn vastgrijpen om die te behoeden voor omvallen. Ik zag geen uitslagen in de driehoekjes op het scherm. Dit is niet goed. Nog steeds geen paniek. De rotors draaien niet. Kennelijk moet ik nog een keer een reset uitvoeren en dat doe ik dan ook. Ik klap die dingen in, tien seconden de spanning van het systeem af en dan er weer op en weet je wat? Ik klapte de rotoren weer uit, testte het systeem met de opslinger-functie en verdomd, de rotors deden andermaal hun werk. Maar dit was toch een storing te veel naar mijn zin. We moeten echt met DMS aan de bak. Als het normaal is dat dit soort dingetjes zich zo vaak voordoet dan ben ik enigszins teleurgesteld, maar DMS zal ongetwijfeld mijn zorgen wegnemen als we hen bezoeken in Kerkdriel.

Tien over tien. Ik ga een stukje lezen in Tess Gerritsen.

Half elf. Je denkt dat je ruim kunt varen in dit uitgestrekte gebied tussen de eilanden, maar dat is niet zo. Je moet erg opletten en voornamelijk in de vaargeul blijven varen want daarbuiten is het meestal niet al te diep. Bij Mose en Hjortø, een punt op de kaart tussen twee ondiepten, moet je “de bocht om” naar dieper water, en dus als je een tocht uitgestippeld hebt waarbij je daarlangs moet, vaar je in de kortste lijn in de vaargeul naar dat punt en dat doet iedereen, dus is het krap in de geul, vooral als er van achteren een ferry op je afkomt. Ach, het valt allemaal wel mee. Het lijkt dramatischer dan het is. Het water is hier erg rustig. Door de geringe diepte krijgt het geen kans om golven op te bouwen. We varen gemoedelijk en aangenaam naar Marstal.

Kwart voor elf. We zitten nu tussen de eilandjes Hjortø en Drejø. Tussen de twee eerder genoemde ondiepten door varen we naar wat ruimer water wat diepte betreft. Nu moeten we bakboord uit, een zuidelijker koers. Het blijft onverminderd druk.

Vijf voor half twaalf. We varen tussen Store Egholm en Birkholm door, twee eilandjes. Weer druk. Het ruime water achter de rug hebbende komt iedereen weer samen hier in de vaargeul, dus een toename van mee- en tegenliggers, het lijkt hier de Gouwzee wel. Even een beetje bijsturen, langs een oost kardinale ton. Nu stevenen we af op Bredholm. Aan stuurboord zien we Aerø en dan gaan we zo weer stuurboord uit, op Marstal aan, aan de onderkant van Aerø. Prachtig weer, rustig zeetje, zeilende bootjes. Koffie nog, vraagt Ingeborg, ja graag. Mooie scheepjes komen voorbij, leuk hoor. Hé, daar heb je de Zeebries weer, oh nee, dat is Oda, maar het is wel zo’n zelfde soort scheepje, een Waarschip. Zonnig is het, tussen de wolken door, boven ons is het blauw. Momenteel is het weer niet verkeerd weer. Goed, we krijgen nog een kopje koffie. Altijd, zo tegen half twaalf.

Ik schiet trouwens lekker op in het boek van Tess; deze keer duurt het wel erg lang voor ze gaan neuken. Ik zit al op bladzijde 140 en er is nog steeds niks gebeurd.

Kwart voor twaalf. Marstal is reeds zichtbaar aan de horizon. Ik hoor Willem en Mans op de marifoon overleggen: we kunnen best een stuk afsteken en recht op Marstal koersen. De ondiepten tussen ons en de haveningang zijn  diep genoeg daarvoor, 4 meter, 2,5 meter of 3 meter. Dat soort dieptes. Het eskader van drie zwenkt vrijwel gelijktijdig stuurboord uit met een hoek van rond de zestig graden, grappig gezicht (wij varen achteraan). Op naar Marstal. De stuurautomaat doet het prima, geen klagen daar. Tot op heden. Ik zit te lezen in Tess Gerritsen. Ze hebben net geneukt. Het leven is mooi, wat wil een mens nog meer?

Ik moet nu alert gaan sturen want we naderen de vaargeul die naar de haven van Marstal leidt. Er komt een enorme pooierbak, een Sunseeker van een meter of 20, langs die tot vlak voor de havenhoofden op volle snelheid blijft varen, ook in de smalle vaargeul. Werkelijk onbeschoft. Ik doe de muziek even uit, want dat is wat onrustig, en we gaan voorbereidingen treffen voor het aanleggen.

Kwart over twaalf. Tussen de havenhoofden van Marstal Haven. Het ziet er best knus uit hier. Twintig jaar geleden waren wij hier ook, maar daar kan ik me niets meer van herinneren, van dat bezoek is niets vastgelegd en dan krijg je dat, he? Lost Memories. Leuk haventje, nou maar hopen dat ze een ligplek voor ons hebben.

Half een. We liggen in een klein gaatje, tussen twee schepen in, waar Mans en Willem niet in konden maar wij wel. De schipper van de Albacora, die wij in Nyborg zagen, hielp met het aanpakken van de touwtjes. De Laga kwam vervolgens tegen de Wing V aan en de Harlingen 12 tegen de Laga. Extra lijn naar de wal en klaar is kees. Daar lagen we, drie dik. Aan een industriële kade, maar die valt ook onder de havenmeester van de jachthaven verderop. Zijn havenkantoor staat pal tegenover ons. Er is geen betaalautomaat. Vanmiddag om vier uur is ie weer op kantoor, de havenmeester.

Kwart voor een. We gaan eten. We moeten niet vergeten vanmiddag blikjes in te leveren, want dit is onze laatste dag in Denemarken. Morgen gaan we naar Maasholm of naar Holtenau.

Tien voor acht s’avonds. Na de lunch zouden we door het stadje gaan wandelen, maar Willem was bezig met zijn laptop. Die zat hartstikke vol, er kon niks meer bij. Ik heb hem geholpen met het verwijderen van zo’n 45 Gieg aan foto’s en andere bestanden, na die eerst op een externe harde schijf te hebben gezet. We hebben ook iCloud uitgeschakeld voor foto’s, want als Joke iets filmt met de iPad komt dat op al Willem z’n apparaten terecht en op den duur is dat onhoudbaar. We waren lekker een tijdje bezig. We zijn evengoed wezen wandelen door Marstal, dat alleraardigst is. We vonden de Brugsen, een supermarkt waar je ook blikkies in kon leveren. Gingen we vanavond doen maar ze moesten eerst nog leeggez…dronken worden. Wat een heisa met dat statiegeld gedoe. Terwijl Joke en Willem aardbeien gingen kopen in de Brugsen stonden wij te kijken en te luisteren naar een knakker die op een nabijgelegen terras volkse liederen stond te kwelen onder muzikale begeleiding van een makker van hem. Een vrolijke snuiter (tegenwoordig zegt men: “een toffe gast”, maar dat kan ik niet uit mijn bek krijgen) die het publiek wel mee wist te krijgen. Grappig. Toen Joke en Willem klaar waren in de super wandelden we door het dorp terug naar de haven. Al plaatjes knippend.

Terug op de boot hebben we eerst betaald voor de ligplaats, 200 DK, bij de havenmeester die op zijn kantoor zat met zijn mobiele pinautomaat, waarna wij ons allen verzamelden op het achterdek van de Laga waar wij het op een zuipen zetten om mijn blikkies leeg te krijgen. We kwamen een aardig eind maar ik had er toch te veel gekocht in Nyborg. Jammer van de ene kroon statiegeld per blik. Het was erg gezellig. Joke had een fantastische maaltijdsoep bereid, dus we hoefden ook niet meer zelf te koken. Perfect. Vreselijk gelachen. Ondertussen stroomde de haven vol met bootjes, zoekend naar een plek. Bij ons hoefden ze niet aan te kloppen want wij lagen al drie dik, bijna vijftien meter uit stekend vanaf de kadewand. Het regent Ing, zie je dat? Na de borrel, de happen en de fantastische maaltijdsoep gingen we met Agetha, Scotty en 34 lege blikkies naar de supermarkt. Met de opbrengst daarvan en onze laatste kronen die nog in de portemonnee zaten hebben we de laatste boodschappen in Denemarken gedaan. Kip, sinaasappels, Emmenthaler, druiven, sperziebonen, aardbeien, dat was het wel zo’n beetje. En door de leuke straatjes van Marstal weer terug naar de boot. No pictures.

Nou, dat was het wel weer zo’n beetje. Iedereen gaat vanavond kezen op de Laga. Daar hoef ik niet bij te zijn en dat betekent ook dat ik me weer kan wijden aan mijn dagelijkse zelfopgelegde worsteling om een stukje geïllustreerde lulkoekerij aan het elektronische papier toe te vertrouwen. We hebben er zin an.

Twaalf uur snags was Ingeborg klaar met kezen en ik zit nog steeds te worstelen met het stuk. Ik zal het gauw op de website zetten en dan ga ik ook naar bed. Het is nu half één. Het was een fijne dag.

PS. Het woord kezen is in dit verband de benaming van dat andere oud Hollandse gezelschapsspel: “Mens Erger Je Niet”, maar dan een moderne versie ervan, ingewikkelder. Dus niet te verwarren met ketsen. Ik zeg het maar.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Vrijdag, 24 juli 2020

Nyborg – Troense

DagDatumWindWeer
Vrijdag24 juli 2020ZW 5 – 6 BfWolken, zon, Wolken
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.45 uur13.15 uur815 NM3780 uren

Vijf voor negen. 24 juli. Vanmorgen om een uur of zeven opgestaan en om half acht gaan schrijven. Stukje is bijna klaar. We zagen de Harlingen 12 van zijn plek af komen en naar de pomp varen. Dat was het sein om vaarklaar te maken. Kwart voor negen gooiden we los zonder erbij na te denken: bootje moest nog uit zijn halfbakken stand omhoog worden gehesen, maar in de buitenhaven was dat geen probleem. We sturen de zee weer op, zuidwaarts. Waarheen weten we niet, horen we nog wel van de reisleiding.

Tien over negen. Buiten in de Nyborg Fjord. Ik heb de planken die we voorlopig nog in de kuip hadden staan teruggelegd voor de machinekamer deur anders kan ik in noodgevallen niet makkelijk de machinekamer in. De plank boven op de demper laten we uit paranoïde overwegingen nog even weg. Ik wil onderweg af en toe kijken of ie niet lekt, zie je. Ik heb er alweer koppijn van, of komt dat van iets anders?

Tien over half tien. We varen langs de oostkust van Funen en we passeerden net de Mademose Grund. De reden waarom ik dat noem is omdat ik het gewoon een mooie naam vind. Je ziet er niks aan, het is er alleen iets ondieper.

Drie minuten voor tien. Ik heb zojuist het toerental verhoogd van 1200 naar 1300 want we worden bedreigd door een zeilbootje dat net zo hard vaart als wij en steeds dichter naar ons toe komt. Als we hem raken zinkt ie en wij misschien ook, dat willen we niet.

Het leven kabbelt aangenaam voort. We varen op ons gemak langs de kust van Funen. Het is een mooie kust, ik ga er iets meer naar toe sturen om het goed te kunnen zien. Ik zit op internet te kijken, met de laatste bytjes die we hebben, naar de actuele dieselprijs bij het bunkerstation op Helgoland. 

Die is momenteel 0,84 eurocenten per liter en bij afname van 1000 liter of meer 0,80 eurocenten per liter. Op de havens schommelt de prijs rond de 1,25 cent per liter. Dat verschil is de moeite waard om Helgoland een bezoekje te brengen. Helgoland is sowieso de moeite waard om een bezoekje aan te brengen, al was het alleen al vanwege de mooie wandeling die je kunt maken over de kliffen aan de westkant, met die prachtige, stinkende Jan van Genten, die er nestelen. Om nog maar niet te spreken van de goedkope spiritualiën die op Helgoland te verkrijgen zijn. Tevens heb ik gekeken naar een definitieve oplossing voor het bilgewater probleem. In de watersportsector moet ik het niet zoeken, denk ik. De RM 69’s  die wij hebben vind ik niet afdoende. Het is ons pijnlijk duidelijk geworden dat wij moeilijk grote hoeveelheden water uit het schip kunnen krijgen als dat nodig is. Maar voorlopig moet die dompelpomp van Ma maar aan boord worden gebracht, misschien past ie onder de luiken voor de machinekamerdeur. Die kan de stroom van de uitlaat wel bijhouden. Je ziet, het houdt me bezig, in mijn hoofd. Het weer begint te verslechteren, het waait nu 6 Beaufort en de golfhoogte neemt toe. We varen onder de lij van Funen, daardoor valt het nog mee, maar we vinden het niet fijn want dit kost brandstof. “We gaan naar Helgoland al aan de zee, we nemen diesel en dranken mee”.

Vijf voor elf. We hebben al heel wat van die kleine snelvarende opdondertjes, van die gemotoriseerde klompjes, langs gehad die stuiterend langs de kust scheuren, soms een grotere, die heel wat hekgolven produceren, maar niet genoeg om te gaan stabiliseren. Ik heb geteld: je krijgt door de bank genomen 7 golven, waarvan de 6e en de 7e het ergst zijn en dan lig je weer stil. Moet kunnen. Ingeborg moet alleen de wijnfles vasthouden, zodat ie niet omvalt. Je vraagt je af wat moet je nou met een fles wijn sogges om elf uur. Nou, gewoon omdat ie daar staat. Niks bijzonders, is gewoon van gisteren, ja!? Hij is nog voor de helft gevuld, hoor. Ondertussen passeren we Lundeborg aan onze stuurboordzijde, een klein jachthaventje, mooi plekje. Kunnen wij niet in.

Tien over elf. De zon komt achter de wolken vandaan. Lekker. We zijn halverwege Langeland, bakboord van ons. We naderen de afslag naar Svendborg, onder Funen. Ben benieuwd of de Laga afslaat, we gaan gewoon achter hem aan. Lekker hoor dat zonnetje. Ik krijg het meteen warm, met m’n jas aan. Het is ook altijd wat anders hier in Denemarken.

“Den vreugd was van korten duur”. De zon is verdwenen, hij heeft niet lang geschenen. Het is tien voor half twaalf. De regen is hier, maar dat duurt ook niet zo lang denk ik. Oh nee, het is geen regen, het is bruijswater. We hebben 6 Bf op de kop en dan spat het bruijswater op de ramen. Ja, we merken niet zoveel van het weer hierbinnen, zie je. Aan het geusje te zien waait het echter pittig.

Tien voor half een. We slaan rechtsaf, zoals verwacht. Dat wil zeggen stuurboord uit, in scheepstermen. Een watertje in, de Middelgrund, een smaller water dan waar we nu zijn, hoe heet het ook alweer hier: wattebølle, Smørtakkelød,  nou ja, maakt niet uit. We gaan de Smørrebrød Sund in. Ik zit steeds aan de verkeerde ronde knop. Ik heb er eentje op de stuurautomaat en eentje op de plotter. Als ik wil inzoomen gaan we van koers af en als ik de koers wil bijstellen zoom ik in. Dat schiet niet op, ik moet eigenlijk geen twee draaiknoppen op mijn console hebben. We duiken een vaargeul in, die ons naar Svendborg leidt. Het waait als de pieten: 26 knopen wind, een dikke 6 Beaufort. Naar het weerbericht hoeven we niet meer te kijken, je merkt vanzelf wel wat er gebeurt.

Een uur. We komen op een soort driesprong van de Middelgrund en we gaan bakboord uit. Daar ergens in de hoek bij Troense gaan we buiten de vaargeul voor anker. Dat wil zeggen de HA 12 laat het 125 kilo wegende anker vallen en de Laga en de Wing V vleien zich als vanouds tegen het vertrouwde ankerplatform aan. Het is hier een mooi watersportgebied, mooie huizen, jachthaventjes, steigers, boten aan alle oevers. Het ziet er smakelijk uit. Ing neem jij het roer even want ik moet fotootjes maken.

Twee uur. Kwart over een lieten we dus het anker vallen. Tussen twee ondiepe stukken in een dieper deel zodat in geval van krabben we nergens heen gaan. Er liggen meer bootjes om ons heen. Ze zullen wel opgekeken hebben van zo’n kunstmatig gevormd eiland van staal. We liggen hier gezellig en we liggen hier tevree.

Af en toe komt er wel een buikschuiver of een Jan Plezier langs die behoorlijke golven trekt, maar dat hoort erbij. In het begin windt je je erover op, maar je doet er niks tegen en daarna let je er niet meer op. We hebben de raampjes van de kuiptent ontdaan van verdroogde vliegenlijken en we hebben het knopje van de koelbox dat al jaren los bovenop ligt gerepareerd. Nu zit ie weer vast. Ingeborg heeft de box met jif ontdaan van de zwarte uitlaatgas-vegen. Zo mooi schoon is ie nog nooit geweest. Man, man wat zijn we druk. Hij kan weer de kelder in want in de kuip staat ie in de weg.

Ik moet een andere broek aantrekken van Ingeborg, want ze zegt dat van deze het kruis op mijn knieën hangt. Je lijkt wel een Volendammer, zegt ze. Daar is niks mee, Ing, met Volendammers, er komt er zelfs eentje een Velux dakraam bij ons plaatsen. Bovendien hangt ie niet op mijn kniën, dat zíjn m’n knieën. Ik word hier zo melig van. Ik denk dat ik maar een klein blikje bier drink, dat is er dan weer eentje minder.

Tien over half acht. We zijn net terug van de borrel op de Harlingen 12. Dat was gezellig, heel veel onderwerpen besproken. Over ons aller sexuele leven, alles eigenlijk, veel medische dingen, problemen, ziektes in de familie en dergelijke. Een beetje triest eigenlijk, hoe gebeuren dingen en zo. Een vrij zware discussie was het wel, ja, ernstig. Maar toch ook wel gezellig dus.  Details kan ik natuurlijk niet geven. Dat zou niet gepast zijn. Ondertussen kwamen heel veel boten om ons heen ten anker. Ik tel er uiteindelijk wel vierentwintig. We gaan kuppesoep eten. Ingeborg is d’r sjaal kwijt. Waar is ie? Hij moet op de boot zijn, Ing. Daar is ie. Chinese tomatenkuppesoep is het.

Kwart over elf. Ik ben er klaar mee. Zondag 19 juli heb ik op de website gezet. Nee, ik vergis me, het is maandag 20 juli. Het was een fijne dag, lekker gevaren, lekker geborreld. Ingeborg ligt al in bed, nu moet ik. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Donderdag, 23 juli 2020

Nyborg 3

Het is tien voor half acht, donderdag 23 juli en we liggen nog steeds in Nyborg. In blijde afwachting van mijn nieuwe Muffler. Het voelt net of ik jarig ben. Hij komt vanmiddag pas, na vijven. Ik zit achter de computer om weer een stukje te schrijven, de dagelijkse tredmolen waaraan ik mij wil ontworstelen maar als ik dat doe krijg ik er spijt van. Dus, vrolijk verder. Het is koud in de boot, behoorlijk fris. De zon schijnt, blauwe lucht, wind is er nauwelijks maar koud is het. Tot nu toe merk je hier niets van de oorspronkelijk voorspelde harde wind. We zagen op Windfinder dat die voorspellingen allemaal drastisch veranderd waren. Je kan tegenwoordig nergens meer van op aan: mufflers smelten, generatoren lekken, stabilisatoren haperen, Ultra Combi’s doen raar, controle panelen zijn niet te hanteren, accu’s gaan dood en van de windverwachting klopt ook geen flikker. Prachtig weer, mooi vaarweer vandaag. Dat varen moeten we uitstellen tot morgen want we genieten nog steeds van de gastvrijheid van onze vriend Bo Andersen, die gisteravond nog bij ons (bij Joke en Willem dus) op de Laga op visite was. We hebben allemaal een ijsmuts gekregen met het logo van zijn sportvisserij onderneming “ORCA” erop. We gaan nog een keer met zijn zessen op de foto met de zelfontspanner en die sturen we dan op. Maar Ingeborg en ik nemen alvast een voorschotje.

Vandaag is Bo met zijn vrouw naar Hirtshals in het noorden van Jutland- 750 kilometer heen en terug – met de bestelbus om voorraden te brengen meen ik, voor nieuwe vistrips van de boten Orca 1 en Orca 3. Op de terugweg vanmiddag neemt ie de Muffler mee. Ik neem de vrijheid hieronder wat reclame te maken voor Bo zijn onderneming. Het zijn prachtige schepen die meerdaagse trips maken en daar komt straks de Abel-J bij, “voor al uw Noordpool Excursies”. Als je op zijn facebookpagina kijkt zie je de reusachtige kabeljauwen die ze vangen.

Ik moet maar eens gaan schrijven dan. 

Tien over half tien. Ingeborg is uit bed gekomen. Ik ben nog steeds bezig met het verhaaltje van 18 juli, zit te wachten op het uploaden van de foto’s door WordPress. Dat duurt nu even want ik werk met de havenwifi van Nyborg, die het over het algemeen prima doet. Wat is het hier koud, jongen! De thermo geeft 17 graden. Ik heb koude poten, met sokken aan, kan je nagaan. O, kijk, de Albacora, een Van der Valk jacht onder Duitse vlag gaat er vandoor (gaat nergens over).

Drie uur. We zijn voor de luns de kant op gegaan, zonder camera uiteraard, om de benen te strekken. Je krijgt klompvoeten van dat computeren. Op het pleintje naast de haven waren stalletjes met een heleboel elektrische gaspitten en tafels met verse groenten en kruiden. Het publiek kon daar zelf in de openlucht een soort wrap/pannekoek bakken en groenten bereiden in de wok met allerlei sausen om in die wraps te doen. Allemaal organisch en geen vlees te bekennen. Het rook heerlijk maar je moet alles zelf doen en het personeel stond erbij te kijken, ze staken geen vinger uit. Je moet echt weten wat je doet anders sta je voor joker en dat sta ik al genoeg. We gingen terug naar de boot en smeerden broodjes met verse arebeien. Dat deden we ook zelf en niemand keek ons op de vingers. Voor de rest was er niet zo veel te doen vanmiddag. We hebben wat zakelijke dingen afgewerkt met notarissen en onterechte afschrijvingen van Ma d’r bankrekening rechtgezet (ik ben namelijk execleur de testiculair, zie je) en met Nico gecommuniceerd. Allemaal heel gezellig. We gaan nu even watertanken denk ik en dan moeten we ook nog even een wandelingetje maken door het dorp. Mans en Agetha zijn een dagje uit met de trein naar Odense, dat schijnt een mooie stad te zijn. Gelijk hebben ze. Mans speelde vandaag voor geldautomaat, zodat ik Bo straks kan betalen, in euro’s, daar zit Bo niet mee. Geinig.

16.00 uur. Ik heb water getankt, de bilge schoongemaakt voorin, de kuip een beetje opgeruimd, vulles weggegooid.

Zes uur. Bo kwam om kwart over vijf aanzetten met de nieuwe muffler en Willem liet zijn eten koud worden en heeft hem in twintig minuten met assistentie van Mans er weer in gefrot. Dat was toch nog een dingetje. Fantastisch werk, mannen, echte mannen, goddammit! Ik hoef het niet te proberen met m’n ouwemannen kraakpolsjes. Hij is getest en werkt perfect, geen lekkages meer.

Ik ben diep geroerd. Erg blij. Ik heb Bo uitvoerig bedankt, voor de zoveelste keer voor zijn hulp. Hij wilde mijn extraatje niet accepteren, hij keek niet blij, net als die vogel 20 jaar geleden in Ballen op Samsø, maar deze keer hield ik voet bij stuk op gevaar van agressie af, anders slaap ik niet vannacht. Ik heb voor hem desgevraagd mijn website genoteerd. Hij heeft ook een website, die staat hierboven op de foto van zijn visitekaartje, maar ik druk hem nog een keer af: www.angelreise.de en facebook.com/orcarederiet/. Why? Because I can, that’s why. Bo Andersen voor al uw vistrips (aan zoiets hoef ik ook niet te beginnen met mijn kraakpolsjes; weet je wat een volwassen kabeljauw weegt?).

We gaan een happie eten, nog meer vulles wegbrengen. Het regent inmiddels, het is somber geworden. We blijven liggen vannacht. Het zou lullig zijn om nu nog te vertrekken en buiten te ankeren. Mans had trouwens al betaald toen ie terug kwam uit Odense. Hij was niet erg te spreken over de architecten die ook in die stad niet weten hoe ze de authentieke sfeer moeten behouden. Pleur d’r maar een zooitje beton overheen! Hatseflats. Goh, wat een mooie, verse Muffler hebben wij weer. Ik ben benieuwd, niet of, maar wanneer het volgende project zich aandient, want dat dat gebeurt staat in de sterren geschreven, ligt al vast als het ware, de schikgodinnen hebben dat reeds bepaald. Ik wor bijna nieuwsgierig.

Tien voor half zeven. 179 DK in de automaat gedaan, we mogen nog een nachtje. Oh ja, ik vergat nog te vertellen dat we vanmiddag de havenmeester op bezoek kregen, niet om ons weg te sturen van de Abel-J, maar om een praatje te maken. Ze had ons namelijk in Samsø gezien en verwonderde zich over onze hardnekkigheid waarmee we bleven liggen, eentje nog hardnekkiger dan de anderen, terwijl iedereen de haven in vluchtte. Zij gaat regelmatig naar Langør voor een vakantie of het weekend, dat is een tweede huis voor haar. De Laga is heel vaak in Langør geweest en ook dat kon zij zich herinneren. Kijk dit zijn leuke ontmoetingen. Miriam belde net ook een paar keer met face time, maar dat ging qua bandbreedte niet lekker. We gaan nu eten. Morgenochtend op ons gemakkie vertrekken, om een uur of negen dus ik hoop nog een stukkie eruit te persen. Als ik om vijf uur wakker word kan dat. Gaat lukken en anders heb ik pech, loop ik een dag extra achter. Van Nico mogen we het teakhouten aanrecht houden! By the way: Nico is de koper van Ma d’r huis, had ik dat nog niet gezegd?

Vijf over zeven. We hebben kleine biefstukjes gegeten, gekocht in de Netto. Die waren niet duur en toch best te eten als je de harde stukken eruit snijdt en/of kauwt. Met een piepertje, wat kidney beans en een eitje, echt lekker. Nu gaan we een stukje wandelen, het eten verteren, de bloedsomloop op gang brengen.

Kwart over acht. Gewandeld door de straten van de stad, langs de kerk, een beetje naar de buitenkant en door een mooie poort uit de 17e eeuw, de langste van Europa staat op een bord. Terug naar het centrum en de haven. Veel staat in de steigers, da’s jammer, maar vermoedelijk noodzakelijk  Het begon te regenen, beetje somber, maar toch nog redelijke plaatjes geschoten. Nu zitten we weer op de boot. Computeren, met foto’s klooien, lezen, puzzelen. Ik denk dat we vanavond, net als gisteravond, wel weer in bed terecht zullen komen. Het was een uitzonderlijk fijne dag, dat begrijp je. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Woensdag, 22 juli 2020

Nyborg 2

Zeven uur. Woensdag 23 juli is het en we hebben behoorlijk doorgeslapen. Hoeveel juli, vraagt Ingeborg. 23 juli, volgens mij is dat juist. Wij behoren nu uitgerust te zijn. Dat is niet zo. Het is woensdag 22 juli. Ik moet zes dagen inhalen vandaag, met verhaaltjes schrijven, dat betekent dat ik de hele dag zit te schrijven, minimaal. Jammer, met dat prachtige weer. Het is weliswaar steenkoud in de boot, maar daar is niks aan te doen. Bovendien stinkt alles nog steeds naar uitlaatgas.

Het is vandaag woensdag 22 juli. We liggen in Nyborg te wachten op een zelf gekocht cadeautje bij Vetus te Schiedam, besteld door onze nieuwe vriend Bo Andersen, de duizendpoot. Het ding gaat 410 euro kosten, 19 euro minder dan wanneer ik hem in Nederland zou hebben gekocht. Lache man. Ik ben de hele ochtend bezig geweest met het voltooien van het verslag over ons bezoek aan Kopenhagen. Ik heb 62 foto’s geselecteerd en erbij gezet, dat leek me wel genoeg. Je kan ook overdrijven natuurlijk. 

De ochtend is wat dat betreft kabbelend verlopen, muziekje erbij en Ingeborg heeft gewassen met de wasmachine. Dat is ook niet zo’n succes. Het ding weigert te centrifugeren of wij weten niet hoe het moet. In ieder geval is er gewassen en het hangt aan de waslijn. We gaan er toch wat vaker mee aan de slag want anders leren we het nooit. Mans en Willem kwamen vragen of wij meegingen boodschappen doen. Dat gingen we niet want ik wilde doorwerken. Nu, om kwart over twaalf, gaan we boodschappen doen. We nemen de luxe boodschappenkar mee, dan hoeven we niet te tillen. Ik moet hem wel even opdiepen uit de stinkende krochten van het schip. Dat hele hok achter is smerig en alles wat erin staat of ligt ook. Niks aan te doen. We moeten ermee leven, even. Van Willem hebben we een paar extra mondkapjes gekregen, voor als de demper weer smelt. Boodschappen doen, kom op we gaan.

Tien voor half acht saves. We begonnen om vier uur aan de borrel bij Joke en Willem. Dat duurde tot half acht. Heel gezellig. We gaan evengoed nog nasi eten met veel gebakken eieren. Ik ben vrijwel de gehele dag aan het werk geweest. Vanmorgen geschreven en vanmiddag de bilge schoongemaakt. Er stond weer water in. Dit keer geen vuil water dus de oorzaak is weer onbekend geworden. Het was helder water. We kunnen weer opnieuw beginnen met zoeken. Ik heb ook de kelder achter schoongemaakt, in ieder geval het gebied waar morgen de nieuwe geluiddemper moet worden gemonteerd. Vervelend karweitje. Het was ook heel gezellig bij Joke en Willem omdat we bijzonder bezoek hadden. Willem had Bo en zijn vrouw uitgenodigd om een frisje mee te drinken. Mans en Agetha kwamen terug van wandelen en kwamen er ook bij. Het werd erg druk in de kajuit van de Laga.

Bo kon smakelijk vertellen over zijn schepen en de Abel-J. We waren allemaal maar vooral Willem en Mans zeer geïnteresseerd. De spraakverwarring was natuurlijk groot. Willem bleef gewoon Nederlands tegen hem lullen en verdomd hij begreep veel dingen ook nog! Of hij deed alsof. We hebben erg veel lol gehad. Ach, ach wat een feest is dat geweest. We zijn weer helemaal terug in het ritme van borrelen en happen na de catastrofale gebeurtenissen van gisteren. Ik ga vanavond verder met schrijven. Iedereen gaat kezen op de Laga. Ik ben daar niet zo van (zachies uitgedrukt), komt me prima uit. Kan ik me mooi concentreren op de creatieve arbeid. Ingeborg vindt dat ik niet genoeg sociabel ben. Kan zijn.

Half een (snags). Het stukje van 17 juli is af, van Dragør naar Rødvig. Dat was een leuk stukje varen. Het stukje vind ik minder leuk. Vind je het stukje niet leuk, vraagt Ingeborg. Nee, ik vind het een saai stukje, maar dat geeft niet want het is een mooie anticlimax voor het verhaal van Kopenhagen. Ingeborg heeft nog (bijna) niets gelezen van mijn lulverhalen. Geeft niet hoor, als ik mijn ei maar kwijt kan. Half negen ging ze kezen bij de buren en om twaalf uur kwam ze pas terug. Al die tijd heb ik zitten schrijven, vroeger ging het veel sneller, ik weet niet hoe dat komt. Ingeborg staat haar tanden te poetsen, met een hoop herrie. Nu ga ik mijn tanden poetsen, met een hoop herrie. We gaan naar bed. Waar is mijn boek? Morgen komt Bo met mijn mufler (=geluiddemper) en Willem zet hem er in een vloek en een zucht op en dan kunnen we weer varen, kan ie weer smelten.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Dinsdag, 21 juli 2020

Agersø – Nyborg

DagDatumWindWeer
Dinsdag21 juli 2020W 6 – 7 – 5 BfSnags donker, overdag licht. Na 08.00 uur zon
VertrekAankomstLogstandMotoruren
03.15 uur07.45 uur794 NM3775,6 uren

Half vier. Het is nog halfdonker. We zijn kwart over drie vertrokken vannacht. Sinds we naar bed zijn gegaan gisteravond hebben we misschien een uur geslapen. Het mag geen naam hebben. In tegenstelling tot wat je zou kunnen en/of mogen verwachten werd de zee s’nachts niet rustiger. De deining bleef ons als een speelgoedbootje voortdurend tegen de Harlingen 12 aansmijten. Die lag als een zware dobber tamelijk rustig te wiebelen vlak achter de pier van het jachthaventje. Daar op de HA 12 was alles ook in rust, terwijl ik om de haverklap mijn bed uit stoof om te kijken wat er nou weer aan de hand was, zo hard werd aan de lijnen en veren getrokken. Die knallen waren gewoon niet normaal meer. Ik had alle stuurboord stootwillen tussen ons en de HA 12 gehangen, alles. Desondanks raakten de relingen elkaar een paar keer. We hebben gewacht, ik in de stuurstoel, tot de horizon een klein beetje zichtbaar werd en hebben toen losgegooid. Mans kwam toen wel in zijn nakie aan dek om te helpen. Tot ziens aan de overkant Mans, in Nyborg. Pfff, wat een opluchting om vrij weg te kunnen tuffen. We lopen zo langzaam mogelijk, zo’n drie knopen om zelf op adem te komen en het daglicht af te wachten. Het waait alweer behoorlijk, 19 knopen uit het westen, vijf Beaufort dus, maar het water is nog tamelijk rustig want we varen in de lij van Agersø.

Vier uur. De wind is toegenomen tot zes Beaufort met snelheden tussen de 24 en de 27 knopen. Nu we uit de lij komen van het bovenste puntje van Agersø de zeegang toeneemt. We zullen nog een tijdje dwars inkomende golven hebben, voor we “de bocht omgaan” bakbnoord uit richting Nyborg. We zullen misschien moeten stabiliseren. Nyborg ligt op Funen, niet ver van de grote Storebaelt Bro (=brug), een tamelijk grote plaats met meer ruimte voor jachten. Wij zullen echter eerst voor anker gaan buiten Nyborg in de Sund, dat lijkt daar goed te kunnen, in afwachting van de Laga en de HA 12. Bám, nou krijgen we hem, hoor! Alles is weer zeiknat en zout. Het feest gaat beginnen.

Kwart over vier. Stabs aan. Nog steeds 25 knopen wind. Looking good.

Een Sisyphusarbeid,

d.i. een zware arbeid, die nooit tot een einde komt en vruchtelooze inspanning vereischt. Sisyphus was door Zeus veroordeeld om een zeer groot rotsblok tegen een berg op te wentelen, doch zoodra hij bijna den top had bereikt, rolde het blok naar beneden, zoodat hij telkens opnieuw moest beginnen.

05.45 uur. Picture this: niet ver van de vaargeul voor de grote schepen die hier frequent langskomen. We liggen op te boksen tegen 27, 28 knopen wind en elke vijf golven krijgen we een paar flinke oplazers van het water dat hier tamelijk diep is en flink opgezweept wordt door de harde westenwind. Opeens zie ik rook achter de boot. Krijg nou wat. Wat is dat? Een beetje gelige rook en niet zo weinig ook. Ik had net meer gas bijgegeven om prettiger tegen de golven in te varen. Ik neem iets gas terug. Het blijft roken. Ik ruik het ook binnen. Via de boiler ruimte kwam het de kajuit in. Zou dat brand zijn? Neen, het is meer de lucht van uitlaatgas. Ik maak in de kuip het grote luik open en daar komt me toch een wolk rook uit en een herrie van jewelste. Jezus Kristus! Wat hebben we nu weer aan onze kar hangen! Ik moet een gevoel van paniek onderdrukken. Als de ergste rook weg is zie ik dat de hele kelderruimte achter (zo noem ik dat maar) blank staat. Het uitlaatwater staat tot aan de drempel van de waterdichte deur naar de machinekamer, die overigens nu niet zo waterdicht is want hij staat open. Door de bewegingen van het schip op de ruwe zee is er al een flinke klots water de machinekamer ingestroomd, ik schat een halve kuub. Het is een kakofonie van geluiden, de motor, geraas van de uitlaat en geklots in de kelder, de zee. Ik sluit de deur en probeer kuchend door de uitlaatgassen die ik binnen krijg en die ergens dichtbij met het water worden uitgestoot, te ontdekken waar het lek zit. Dat blijkt te zitten in de aansluiting tussen de dikke slang die aan een stalen bocht in het schot vastzit en de demper die aan het andere eind van dat stuk slang vastzit. Ik zie een raar uitsteeksel, een prop, zitten in de demper, die van kunststof blijkt te zijn, plastic, en van alle kanten spuit  daar het uitlaatwater de kelder in. Godgloeiende godverdomme!!!! Van de ene ellende in de andere. Ik denk heel even, een fractie van een seconde maar: ik kan hem beter hier afzinken en in de rubberboot stappen. Tyfus-tering, ALLES gaat naar de kloten op die klotebak!! Ja, zo denk je dan als je dit meemaakt en je zegt het ook hardop en deze keer word ik niet door Ingeborg teruggefloten, die staat trillend als een riet aan het roer. Als ik niet iets doe, zinkt ie daadwerkelijk af. Ing, gas terug!! De snelheid gaat terug van drie naar vijf knopen, waardoor er minder water het ruim in wordt gepompt. Het comfortabeler varen is daarmee natuurlijk ook afgelopen. Als een debiel haal ik de vloerplanken, de mat en het kussen voor de machinekamer deur weg en ook andere in de weg liggende troep gaat het luik uit. Ik ga als een gek met een emmer staan hozen, met de deur naar het zwemplatform open, hoestend en stikkend in het uitlaatgas, hop over het teak zo de zee in. Maar wat er uitgaat wordt door de waterpomp op de motor er net zo hard weer via de lekke demper ingespoten. Zie je het voor je? Het huilen stond mij nader dan het lachen. Kolere, moet ik dat hele eind staan te hozen? Ja, dus. Een beetje laat kom ik op het idee een snuitje voor te doen. Ik heb er nog twee liggen voor de corona. Dat scheelt wel, maar ik blijf het toch merken. Niet gezond dat uitlaatgas. Ingeborg stuurt met de hand om een schip heen, maar voor de rest blijft de stuurautomaat het prima doen, ook bij deze lage snelheid tegen de klotsende golven in. Een tijdje sta ik razendsnel te hozen om te zien of ik het kan winnen van het lek. Dat lukt inderdaad, voor korte tijd. Het ziet er naar uit dat ik tot de overkant moet blijven hozen, een gekkenwerk. Het is een kwestie van kiezen: werk ik me uit de naad tot aan een hernia bij meer toeren en een hogere snelheid met als gevolg dat ik meer gassen binnenkrijg of doen we het rustiger aan. Ik kies voor het laatste want dat rammen hou ik geen twee uur vol. Je wil niet weten hoe tergend langzaam in dit soort omstandigheden vijf mijlen worden afgelegd bij een snelheid van 3,5 tot 4 knopen. Af en toe stop ik met hozen en laat gerust de boel vollopen tot aan de drempel van de machinekamer en dan ga ik weer. Tijdens het hozen heb ik genoeg tijd om mijn eigen stommiteiten de revue te laten passeren. In de eerste plaats dat ik geen giga bilgepomp heb geïnstalleerd in het achtercompartiment. Ik heb twee pompjes, eentje voorin, onder de keuken, voor als de watertank weer lek raakt of een afsluiter afbreekt en eentje bij de motor tegen het schot tussen machinekamer en boiler ruimte. Beide zijn ze verre van toereikend bij een echte catastrofe. Kutpompen zijn het, wat dat betreft, dat moet anders. Je moet eigenlijk een pomp hebben die de verf van je romp zuigt, zoiets dus. Ik geloof dat ik voor goed spul niet bij een watersportzaak moet zijn. Een centrifugaalpomp die ze in de mijnbouw gebruiken zou het beste zijn, maar een kleintje kost 42.000 dollar in de V.S. Daar moet ik nog over nadenken. Voorlopig ben ik van plan de dompelpomp voor de tuin, die ik van Ma heb geërfd permanent in de kelder achter in de boot, vlak onder de drempel van de machinekamer deur te installeren. Ach, ach, wat een zieligheid allemaal! Ondertussen sta ik hijgend en zeiknat een voor mijn leeftijd en constitutie onverantwoorde, maar gedwongen, fitness training uit te voeren. Ik ben na een uur aan mijn tweede snuitje toe. De eerste is aan de buitenkant zwart geworden en aan de binnenkant ziet ie er ook niet fris meer uit.

Ingeborg, de lieverd, komt af en toe kijken of ik nog niet verzopen of gestikt ben in de stinkzooi. Ik heb nog de tegenwoordigheid van geest om haar te vragen een foto te maken van de ellende. Alles voor de verslaglegging. Jammer dat ze niet een fotootje maakt van de klotsende golven in het ruim, maar ja, mijn kop staat niet naar het spelen van regisseur.

Godverdomme, wat een teringzooi! Echt. Hoe moeten we dit straks nou weer oplossen? Ik zie ons al een week in de haven liggen, wachtend op een nieuwe demper, want reparabel lijkt ie me niet. Als we aan de overkant zijn eerst maar ankeren en Willem en Mans daarheen loodsen, voor consult en actie want zelf ben ik de uitputting nabij. Ga maar na: een nacht niet slapen en dan om zes uur beginnen aan een twee uur durende sessie van buik, rug en armcrunches en weet ik veel wat nog meer aan “body tortures”. Na een eeuwigheid neemt de golfslag af wat betekent dat we in de lij van Funen komen bij Nyborg. Dat stadje ligt aan een brede Fjord of Sund waar zat ankergelegenheden zijn. We varen de afslag naar de jachthaven voorbij en laten onder de beschutting van de kust eindelijk het anker vallen, zodanig dat we goed zichtbaar zijn als straks de Laga en de HA 12 deze kant op komen. Gauw de motor uit. Ik pleur de laatste emmers zout water overboord en droog de rest met doeken die ik buitenboord uitwring. Geen spoortje van olie op het water te zien en dat is een goed teken. De kuip is een ravage en de kelder nog meer. De wanden aan bakboord zijn zwart en nat. Ik hoop maar dat er verder niets beschadigd is door de hete gassen, zoals de regelkast van de stabilisatoren of de CV. Ingeborg heeft het niet gemerkt, maar ik heb daar beneden wel even zitten janken. Die paar tranen in de zoute troep maakten toch niets meer uit. De lezer moet het ons maar niet euvel duiden dat er niet of nauwelijks fotografisch bewijsmateriaal is, want zo koelbloedig zijn we nou eenmaal niet. Op de ankerplaats komen we een beetje tot rust. Ik ga eerst douchen en dan liggen op de bank met droge kleren aan en Ingeborg gaat verwoed de kuipvloer en het zwemplateau schrobben, want al dat water met vettige uitlaatgassen laat zijn sporen na. Ze krijgt het prima voor elkaar. Als we in de haven liggen zal ik de zwart-grijze bodem onder de kapotte demper en de machinekamerdeur schoonmaken. Nu ontbreekt mij de fut. 

Kut, wat heb ik weinig fut,

ik sta te trillen op mijn fundament,

ik ben geen vent,

op zo’n moment

zit ik liever op mijn krent.

Ik blijf melig, dat went.

Negen uur. Ga je Willem nog bellen, vraagt Ingeborg. Nah, die liggen nog te slapen en dat heeft ook geen nut nu. Laat maar even zitten. We laten de gebeurtenissen nog eens aan ons geestesoog voorbijkomen. Wat mij het meest is bijgebleven was de enorme rookontwikkeling toen ik het luik opendeed. Dat was echt erg. Brand! Het ergste dat je kan overkomen op zee. Gelukkig was daar dus geen sprake van. En dan is daar het besef dat er geen pomp was om het werk te doen. Dat moet rechtgezet worden.

Tien over elf. Ik zie de Laga en de HA 12 op ons afstuiven. Zij komen van Agersø en komen ons helpen. Ze ruiken een project, nadat ik hen een app-je had gestuurd met heel in het kort wat er gebeurd was.

Tien over twee. Wat we nu allemaal weer hebben meegemaakt! Niet te filmen. Willem en Mans hebben ons geholpen. Willem heeft met heel veel moeite de geluiddemper er tussenuit weten te frotten. Hij was aan één kant helemaal gesmolten en Willem heeft dat rare uitsteeksel eraf gezaagd. Dat was gewoon allemaal gesmolten plastic, zag er niet uit. Ook de demper zag er zielig uit. We (Willem en Mans) denken, weten vrijwel zeker, dat de periode, hoe kort ook, dat de uitlaat zonder koelwater heeft gestaan in Vordingford fataal is geweest. Een beetje vreemd is wel dat het zo lang heeft geduurd voordat dit zich openbaarde, but, hey, what do i know!?

Enne, daarna hebben we het ding schoongemaakt en ingepakt in een vuilniszak en zijn we de haven van Nyborg binnen gevaren. Willem heeft ons daartoe voor de zoveelste keer langszij genomen en is als een ponton van twee boten gaan zoeken naar een plek om aan te leggen. Dat was nog zo eenvoudig niet. Het is een grote haven, maar onhandig ingedeeld waardoor er in deze tijd te weinig ligplaatsen zijn. Hij kan heel handig manoeuvreren op deze manier, maar de omstanders op de boten en de kade keken met argusorgen toe of dat wel goed ging. Alles ging goed. Op een gegeven moment werden we gewezen op twee mannen die op een groot explorer-schip stonden te wenken dat we naast hen moesten komen liggen. Fantastisch!

Door een klein gaatje en in een kleine ruimte wist Willem ons feilloos met zijn tweeën tegen dat schip te vleien. Die lui hadden al de verschansing voor ons opengedaan en vingen ons heel behulpzaam op. Dat niet alleen, maar ze vroegen ook direct wat er aan de hand was en gingen meteen bellen met dealers, bedrijven en weet ik wat al niet! Het was het jaar 2000 all over again! Toen werden wij, Ingeborg en ik, ook in de watten gelegd door een paar norse Denen (wij dachten dat ze nors waren) die onze uitlaatbocht repareerden in hun eigen fabriek en ons rondreden naar de bank, naar de supermarkt en weet ik veel wat nog meer! Dat was op Samsø. En nu gebeurt het ons weer. Dit is Kharma. De man die dit allemaal voor ons doet is Bo Andersen, een reder die twee zeegaande schepen heeft in Hirtshals, met bemanning, die met voornamelijk Duitsers, Nederlanders en Oostenrijkers vierdaagse sportvissers-trips (op kabeljauw vissen ze) maakt tussen Denemarken en Noorwegen. Daarnaast is hij werkplaats chef bij MAN, een grote machinefabriek in Odense, die trucks(motoren) maakt, maar ook grote scheepsmachines van dat merk. Vroeger was ie vrachtwagenchauffeur. Vier jaar geleden heeft ie dit schip, de Abel-J, waar ie excursies naar koude wateren mee wil maken, erbij gekocht. Een van oorsprong Amerikaans explorer-schip waarmee David Attenborough tochten heeft gemaakt voor zijn programma’s over (Ant)arctische wateren voor National Geographic. Bo zit vol verhalen en hij vertelt ze graag en wij willen ze wel horen! Hij heeft het schip in Marseille gekocht. Er stond geen machine of installatie meer in. Die zijn allemaal in containers naar Denemarken vervoerd en het lege casco heeft ie in eigen beheer in 18 dagen (in december) met een sleepboot naar Denemarken gesleept. Hij is nu bezig het schip in zeewaardige staat terug te brengen, ontzettend veel modificaties qua tanks, machines, etc. heeft ie doorgevoerd. Wij, Willem en ik, kregen een rondleiding door het schip, waar Bo honderduit over kon vertellen. Jammer dat wij geen camera bij ons hadden, het kwam gewoon niet bij ons op. Ons leek het, zacht uitgedrukt, nogal een uitdaging maar Bo zit er niet mee en zegt dat het schip over een jaar klaar is en operationeel. Wat een energie moet die man hebben, kan ook wel want hij is pas 63 jaar en drinkt niet. Daar keken wij wel van op, maar het had medische oorzaken, dus begrijpelijk. Geweldige kerel, die Bo. Niets was hem te veel. We mochten zijn stroom gebruiken, zijn waterslangen, noem maar op. Ondertussen was ie steeds aan het bellen over de geluiddemper. Uiteindelijk luidde het oordeel dat a.s. donderdag het ding geleverd zou worden vanuit Nederland, Schiedam (!) via de Vetus-importeur in Denemarken. Bo regelt alles. Hij zorgt dat ie donderdag bij ons wordt afgeleverd, hetzij via een koerier of hij doet het zelf. Hij zou 19 euro goedkoper worden dan wanneer ik hem in Nederland had gekocht. Lache man. Vetus, d’r is niks betus. Lang leve Bo. Bo’s vrouw is ook erg hartelijk. Ze hebben op een paar honderd meter afstand en huis gehuurd en zitten dagelijks op de Abel-J. Zij vertelt ook honderduit over hun avonturen. Jongens, wat een warm bad, waarin wij nou weer zijn beland! Werkelijk niet te geloven. Afijn, we liggen en we hebben vrienden erbij gekregen.  

In de loop van de middag kwam Willem de impeller van de Deutz inspecteren omdat hij vermoedde dat die ook wel beschadigd zou zijn tijdens het drooglopen. Dat bleek redelijk mee te vallen maar hij heeft hem wel vervangen voor de zekerheid. Nu is het wachten op de nieuwe demper. Inmiddels is het tien over zes en Ingeborg staat te koken. De geuren van gebakken kip, uien en knoflook zijn al bijna genoeg om de honger te stillen. Tering, wat ruikt dat lekker!

Half negen. We zijn terug van wandelen en betalen. Ze hebben hier dezelfde automaat als overal, da’s wel prettig. Willem en Mans gingen langs de havenkant kijken. Agetha, Ingeborg en ik gaven de voorkeur aan de binnenstad. Het stadje is alleraardigst. Ze hebben hier een slot, Nyborg genaamd, what are the odds, met grachten, wallen en prachtige typisch Deense historische huizen eromheen. We kwamen een pijper-korps tegen dat steeds hetzelfde deuntje pijpte, en er was een trommel bij, folkloristisch maar na een tijdje weet je het wel. Wat hiervan de bedoeling was weten we niet.

Nu zitten we in het zonnetje op de boot, prachtige avond, matige wind. Helemaal niet beroerd. Het facetimen met Miriam lukte niet zo goed, vanwege de slechte verbinding. Waar blijft nou die harde wind waarvoor we hier naartoe gingen? De weerberichten kloppen niet altijd. Dat is wel duidelijk.

Tien uur. We hebben niets meer gedaan. Alleen maar liggen slapen op de bank en nu ga ik slapen in bed. Het was een fij…. , nee, dat kan ik niet uit mijn strot en op papier krijgen.

Geplaatst in Logboek | 4 reacties

Maandag, 20 juli 2020

Vordingborg – Agersø

DagDatumWindWeer
Maandag20 juli 2020W 5 – 6 – 7 BfZonnig
VertrekAankomstLogstandMotoruren
11.00 uur17.30 uur775?

Tien voor half acht. We zijn ons bed uit gekomen. Nu pas. Beiden waren we al een tijdje wakker. Kwart over vijf. Een beetje liggen soezen en lezen in bed. Stille Getuige van Tess Gerritsen. Lekker hoor, terwijl je langzaam, heel langzaam de wind van windstil hoort aanwakkeren tot vijf Beaufort vanuit het noordwesten. Het water is rustig, omdat we in het oppertje liggen van Vordingborg, een stadje in de verte, met een jachthaven ervoor. Ziet er leuk uit. Ik moest maar weer eens aan het werk gaan. Enorm veel vliegjes zitten buiten op de boot, op de buiskap. Ik vrees dat we de hele dag de deur moeten dicht houden. Het is echt erg hier.

Half tien. Boek is uit. Leuk hoor, Tess Gerritsen. Maar halverwege het boek begint het toch te irriteren. Ze schrijft volgens een bepaalde formule die in elk van haar boeken (of de meeste) terugkomt. Beetje doorzichtig. We gaan koffie drinken. Ingeborg weet dat nog niet. Ik ga koffie zetten en daarna schrijven, ok? Het waait een beetje, niet echt hard. Eens even zien hoe hard het waait.

Da’s nou toch ook wat. Sta ik koffie te zetten, komt er via Agetha een stuk kwarktaart van de buurboot aan de andere kant op ons af. Is dat even goed getimed?! Hartstikke bedankt Joke! Hij was erg lekker. Als we mekaar weer zien zal ik je bedanken (ja, moet je horen, er zit een hele boot tussen en dan ga je niet lopen schreeuwen). De wind neemt toe.

We zijn weer op weg. Change of plan. Het weer dicteert het weer. We gaan naar Agersø. Kan ik daar mijn stukkies afschrijven. Het waait wel maar niet zo hard (zo lijkt het) dat we niet zouden kunnen varen. Dus gaan we gewoon weg. Bovendien vinden we het hier niet zo leuk. Whatamistakeatomakea. Gaan we drie dagen in Agersø liggen, maakt mij niet uit. Schrijf ik daar mijn stukkies wel. Ik was net zo lekker op gang. Om elf uur precies zijn we vertrokken.

Dag, Vordingborg

Het begon meteen goed. Ik was bezig de wierpot te controleren op wier, de naam zegt het al. Er zaten wat slierten in. Ingeborg heeft het ding schoongemaakt. Afijn, het filter er weer in en ik schroef het deksel op de pot en wegwezen. Starten. Al gauw hadden we door dat er geen water uit de uitlaatpijp kwam. Hoe lang dat droog draaien heeft geduurd weet ik niet meer. Uiteindelijk kwam ik er achter dat ik het deksel scheef op de wierpot had gedraaid, waardoor ie lucht zoog in plaats van koelend buitenwater. Kut Ende Tering! (een krachtterm die reeds in de middeleeuwen werd gebezigd) Heb ik weer! Eigen schuld, dikke bult, lulhannes! Ik brulde naar Ingeborg dat ze de motor moest stoppen, waarna ik het deksel opnieuw maar nu recht op de pot schroefde. Pffff. Dat was op het nippertje (wist ik veel!). Over de marifoon: ja, jongens, kleinigheid, had de deksel van de wierpot scheef geschroefd, niks aan de hand, we kunnen weer. En daar gingen we, richting brug waar we onderdoor konden. Mans moest zijn masten strijken, maar daar is ie verdomd handig in. In een poep en een zucht liggen ze plat.

Tien over twaalf. Een lekker bak koffie (de tweede) door de nek. We zijn nu aan het opboksen tegen de golven richting Agersø. Een onderzeese sterkstroom kabel gooide ons in één klap een graad of 80 uit de koers, dat overkwam ook Mans en Willem. Ongelooflijk wat een kracht op de GSM frequentie daarin zit. Lache man. We lopen tussen 1500 en 1600 toeren, met een snelheid van 5,7 knopen over de grond en 5,9 door het water, maar dat varieert enorm want iedere keer als je een oplazer krijgt van zo’n golfdal (de wind en de golven komen recht van voren in) wordt je afgeremd en kan de snelheid soms zelfs teruglopen tot 4,5 knopen.

Kwart voor twee. We zijn nog steeds aan het beuken tegen de wind in. Ik heb de toeren opgeschroefd naar 1700, dan pakt het schip de golven toch wat makkelijker, snijdt ie meer door de golven dan dat ie er op neersmakt. Het is niet anders.

Kwart over twee. We varen nu achter een stukje ondiepte langs, de Fenen Grunde, en daardoor is het water hier wat rustiger. Ik hoop dat daarna als we iets meer in de lij van de twee eilanden Agersø en Omø komen, de zee wat rustiger zal zijn.

Half drie. Ik heb de toertjes met 100 teruggebracht want het is nu echt wat rustiger. We kunnen weer met wat minder brandstof toe.

We varen nu in volkomen kalm water. Het zijn simpele kabbeltjes. De windsnelheid is 14 knopen, windkracht 4 Bf. De ramen zijn helemaal ondoorzichtig geworden van het zout. Kunnen we niet meer doorheen kijken. Nog vijf mijl naar Agersø. We draaien nu 1200 toeren om een beetje gelijk aan te komen met z’n allen. Het vaart heerlijk nu, de zon schijnt volop. Veel wolken, dat wel, maar toch volop zon. Lekker hoor, het leed is geleden. We zagen het heel even niet zitten toen we in korte tijd heel veel klappen achter elkaar maakten in de golven, maar goed, alles is heel gebleven en we hebben lekker doorgedouwd. Dus. Ergo Plus.

1700 uur. Het lijkt me wel een heel klein haventje te zijn, dat Agersø. Buiten de haven lijken de ankermogelijkheden niet zo goed te zijn, weinig ruimte op een geschikte diepte. Vlak naast de haven landt om de haverklap een veerboot. Als we er niet in kunnen is Omø, een eilandje onder Agersø, de beste ankermogelijkheid met deze wind. Maar: in een haven kunnen we aan de kant en dat vinden we allemaal plezant.

Half zes. De Laga voer als eerste het haventje in en vond, gegidst door mensen op de steiger, achteruitvarend een plek achter in de haven, waar ie direct werd ingesloten door andere boten. De HA 12 en wij probeerden ook een plek te vinden maar vonden er geen. Misschien was het gelukt met wat persen en drukken maar daar had ik geen zin in. Mans wilde langs een Deense Bruine Jongen gaan liggen (een “zwarte Prauw”) maar de wit bebaarde schipper wilde hem niet langszij hebben, zonder duidelijke reden. Mans was er gauw klaar mee en gooide net buiten de haveningang zijn anker uit. Een vriendelijke meneer op een steiger probeerde ons te helpen aan een plekje, achterin de haven tegen een Hallberg Rassy 34 aan , maar ik oordeelde dat dat niet zonder schade zou gaan lukken en stoof ook de haven uit om vast te maken aan de HA 12. Die plek was niet rustig, maar het ging. Met z’n vieren hadden we een genoeglijke namiddag en avond, met een biertje, een wijntje en een broodje (on)gezond. Nu is het kwart voor tien. We gaan maar eens naar bed. Er is niets terechtgekomen van het verhaaltje vandaag, vanochtend ruw onderbroken door een plotseling vertrek en vanavond zachtjes verdrongen door de zoete verleidingen van een gezellig samenzijn (waar haal ik het vandaan, hè?). Het komt nog wel. Ik heb er geen zin meer in. Ik wil naar bed. Ik klap de computer dicht. We zien morgen wel. Ik denk trouwens dat van slapen weinig sprake zal zijn want we liggen behoorlijk te stampen en te rukken aan onze lijnen en landvastveren (eentje voor en eentje achter). De HA 12 voelt dat niet of nauwelijks, maar wij wel. Als dat maar goed gaat vannacht. Het deint hier enorm. We zullen het er mee moeten doen. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zondag, 19 juli 2020

Klintholm – Vordingborg

DagDatumWindWeer
Zondag19 juli 2020ZO 2 – 3 BfZon, later wolks
VertrekAankomstLogstandMotoruren
12.40 uur18.00 uur743 NM3764,9 uren

Tien voor zes. Ik ga zitten schrijven. Was om half drie al wakker. Daarna alleen maar aan het sukkelen geweest. Wie weet waarom ik steeds moet niezen als ik begin te schrijven? Wat is dat voor een allergie? Gek wor ik ervan. Snot. We liggen in Klintholm.

Half acht. Ik ben weer helemaal op de klaver. We gaan zometeen met de fiets op weg naar Møn’s Klint, in colonne. Ik heb een stukje geschreven over de tocht van Helsingør naar Dragør. Niet zo’n goed gevoel over. Ik moet de foto’s nog doen en dan pas kan ik hem plaatsen. Laadstekker computer eruit, externe harde schijf eraf want die vreet stroom. Ik zet het stukje er wel op als we aan het varen zijn. Het plan is namelijk na terugkomst van de komende ochtendlijke fietstocht te vertrekken naar Vordingborg. Al deze beslissingen worden ingegeven door de wisselende weersverwachtingen.

Tien voor twee. Jeetje, wat we allemaal niet meegemaakt hebben, sinds vanoggend! Om onze fietsen makkelijker op de wal te krijgen hebben we met de hulp van Willem de Wing V verlegd naar de inmiddels ontstane lege plek voor ons. We lagen mooi met ons kontje tegen dikke rubberbanden aan waar we van het zwemplateau mooi op konden stappen. Tegen negenen had iedereen zijn fiets op de kant en opgetuigd. Scotty en Guus werden respectievelijk bij Agetha en Mans in hun mandje geplant. Bij Agetha voorop en bij Mans achterop. Agetha heeft een ouderwetse spierballenstoomfiets en Mans een elektrische laagtoerige van de eerste generatie. De bemanning van de Laga en de Wing V berijden “ultramoderne” klapvelo’s, waarvan de accu’s ruimschoots toereikend zijn voor de tocht naar Møn’s Klint.

Hop daar gingen wij: door berg en dal (wij hoorden geen hoorngeschal), door bos en beemd. Geweldig mooi is Møn. Veel korenvelden en andere gewassen, mooie huizen, boerderijen en wat al niet. Het was niet te druk op de weg. Af en toe een auto. Het fietsen ging uitstekend. Joke gaf Agetha nu en dan een duwtje in de rug. We zijn op de wereld om mekaar te helpen nietwaar?

De weg richting kliffen was tamelijk rechttoe rechtaan, maar golvend. Voor niemand een probleem. Het is mij overigens een raadsel hoe die hondjes zo rustig los in hun mandje blijven zitten zonder de neiging te krijgen eruit te springen. Nou springt Guus niet meer zo hoog, maar Scotty zou toch een poging kunnen wagen, maar gelukkig blijft ie braaf zitten. Ik wist dat er een afslag naar links zou komen, dus ik gaf gas en stapte daar af om actiefoto’s te nemen.

Nu kwamen we op het laatste stuk naar de kliffen waar het stijgingspercentage iets toenam en het landschap spectaculairder ging onduleren. Het steilste stuk bevond zich in een bosachtige omgeving, heel mooi en koel. De weg was daar onverhard, maar gelukkig droog.

We kwamen stuk voor stuk aan bij het bezoekerscentrum, zo noem ik het maar, een raar gebouw waarin vermoedelijk een  restaurant en toiletten met parkeerterreinen en dergelijke er omheen. Het was nog rustig toen wij daar aankwamen. Fietsen op slot gezet, spullen mee en op weg.

Agetha en ik gingen met de trap naar beneden. Dat wilde ik wel eens meemaken, kijken of ik het nog kon. De anderen gingen de andere kant op, de trappen op naar de uitkijkpunten op de kliffen en de wandelpaden in het bos. Scotty ging met ons mee en Guus met Mans. Ik moet zeggen dat de tippel van zo’n honderd plus meter naar beneden me meeviel, ook al had ik, eenmaal op zeeniveau, trillende beentjes ondanks het rustige tempo. Agetha had er ook geen moeite mee, al zei ze zelf dat haar beentjes ook een beetje trilden. Scotty heeft de afstand naar beneden twee keer afgelegd. De trappen zijn van zee af onzichtbaar omdat ze in hun geheel onder het bladerdak van de bomen vallen. 

Alleen het laatste stukje is zichtbaar. Onder aan de trap kon je wel langs de voet van de kliffen lopen, maar dan moest je eerst over een smerig, zwart stuk oever waar je in wegzakte, terwijl je je aan de smerige krijtrotsen staande moest houden. Die rotsen zijn inderdaad van krijt en nat en klef en je krijgt er vieze handen van (vroeger zou ik “vuile klauwen” hebben gezegd, maar dat doe ik niet meer).

Agetha en ik hadden daar niet zo’n behoefte aan en na een korte rustpauze liepen we de trap weer op. Ik verbaasde me er over dat mijn knietjes zich netjes gedroegen en ook mijn spiertjes deden wonderwel hun werk. Het probleem was echter de hoeveelheid lucht die ik tot mijn beschikking had. In het begin raakte ik tijdens het klimmen “achter adem”. Het ging echter steeds beter en toen we boven waren had ik het gevoel nog wel een keertje te kunnen, maar dat was zelfoverschatting vermoedelijk. Wij wilden net de trap op richting klif en bos toen de anderen terugkwamen. Zij hadden alles al gezien, ons ook terwijl we beneden aan de trap stonden. Agetha en ik wilden toch even de kliffen op om van het uitzicht te genieten en Scotty ook. Alleen flikkerde hij bij het nemen van de trap een keer achterover, een duidelijk teken dat het toch effe teveel voor dat dappere kleintje was. Hij ging met Willem en Mans mee terug. De foto’s die we maakten op de uitkijkpunten spreken voor zichzelf. Werkelijk uniek, dat Møn’s Klint.

Met zijn allen puften we uit op een bankje in het “ontvangstgebied”. Heel gezellig. Joke zorgde voor de benodigde pitamientjes en er waren koekjes voor de suikerspiegel. Het was intussen ontzettend veel drukker geworden met gezinnen die een dagje op een moeilijke manier naar het strand willen. De parkeerterreinen stonden al bijna vol. Tijd voor ons om af te taaien.

De terugtocht ging een stuk sneller. In het bos moest je echt in de ankers om niet met je snufferd op de vastgereden klei terecht te komen. Zowat het hele eind naar Klintholm ging het heuvel af. Zonder brokken arriveerden wij op de haven waar Joke ons vóór vertrek een heerlijk kop koffie met zondagse aardbeienkwarktaart voorzette. Lekker hoor.

En nu bevinden we ons alreeds op de hoge zee, op weg naar de smalle zeestraat tussen Falster en Møn. Ik lees een boekje en Ingeborg puzzelt, ondertussen toch uitkijkend naar mogelijke gevaren. Ik dreig af en toe wel in slaap te vallen. De insectenplaag breidt zich uit tot het interieur van de boot. We zullen de stofzuiger erop moeten zetten. Ik ben bang dat het in de boot naar muggenlijken gaat stinken.

Dag, Klintholm

Vier uur. We zitten nu in de vaargeul tussen Falster en Møn op weg naar Vordingborg. We zittten achter een zeilboot met motor aan en alle zeilen op. Hij heeft netjes zijn kegel gehesen. Ik neem afstand van hem, heb geen zin om langs hem heen te racen.

Tien voor half vijf. Als we niet zo gepreoccupeerd waren door de vliegen en de muggen, in de sloot tussen de twee reeds eerder genoemde eilanden, zouden we het hier fantastisch vinden. Ik raak mijn camera niet aan, staat mijn hoofd niet naar. Mooie kusten, maar daar zie je niets van door de muggenverduistering. De gordijnen zijn dicht, tegen de zon. Het wordt hier te heet. Ik heb de deuren dicht gedaan want de uitlaatgassen waaien door de wind van achter de kajuit in en da’s niet lekker (als ik toen had geweten wat me te wachten stond een paar dagen later, had ik me niet zo druk gemaakt om dat beetje uitlaatgas). Uitlaatgas is niet gezond. Dat weten we allemaal. Als we straks voor anker gaan liggen we met de neus in de wind en dan is alles weer in orde. Tot overmaat van ramp is mijn elektronische boek, waarin ik Tess Gerritsen zat te lezen op hol geslagen en vastgelopen.

We zijn nu dwars van Stubbekjøbing. Die grote brug waarvan ik de naam niet weet hebben we voor ons. De lucht is betrokken geworden, de zon is weg en het is frisser. De deur kan open. We hebben het grootste deel van de insecten met de stofzuiger opgezogen; het plafond is weer wit. We zijn er echter nog niet vanaf. De stofzuiger is overigens waarschijnlijk naar de gallemiezen. Hij begon vreselijk te stinken en werd gloeiend heet. Er kwam nog net geen rook uit. Of dit door de insecten kwam weten we niet. Hij gaat voorlopig op de reservebank.

Vijf over vijf. We stevenen op Vordingborg af, daar gaan we ankeren of de haven in, moeten we nog zien. Na de grote brug gingen we stuurboord uit over de ondiepten naar een diepere onbetonde geul, richting Vordingborg Mans is met de HA 12 weer op weg naar Klintholm lijkt wel. Hij zal het been straks wel bij trekken denk ik. 

Kwart voor zes. Willem vaart voorop en zoekt een geschikte plek voor paal of anker. Het is hier overal tamelijk ondiep. Ik die de dieptemeter af en toe naar 1,9 meter gaan. Mans is inmiddels ook weer op het appèl. De hoek waar we zoeken is niet goed.Mans stoomt op naar een andere plek, vlak naast de betonde vaargeul naar Vordingborg, nog wel een eind van dat plaatsje af. Veel waterplanten hier. Om zes uur laat hij achter een rode ton het anker vallen en wij, de Laga en de Wing V meren naast hem af.

De Laga stoomt op om aan te leggen naast de HA 12, op de achtergrond Vordingborg

Zo, dat is dat, we liggen. Het is hier een beetje een kale boel, het dorp is ver weg en we liggen pal naast de vaargeul. Bootjes varen af en aan, dat is wel gezellig. Hier zouden we dan 3 dagen de harde wind moeten uitzitten. We gaan eten. Even een glaasje wijn inschenken.

Tien uur. Ik was begonnen aan het stukje van 16 juli. Best wat geschreven, foto’s klaargezet. Muziekje erbij. Morgen verder. Nu gaan we naar bed met Tess Gerritsen. We liggen hier heel tevreden met z’n drietjes naast elkaar. De wind is afgezwakt. Het was al niks. We zijn een beetje gedraaid van het zuiden naar het westen. Laat de storm maar komen. We liggen hier prima. Dit was een drukke, fijne dag. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zaterdag, 18 juli 2020

Rødvig – Klintholm

DagDatumWindWeer
Zaterdag18 juli 2020Geen☀️
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.20 uur12.30 uur717 NM3759,5 uren

Vijf voor half acht is het. We gaan zo weg. Gaan we niet lopen? Ik ga effe lopen, wandelen in het dorpje. Jij ook? Ja, ik ga mee. Geen powerwalk maar ook niet slenteren, nou ja, je weet wel. Ben klaar met m’n verhaal. Achtentwintig foto’s van het kasteel erin, hop op op de site. Mooi hoor, hou ik van. Prachtig weer. De zon schijnt. Windstil. Echt motorboten weer. Dus we gaan eerst lekker wandelen nu en als de luitjes wakker zijn straks gaan we weg, lekker motoren naar Klintholm. Alles is lekker. Daar vonden we het vier jaar geleden ook leuk, in Klintholm, we zullen daar denkelijk een dagje blijven liggen om te fietsen naar Møn’s Klint, de beroemde krijtrots kliffen. Lijkt me leuk, heb ik zin in. Deze keer wil ik de trap af naar zeeniveau, een hoogteverschil van ongeveer 130 meter. Mijn knieën zijn nu goed, zie je. Misschien saves uit eten in hetzelfde restaurantje aan de haven, waar ze lekkere vis hebben. Nu gaan we wandelen. Kijk, Ing, ze liggen nog steeds voor anker daarbuiten, zie je dat? Ja, ik zie het.

Tien voor half negen. We zijn vertrokken. We hebben eventjes lekker gewandeld in het dorpje. Een kort stukje maar. Daarna heb ik wat fotootjes gemaakt van de omgeving rond de haven en vanaf de pier. Ik moet weer wat terugnemen. Het water in Denemarken is wél helder. Op de kop van de pier kon ik de bodem op zeker 4 meter diepte haarscherp zien. Een school grote vissen, waarschijnlijk harders, zwom langs, richting haven. Verder zei ik dat er hier altijd kwallen zijn. Vandaag is dat niet zo, ik zie er geeneentje. Het is een prachtige ochtend met een spiegelgladde zee. Een klein vissersbootje vaart uit en ik maak er een paar plaatjes van. Leuk om in te lijsten thuis op A3 formaat. 

Ik krijg weer een GPS-fix alarm. Het ding blijft aan de gang. Oh nee, daar is ie weer, ik kan weer zien waar ik vaar. Mans ligt op ramkoers met een Dehler. Het is de Dehler die gas moet geven. Geinig. We zijn op weg naar Klintholm over een spiegelgladde zee, ik had het zo even al over een spiegelgladde zee, maar er is geen ander woord voor, hij is gewoon spiegelglad, die zee. Dat geeft leuke fotootjes. Goh, wat heb ik van de winter een hoop inlijstwerk. Dit hier heet de Fakse Bugt. Mans belt Willem over de marifoon. Enig overleg over de juiste koers. We gaan allemaal dezelfde kant op, maar dat wil niet altijd zeggen dat je allemaal op de goede koers ligt. Dat is nu toevallig wel het geval

Half tien. Update. We krijgen weer koffie. Nee, zeker niet, tien uur krijg je koffie, zegt Ingeborg. Oh, ok, neem me niet kwalijk, tien uur wordt dat. De zee is ongewoon blak, zo glad als een spiegel als het ware. Nog steeds. Ik heb een fotosessie gehad. Foto’s, filmpjes van de HA 12 en van de Laga, die wat verder weg ligt. Werkelijk prachtig. We stevenen af Møn’s Klint. Daar gaan we zo dichtbij mogelijk onderlangs varen, dat kan nu makkelijk met dit mooie weer, dat worden mooie plaatjes. Het is nog een mijl of tien varen.

Het is half twaalf. Ik heb de hele tijd zitten lezen in Meisje Vermist van Tess Gerritsen, maar daar ben ik nu even mee gestopt omdat Møn’s Klint, de kliffen van het eiland Møn, in zicht komt en daar willen we niks van missen, van dat panorama. Heel indrukwekkend. Aan de voet van de kliffen kun je mensen zien lopen op het stenige strand, maar je moet wel heel goed kijken want ze zijn heel klein, minuscuul tegen de achtergrond van die 120 meter hoog oprijzende witte kliffen. Wat is de mens toch nietig in de natuur. Op een enkele plek is een trap gemaakt naar zeeniveau waarlangs je af kunt dalen. Ik zie er eentje en verderop waar die boten voor anker liggen moet er nog een zijn. Ik heb de snelheid verlaagd naar 1100 toeren om rustig foto’s te kunnen maken.

Kwart voor twaalf. Dat was Møn’s Klint. Mooie foto’s al zeg ik het zelf. Het is iets harder gaan waaien, da’s jammer, het moet windstil blijven. We koersen nu af op de hoek van de kliffen waar we stuurboord uit gaan richting Klintholm. Als je daar omheen bent houden de klippen ook abrupt op, dan wordt de kust lieflijk glooiend met korenvelden en aflopend naar de zee.

Kwart over twaalf. Ik heb al gegeten hoor, heerlijke broodjes met de laatste twee knakworstjes, mayo, ketchup en ui. Ik had honger en dan hoeven we in de haven niet meer te eten. Ingeborg is nu aan de beurt voor een happie en moet ik de wacht houden. We tuffen lekker verder, oh, wat tuffen we lekker.

Half drie. We zijn net wezen wandelen door de nederzetting Klintholm, het is niet zo groot hier. Er is een havengebied met wat vissersboten, enige industriële bedrijvigheid waar overigens nu niets van te merken is en er is een jachthaven met huisjes erom heen, een soort Centerpark-achtig iets. Een havenkantoortje, een klein supermarktje. Maar wel knus, het heeft iets. Een paar restaurantjes zijn er te vinden, waar het momenteel best druk is en dat is het wel zo’n beetje. Als je richting kliffen fietst kom je nog door een soort buitenwijkje, ruim opgezet. In de omgeving zijn veel agrarische bedrijven, korenvelden en dat soort dingen. Het landschap is erg mooi. Wij liggen in de grote haven aan de kade, naast de Laga. We hebben betaald bij de automaat, 240 kronen voor één nacht, dat was niet niks. Joke was niet mee, die moest de zondagse taart bakken, lekker hoor!

Morgen naar de kliffen. Nu zakken we onderuit. Ik hoop nog een stukje te kunnen schrijven vandaag, zodat ik een beetje inloop, maar ik ga eerst een biertje drinken en een boekie lezen in het zonnetje op ons eigen terras. Daar hebben we de hele dag al naar uitgekeken.

Tien over vijf. Klaar met lezen. We gaan uit eten vanavond. Ik heb onze komst (zes personen) bij het ons bekende restaurantje aangekondigd. Reserveren deden ze niet aan. Ze gaan om half zes open en we moeten ons bij het hekje melden. We moeten rekening houden met een wachttijd van anderhalf tot twee uur. Het beste is om bijtijds te komen, was het advies. Ok. 

Negen uur. Nou, wij met z’n allen om tien voor half zes in zondagse kleren naar het restaurant. Zien we daar toch een rij staan voor het hekje! Het restaurant was nog niet open. Dan maar in de rij. We hebben gezellig staan keuvelen met een 86 jarige Deen, we verstonden geen woord en hij begreep ons niet, maar gelachen dat we hebben. Half zes ging het hekje open en een ploeg serveersters begon het verkeer te regelen. Wij verkozen binnen te eten want we houden van warme vis en warme patat en het zou al gauw gaan verkillen. Agetha was er trouwens nog niet. Die was met Scotty 50 kilometer aan het wandelen en ze was verdwaald, hoorde Mans over de GSM, maar ze kwam eraan. We kregen een mooie tafel onder een Bob Ross Schilderij en bestelden allemaal hetzelfde: de vis (twee stukken ieder), de patat en de remoulade saus en een bier. Doe maar een grote, zeiden wij. Dat betekent hier dat je een driekwart liter glas krijgt dat je met twee handen naar je mond moet brengen. Ik schrok me dood. Niet dat ik er mee zat, hoor. Agetha was net op tijd binnen toen de spullen geserveerd werden.

We hebben gesmuld. Het was erg lekker, erg veel en erg gezellig.Vreselijk gelachen weer. Na den eten zijn we bij Mans en Agetha koffie toe wezen drinken met een scheut Quarante Tres erin. Was ook lekker. Veel meer konden we toen niet meer hebben, hoor.

Nu zijn we op onze eigen boot. De zon is aan het zakken. Over een uurtje naar bed, maar eerst nog een stukkie lezen. Het is half elf. We gaan naar bed. Morgen fietsen naar Møn’s Klint. Het was een fijne dag. 

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Vrijdag, 17 juli 2020

Dragør – Rødvig

DagDatumWindWeer
Vrijdag17 juli 2020Z 4 – 2 BfOverwegend Zonnig
VertrekAankomstLogstandMotoruren
08.45 uur13.40 uur694 NM3755,3 uren

Zeven minuten over zeven. We zijn opgestaan om zes uur. Ik ben niet gaan schrijven. Ingeborg en ik gaan een lekkere ochtendwandeling maken in dit mooie weer, de zon schijnt en de lucht is blauw. Naar verluidt zou het mooi weer worden vandaag en daar heeft het inderdaad alle schijn van. Het waait enigszins, niet te hard. Voor het varen is het zeker geen probleem. Ik weet niet wat de luchttemperatuur is. Even naar buiten stappen. Oe, wat een insecten, zeg. Dat is niet misselijk. Het zijn van die hele kleine vliegjes. Vies, bah.

Vijf voor acht. Terug van onze wandeling langs de kust over een onverhard pad, een gruispad, waar het overdag vast druk zal zijn. We hadden niets bij ons, geen portemonnee, geen camera, geen telefoon; helemaal nakend. Een heel eind liepen wij, tot aan een lange steiger waar aan het eind een paar bootjes lagen. Die steiger moest lang zijn omdat de ondiepten zich tot ver uit de kust uitstrekken ter plaatse. Ik slenterde wat op de steiger en Ingeborg zat op een steen uit te rusten. Er kwam een mevrouw aan, die zeiden wij vriendelijk goedendag. Zij zette haar fiets op slot en liep de steiger op. Wij keken haar na en genoten nog wat van de omgeving tot we terugliepen langs de fraaie landhuizen die hier prachtig gelegen zijn aan het water, met mooie, verzorgde tuinen en uitziend op de grote brug die Denemarken met Zweden verbindt. Dit moet wel de goudkust van Dragoer zijn. Een fijne wandeling was het. Daarna zijn we water gaan tanken. De kraan loopt nog. Als de tank vol is, kunnen we afstoten, lijkt me ook wel weer leuk.

Kwart voor negen. Vertrokken uit Dragør. Joke en Willem zijn naar de winkel, die pas om 09.00 uur open gaat, om een laatste boodschapje te doen. Wij gooien vast los en gaan het water op. De Laga haalt ons wel weer in. We zien Mans en Agetha aan de overkant ook al bezig met ontmeren. Nou, daar gaan we weer. Ingeborg heeft vieze handen van het aanpakken van de touwtjes van de stootwillen. Daar zaten dikke lagen vliegjes op, die zij nu als brij op haar handen heeft. Wat dat betreft was de jachthaven van Dragoer een vieze plek, teveel insecten. We zijn gelukkig weer op zee. Daar raken wij ze vast wel kwijt.

Ik heb vast de maten genomen van de accu’s. Als we thuis zijn ga ik nieuwe bestellen. Ik ga met een haakse slijper een stuk van de opstaande randen van de accubak af snijden, zodat ik ze er makkelijker uit en in kan krijgen. Die dingen wegen 65 kilo per stuk, geen kattenpis. Mans kwam al met het idee van een “loopkat” in de machinekamer. Dat moet dan wel een uit- en afneembare zijn anders stoot je voortdurend je harses. Wij hebben daar nou niet bepaald stahoogte, zoals Willem.

Half elf. We zijn goed onderweg, nog 15 mijl te gaan naar Rødvig. We varen niet zo hard, vijf knopen. Ondanks het uitblijven van wind is de zee onrustig en ik klap de stabs uit voor wat comfort.

Kwart over elf. De insectenplaag verdween niet uit zichzelf. We hebben alle zij- en achterflappen en deuren van de kuiptent opgerold en zoveel mogelijk ongedierte weggeslagen met wapperende handdoeken en het bekloppen van het tentdak. Wat een bende. Je krijgt gewoon niet alles weg. Het is hopeloos. We gaan erg langzaam. Ik heb geen gas bijgegeven nadat ik de stabs had uitgeklapt. Ik ga zitten lezen in m’n stoeltje op het achterdek in een boek van Tess Gerritsen. Ik heb er een paar gekregen van Lucien. Ze schrijft onderhoudende trillers met hier een daar een erotische noot. Ik kan weer even voort.

Kwart voor een. We hebben nog niet gegeten en we varen dwars van Stevn’s Klint. Ik zie een vuurtorentje en kliffen. Mans vaart zeer dicht onder de kust. Hij wil het allemaal goed zien. De Laga, die ons in zijn eigen (hoge) tempo heeft ingehaald is de bocht om en uit het zicht verdwenen. Ik ga een fotootje (of twee) maken van de kust.

Ik had bij gelegenheid gezegd dat deze kust niet uit krijtrotsen bestaat. Dat moet ik terugnemen. Deze kliffen zijn wel krijtrotsen. We worden nog steeds belaagd door vliegjes, maar het zijn er wel minder dan toen we vertrokken.

Tien over half twee. We liggen net vast aan de Laga. Voor de Harlingen 12 was er twee boten verderop nog een lege plek waar ie precies in paste. We drinken meteen maar een vastmakertje bij Joke en Willem. Ik hoorde bij de buren de bierblikjes al ploppen. En daaarna moeten we het stadje, dit haventje maar eens gaan bekijken, nietwaar?

Half vier. Een mooi dorpje, Rødvig aan de zuidoostkust van Sjaelland in Denemarken. Klein jachthaventje, niet zoals Dragør of Helsingør dus we mogen van geluk spreken dat we een plek konden vinden. We stoppen met de borrel want we moeten nog wandelen en een sticker uit de automaat trekken. Ik moet vandaag ook nog ergens een momentje vinden om iets te schrijven, of zo, anders gaat het fout met de logistiek en de planning.

Om een uur of  vijf waren we terug. Dat was nog een hele wandeling, zeg. Langs de haven tot de kade overging in een stenig strand. Onderweg kwamen we een automaat tegen waar we havengeld betaalden. Op een plek voor campers aan de haven stond een oud Nederlands echtpaar met hun camper. Die man zei dat ie van zijn 6e tot zijn 72e ook heeft gezeild, tot zijn vrouw het niet meer kon en nu zwerven ze zomers al 14 jaar rond met de kampeerwagen, van standplaats naar standplaats. Als ik het goed uitreken is die man dus 86 jaar. Zie je wel, het kan dus wel, hè, tot op hoge leeftijd. Dat moeten wij ook kunnen, maar dan niet met een camper maar op een motorboot. Een camper lijkt me veel te moeilijk. Tijdens het gesprekje kwam zijn vrouw de hoek om schuifelen, zelfstandig, zonder stokken en rechtop, dat wel, maar ik vrees dat dit waarschijnlijk toch het laatste seizoen voor hen wordt. Dit zijn wel volhouders, hoor! Respect. We zijn om het hele dorp heen gelopen en kwamen bij Brügsen, een supermarkt, waar wij wat dingetjes kochten. Een praatgrage Deen die met ons opliep naar de haven vertelde dat deze super erg duur was. In Kopenhagen, waar hij woonde, was alles veel goedkoper. Nou ben ik sinds gisteren toevallig een Kopenhagen kenner en dat moest ik dus met hem oneens zijn, maar ik ging er niet om strijden. Hij was wel aardig, maar een beetje een ouwehoer. Het dorpje stelt eigenlijk niet zoveel voor. Maar rond de haven is het wel mooi en knus en schilderachtig, een beetje. Hier wat fotootjes:

Terug op de boot een beetje lezen, biertje drinken. Ingeborg is nasi wezen maken. Het is nu zeven uur. De nasi was heerlijk, we hebben zat over om een halve week van te eten. Dat is toch fantastisch? We moesten wel bij de buurvrouw een koppie rijst lenen. Gelukkig had ze nog. Genieten, genieten, genieten. De kou die er eventjes was is weer weg. De zon schijnt en we zitten met de dubbele deuren wijdopen te lezen op het achterbalkon met een muziekje uit de laptop op de achtergrond.

Tien voor negen. We zijn terug van ijs eten met de hele ploeg. Willem heeft getrakteerd. Erg lekker. Een tijdje slap zitten lullen op een bankje aan de haven. Nog steeds mooi weer. We zitten in onze hemdsmouwen. Blauwe lucht, geen wind. Buiten de haven liggen boten voor anker, een stuk of zeven. De zee is erg plat en bewegingloos. 

Half elf. We gaan naar bed terwijl het nog niet eens donker is. Ik weet niet wat we nog moeten doen. Geen zin om te schrijven, niks geschreven vandaag. Dat wordt niks op die manier. Het gaat fout met de logistiek en de planning. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen