(geschreven ergens in mei/juni 2003)
Ik zit op de fiets en heb een bakstagwind. Aan weerszijden van de Hofweg strekt de polder zich in de miezerige regen grauw en troosteloos uit tot aan de ringdijken. Het is kwart voor elf; als ik een beetje doortrap ben ik nog op tijd voor de bel; een prettig vooruitzicht, een bakkie koffie of twee zullen er wel ingaan na zo’n tocht in dit pokkeweer. Al fietsend vind ik het een steeds beter idee om het huis uit te vluchten. Het ijsberen tussen het raam aan de straatkant en het raam aan de slootkant begint al knap te vervelen. Wat ik in het weekend wel leuk vond: de hele ochtend naar onbenullige t.v.-programma’s staren, doet mij nu bijkans in janken uitbarsten: wat een leegheid, wat een duf bestaan, wat een nul! Ik vroeg vanmorgen aan Ingeborg of ze nog een klusje voor me had. Zuchtend (voor haar is het ook niet leuk) nodigde zij mij uit de binnenkant van de ramen aan de zijkant van de schuifpui te lappen, dan kunnen we de buurvrouw weer langs zien lopen (maar dan moet ik de buitenkant trouwens ook doen). Toen zij naar haar werk was, begon ik, om erbij te kunnen, te trekken aan de bank die onder het raam staat. Echter toen mijn slapen begonnen te bonzen en ik steken in mijn voorhoofd kreeg liet ik deze klus voorlopig maar voor wat hij was (ik doe het nog wel hoor, Ing!). Het lijkt wel of mijn belangrijkste bezigheid nu is geworden of ik in “Goedemorgen Nederland” verschillen kan ontdekken tussen het deel voor acht uur en het deel na acht uur: is het nou een herhaling of proberen Daphne Bunskoek (lekker ding) en haar gasten in het tweede deel alles precies hetzelfde te doen; ik ben er nog niet uit. Sinds donderdag 15 mei sta ik op non-actief. Dat is het voorportaal van iets ergers: “De W.W.”. Ik dacht dat het beroepsmatig niet-actief zijn tevens iets was om naar uit te kijken: “Whatamistaketomake”! Ik ben de laatste 35 jaar vaak gevallen, maar nog nooit in zo’n gat. Het is nu een week later, donderdag 22 mei. Ik ben nu al vergeten, wat ik in die week allemaal niet heb gedaan. Oh ja, een paar dingen schieten me weer te binnen: straatje opgehoogd, stukje tuin schoongemaakt, (een beetje) afgewassen, was opgehangen, stofgezogen, eten gekookt, schuurtje (klein beetje) opgeruimd, takken van een boom gezaagd en in de containers gepropt, het ontslagverweer van mijn advocate herschreven, de boot van onderen geschilderd met foute antifouling, een lier uit elkaar gehaald en schoongemaakt (wie wil hem weer in elkaar zetten?). Alles bij elkaar lijkt het heel wat, maar je staat versteld wat een tijd er toch nog overblijft waarin je je een slag in de rondte verveeld. Voor de fatale datum kwam ik maar een keer in de week bij mijn 83-jarige moeder: gisteren gaf zij mij te verstaan dat ik nou eens een keer moest opsodemieteren! Dat is nou al de vijfde keer in een week dat je hier komt. Ga eens wat nuttigs doen, jongen! Ik werd er echt een beetje ziek van: gister overviel mij een gevoel van wanhoop, geen zin om nog iets aan te pakken, want je bent er toch zo mee klaar en dan moet je weer iets bedenken en organiseren om het uit te voeren en dat is precies wat je nekt! Nog tijdens het demonteren van hierboven genoemde lier, hetgeen ik uiterst traag en precies deed (toch raakte ik wat veertjes kwijt, pvd=potverdikkie), nam ik een Aldi-biertje, het was pas twee uur, dat vlotjes naar binnen ging zodat een tweede vrijwel direct aan de orde was. Toen de onderdelen van de lier schoon en gedemonteerd op de werkbank lagen, ging ikzelf ook maar even liggen, jawel: voor de TV. As the World Turns, of zoiets, is goede slaapstuff: ik was onmiddellijk vertrokken. Tijdens mijn slaapje “kickten” de Aldi-jongens er goed “in”: ik werd met een zware migraine wakker en voelde mij op misselijk makende wijze duizelig. Ik werkte mij met 800 milligram Ibuprofen mis- en manmoedig door achtereenvolgens Jake and the Fatman, Mad about you, Friends, RTL-Boulevard, Volgens Hem Volgens Haar, Some mothers do ‘ave em en Philip Freriks heen. De laatste deed echter de deur dicht zodat ik hoognodig naar bed moest, teiltje ernaast voor de zekerheid. Ingeborg kwam om half elf thuis (die werkt lang door hoor!) en deed gelukkig heel zachtjes, mompelend: is het weer zover?! De volgende ochtend, vandaag dus, was het nog niet over. Ik zag als een berg tegen deze dag op. Het weer zou ook al niet meewerken. Maar ja, toch maar eruit. Ik moest het zadel van Ingeborg d’r fiets nog omlaag zetten, want die had ik gisteren gebruikt. Ingeborg in de motregen weer naar haar werk. De vuilnisbak bij de weg gezet, vervolgens duf en nietsziend gedurende vijf minuten vanaf de oprit links en rechts de grauwe straat ingekeken en na het meergenoemde trekken aan de bank bij de schuifpui was het werk eigenlijk alweer gedaan. Kopje koffie gezet (3 minuten), afwas van het aanrecht geruimd (2 minuten), tafel afgenomen (5 seconden). Terug naar de TV: Daphne Bunskoek in actie met Peter Jan Rens, Vincent de filmkenner en nog zo’n figuur en dat twee keer een uur lang op precies dezelfde manier; ik vind het knap hoor!! Daarna nog een uurtje zitten zappen, tegen mijn zin twee girootjes geschreven en, slof slof, op de post gedaan, god wat een sleur! Zat ik nog maar op Sloterdijk op de zesde etage uit het raam te kijken, hoe de bouw van de Hemboogspoorlijn vorderde. Mijn kamergenoot op kantoor, mijn goede collega Jan B., die er ook uitgesodemieterd is, deelde mij al eens plechtig mede dat hij, als hij werkloos werd, afwisselend in het park en op zijn balkon ging zitten en dom voor zich uitkijken. Bij dat beeld moest ik onwillekeurig denken aan Diogenes in zijn ton, die kon dat ook, jarenlang. Ik zie het Jan wel doen. De oplettende lezer zal denken (en, als ie werkloos en/of arbeidsongeschikt is, misschien ook wel hardop zeggen!): Jezus man, waar gaat dit gezever heen? Wat heeft dit in godsnaam met Watersport te maken, want ik zit hier toch tenslotte mijn KwaliteitsClubblad te lezen nietwaar? Hou toch op met dat gezeik en ga naar je boot. Ga varen, daar heb je nu toch tijd genoeg voor? Ja, Ja, Ja zeg ik dan weer, gotverdee, hier is dan de “link” en daar komt dan de aap uit de mouw, jaaa!?: mijn boot staat toevallig op de kant in Hemmeland, JAA!!?? En nu al bijna twee weken lang, JAAAA! Ik kan wel gaan varen, maar dan haal ik het eind van de steiger niet, ja, met al die gaten erin, jaa? Sommigen van de lezertjes weten wel dat ik een aluminium schip heb en een alu schip heeft doorgaans plastieken afsluiters. Bij de aanschaf heeft men mij niet verteld dat die eigenlijk jaren geleden al vervangen hadden moeten worden. Daar kwam ik op subtiele wijze achter toen ik bij het ontstoppen van de gootsteen op zeer eenvoudige wijze, met een lichte elleboogdruk de tule boven de afsluiter op de bodem verwijderde. Gelukkig kon ik nog net op tijd, buitenwater kotsend, want ik hing brullend met m’n bek precies boven de afsluiter, de kraan dichtdraaien. Ik was dus nog zo gek niet, of ik besloot Slot Jachtbouw te vragen alle afsluiters (zes stuks) te vervangen en/of te verwijderen. En zodoende staat de WING IV “hoog ende droog” op het Hemmelandse Asfalt, inmiddels vanonderen weer bedekt met foute antifouling, opgepoetste zinkanoden en ontdaan van een haperende lier. Ik ben al twee keer naar de boot gefietst (als ik uit mijn depressie ben, zal ik wel eens kijken hoe mooi Overleek wel niet is) om te kijken of ie klaar is. Helaas: tot twee keer toe kon ik nog ongehinderd door de gaten naar binnen kijken. Kijk, wat doe je dan? Het miezert, de boot is onklaar en ook binnen in mij woekert een depressie. Varen zou helpen, ja. Ik zit me nu te bedenken, terwijl inmiddels alweer een lading eten op de kookplaat staat te verpieteren (“ik schrijfkook”), dat dat de oplossing zou zijn. Ik zou niet in dat gat gevallen zijn als die boot in orde en vaarklaar was! Ik moet weer de aansluiting met mijn hobby maken; een liertje uit elkaar halen is niet genoeg; helpt niet. Kik Slot achter z’n kont aan zitten? Helpt niet. Terwijl ik na het posten van de girootjes peinzend van tussen de deurposten aan de zijkant van de garage naar het verveloze fietsenschuurtje staarde en mijn jas al stond uit te trekken, wist ik het opeens: natuurlijk, dat was het, ik moest naar de Club fietsen en met het Schaduwbestuur lullen over alles wat met watersport en wat niet met watersport te maken heeft! Dan zou het goede gevoel weer terug komen! En daar gaan we dan, peddelend in plastic over s’Heeren Landwegen, 4,5 meter onder NAP. Wat zou de Purmer toch mooi zijn als de zon scheen en wat zou het fietsen hier een genot zijn als de wegen niet onder de stront en de bagger zaten. Zachtjes neuriënd (“Oh Nederland, Oh Nederland, jij klein, koud, kaal, kolereland”) leggen wij, mijn fiets en ik (zo ver ben ik al!), de 12 kilometer af van Ilpendam naar de jachthaven in Edam[1]. Het is half twaalf als ik hijgend langs de Zeesluis tegen de Zeevangszeedijk op kom en verwachtingsvol gestemd het parkeerterrein over trap, richting “Seedijck”. Dat klinkt wat cryptisch, maar het is de naam van ons clubhuis. Opeens denk ik: “Praethuys” zou een toepasselijker naam zijn; jammer, had ik maar meegedaan met de wedstrijd. Maar ja, ik zat toen ook al in een dip, geloof ik. Triomfantelijk fiets ik een rondje voor het raam van de kantine. Ja hoor, daar zitten zij: de leden van vandaag van het schaduwbestuur[2]. Terwijl ik weer terug rijd, de hoek om, teneinde mijn fiets in het rek te zetten, wordt de bel bijna letterlijk in mijn gezicht geluid: was ik even op tijd (en doof)? Ik pel het plastic af, neem koffie, maak mijzelf met onmiddellijke ingang lid en neem deel aan de beraadslagingen. Ik moet zeggen: ik kikker er meteen van op. De koffie is goed, het gezelschap aangenaam en de onderling uitgewisselde adviezen uiteenlopend van onderwerp en kwaliteit. De aanwezigen, allen reeds verkerend in een verregaande staat van dezelfde situatie als waar ik nu een week in verkeer, maar dan in een definitieve, hopeloze en daardoor juist ook weer beloftevolle fase, nemen mij begripvol op en ik voel als het ware een warme deken van sympathie, empathie en god weet welke pathieën nog meer, over me heen dalen; ik ben thuis!
dit ga ik doen als de depressie is overgetrokken
[1] Een ander keertje zal ik wel iets meer schrijven over zo’n fietstocht
[2] Het Schaduwbestuur werkt met een wisselende samenstelling, zonder notulen, er is wel een voorzitter.