Ilpendam – Amsterdam – Ilpendam
Donderdag Cultuurdag. Ik lees in bed Jack Reacher uit. Da’s bepaald geen cultureel hoogtepunt; wel leuk maar past niet bij Donderdag Cultuurdag. Het is niet echt vroeg als ik opsta. Marijn en Rianne komen om 11.00 uur naar ons toe en dan gaan we met z’n viertjes naar het onlangs na een jaren durende verbouwing heropende Scheepvaartmuseum aan het Oosterdok in Amsterdam. Ik heb er “zin an”. Marijn belt ons op met de mededeling dat hun C.V. c.q. warmwatervoorziening stuk is en of ie bij ons kan douchen. Uiteraard kan dat, want die van ons doet het nog. Rond elven zijn ze er en als Marijn klaar is met douchen gaan we na een kop koffie op pad. We stappen in zijn Seat Leon Turbo. Met de auto is goedkoper dan 4 personen met de bus, vooral als het Marijn lukt de auto te parkeren op het naast het Scheepvaartmuseum gelegen Marine-établissement. Na een ritje door A’dam-Noord en de IJ-tunnel, tijdens welke het Marijn zichtbaar moeite kost zich aan de maximum-snelheid te houden (dat krijg je met zo’n turbo) arriveren we voor de slagbomen van het marine-filiaal aan de Kattenburgerstraat. Marijn poekelt wat met de wacht, laat zijn pasje zien en verdomd hij kan het terrein op. Wij stappen uit en wachten buiten de poort. Makkelijk hoor als je overal je vriendjes hebt zitten. We wandelen in de pittige wind naar het museum en zijn kennelijk niet de enigen die vandaag “Donderdag Cultuurdag” vieren. Van alle kanten stromen de bezoekers toe en vrijwel elk (echt)paar en/of opa en/of oma heeft één of meer kinderen c.q. kleinkinderen bij zich. Aan de buitenkant ziet het gebouw er piekfijn uit; keurig gerestaureerd en schoongemaakt. Het binnenplein daarentegen is geheel overkapt met in metalen frames gevatte glasoppervlakken met in de kruisingen geplaatste blauwe LED-lampen. We staan dus droog en relatief warm in de rij voor de kassa, dat wel, maar ik vind het glazen dak een verkrachting van het historisch karakter van dit gebouw. Het metselwerk is wel in stijl. Rianne en Marijn mogen gratis het museum in (marine, hè?) en wij moeten ieder 15 euro betalen, het volle pond. Het meisje gelooft me niet als ik zeg dat ik vroeger admiraal was en dat we 65 zijn. U ziet er te jong uit, zegt ze. Ik heb meteen vrede met de prijs van de kaartjes. In de catacomben geef ik mijn jas en vest af in de gratis garderobe. Da’s goed geregeld. Tot een uur of 15.00 uur zwerven wij over drie verdiepingen in drie van de vier vleugels van het museum rond. De toegang tot de steiger en het namaak VOC-schip de “Amsterdam” is vanwege de wind gesloten. Te gevaarlijk! Dat is nou die “VOC”-mentaliteit! Binnen kunnen we over de hoofden lopen en is het dringen geblazen voor de uitgestalde voorwerpen. Hadden we kunnen weten. Het is nog kerstvakantie. De tentoonstellingsruimten zijn ook niet geschikt om zoveel mensen te verwerken. Ze zijn erg benauwd, donker en met goedkoop tentoonstellingsmateriaal in elkaar gezet. Ik kan mij herinneren dat het interieur vroeger ruimer oogde, met invallend daglicht en de voorwerpen ruimtelijk opgesteld. Nu staat en hangt alles dicht op elkaar, onoverzichtelijk per thema in plaats van per periode. Het meest frappante is wel de glazen vitrine die midden in een kamer staat opgesteld met alle modeljachten van de 16e tot en met de 20e eeuw op, onder, boven en achter elkaar bijeen gepropt. Je kunt ook erg dicht bij de schilderijen komen. Sommigen hangen in vitrine-kasten maar de meesten hangen in de open lucht, zonder alarminstallatie en je kunt ze zo aanraken en er met je neus bovenop gaan staan. Ik wil foto’s maken van alle schilderijen en er thuis dan de bijzonderheden van opzoeken.
Het lukt me bij een paar maar dan staat er een knul naast me die kennelijk “van het museum is” en tegen mij zegt dat ik wel mag fotograferen maar niet flitsen. Lekker dan, in die donkere holen! Dat was dan weer dat. Vervolgens bekijk ik de schilderijen met mijn neus erop en krijg het nare gevoel dat de meesten zo vals zijn als een kraai. Ze hangen te dichtbij, zijn te glad (geen craquelé) en er is geen suppoost te zien. Met zijn drietjes kankeren we er lustig op los. Ing niet, die blijft beschaafd op Donderdag Cultuurdag. De scheepsmodellen zijn schitterend en authentiek, dat kun je zo zien, maar de kinderen om ons heen maken het erg lastig in alle rust de details te bekijken en te genieten van het moois. Ik denk dat we het nog een keertje buiten de vakantieperiode moeten overdoen, maar dan ga ik eerst “bij de marine”. Ik wil nog één misser noemen. Vroeger stonden de zilveren scheepsmodellen (veel meer dan ik nu kon vinden!) en kunstig bewerkte en gegraveerde drank-glazen in vitrines duidelijk opgesteld, goed zichtbaar en aan de voet direct van informatie voorzien. Nu is er een kamer ingericht waar keukenkastjes aan de muur hangen die je moet opentrekken en dan zie je het kunstvoorwerp staan in een verlichte vitrine met een toelichting op de binnenkant van het opengetrokken deurtje. Ik kijk nog of er een liftinstallatie is waarmee je het kastje kan laten zakken zodat een zeer kleine medemens of iemand in een rolstoel ook even kan kijken, maar neen! Met de ogen knipperend vanwege het schelle licht steken we een paar keer het binnenplein over om een andere vleugel binnen te gaan. Het is overal hetzelfde: donker, nauw, slecht afgewerkt en het bederft een beetje het plezier in het kijken naar al die mooie dingen. Bij de Noordvleugel staat een hele lange rij van mensen die een “virtuele zeebeleving” willen meemaken. Zo’n beleving hebben wij vieren niet virtueel maar in werkelijkheid meegemaakt dus we gaan er nu niet voor in de rij staan. De museumwinkel heeft een heleboel dure dingen, boeken, kitsch en zo, maar geen bouwdozen van scheepsmodellen of reproducties op linnen van de tentoongestelde schilderijen. Nee, logisch! Die hangen allemaal binnen! Nou lijkt het net of we negatief zijn. Dat is helemaal niet zo. We hebben reuze plezier, zo met ons vieren, dat we dit samen doen bedoel ik en we vinden dat het museum prachtig gerestaureerd is maar de vormgeving van het museale deel, de inhoud zeg maar, is in een aantal opzichten de sluitpost geworden van dit langdurige project. Te 16.00 uur zijn we moe, enigszins teleurgesteld maar ook wel weer voldaan thuis en onder het genot van een oudhollandse kroket zoek ik op internet naar de verblijfplaats van schilderijen van de in het S.M. getoonde schilders en ja hoor: ik kan geen enkele verwijzing naar het Scheepvaartmuseum vinden. Hun werk is alleen te vinden in het Rijksmuseum en grote musea buitenslands. Ik kan me ook met geen mogelijkheid voorstellen dat een schilderij van Ludolf Backhuysen of van Willem van de Velde de Oude (of de Jongere!), die stuk voor stuk kapitalen waard moeten zijn vrijwel zonder toezicht binnen het bereik van grijpgrage kinderhanden zouden worden opgehangen en als dat wel het geval is moeten de curatoren van het S.M. nog eens hard op hun kop krabben (of ermee tegen de muur!). Saves voor mij een keertje geen TV: ik “schrijf”: 1, 2, 3 en 4 januari (deze lukte niet meer want ik viel snags van mijn stoel). Het was een winderige, fijne, culturele familiedag!


