Porto Turistico Marina di Ragusa – Ragusa (Ibla) v.v.
We moeten vroeg op want we gaan vandaag met de bus naar Ragusa. We willen met name Ragusa Ibla (=benedenstad) bezichtigen. Ik ben daar vorig jaar een keer geweest met Jan en José van de “Jonas”. Ingeborg zat toen al in Nederland. Dit uitstapje is voor ons een hele belevenis als je in ogenschouw neemt wat we sinds 2 februari hier gedaan hebben (=niets, maar genóten dat we hebben!). Als ontbijt eten we een broodje aardbeien en een sinaasappel met een kop thee erbij. Rugzak met fototoestel erin, tabel met bustijden, plattegronden van Ragusa en Ragusa Ibla en weg zijn we. Het is kwart voor negen als we over een doodstille landingsbaan en dito boulevard naar het dorpsplein lopen. Daar haal ik, na de gewapende politieman naast de automaat vriendelijk te hebben gegroet want je weet maar nooit, geld uit de muur en op een bankje wachten wij op de bus van 09.25 uur.
Precies op tijd rijden we richting Ragusa. Het landschap is al enigszins bekend van de twee of drie keer dat we hier langskwamen. Te 10.00 uur spuugt de bus ons uit bij het busstation aan de Via Zama in een buitenwijk van Ragusa en rijdt vervolgens door richting centrum. Shit, we hadden net zo goed kunnen blijven zitten. Weten we voor de volgende keer. Het is hier vergeleken met Marina di Ragusa en ondanks de onbelemmerd schijnende zon, verdomde koud door een tamelijk strakke landwind. Doch welgemoed wandelen wij de Via Giosuè Carducci af naar beneden in de richting van het dal dat Ragusa in tweeën snijdt. Mijn knoken houden zich goed en we hebben er zin an. Het gedeelte van de stad aan de kant waar wij lopen is nieuwer dan de overkant, waar het oudere centrum is. We zagen tegen de wandeling op omdat volgens zeggen de afstanden erg groot zouden zijn, maar omdat alles voor ons nieuw is en er veel te zien valt hebben we daar nauwelijks erg in. Aan het eind van de Via Carducci stuiten we op het dal, met aan onze voeten een park. We gaan rechtsaf de Viale del Fante op en komen op de Piazza Libertà, waar het sterft van de auto’s, geparkeerd en rijdend. Onder een poort door lopend vervolgen wij onze weg op de Via F. Pennavaria. Aan een gezellig pleintje staat één van de vele kerken die Ragusa (en elke stad in Italië) rijk is.
De stad komt tot leven. Keurig geklede dames en heren in splinternieuwe, doch allemaal zonder uitzondering geblutste of bekraste auto’s zijn op weg naar hun werk (of anderszins). Even verderop slaan we linksaf de Ponte Papa Giovanni XXIII op. We staan stil bij het fraaie uitzicht op het dal en twee andere bruggen verderop in de richting vanwaar wij zijn gekomen.
Als we aan de overkant aankomen heet het Via San Vito die wij volgen tot aan de Corso Italia, alwaar wij rechtsaf slaan en de straat volgen tot ie Via XXIV Maggio gaat heten. Dat betekent “De Weg van de Vierentwintigste Mei”: de dag waarop Italië Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde. Is dat nou een reden om een straat zo te noemen? Ik zou er niet al te trots op zijn. Het is toevallig ook de sterfdag van mijn schoonmoeder, een veel betere reden om een straat zo te noemen. Neen wacht, dat komt rottig over, dat neem ik terug. Meestal hebben die straten, waar dikke SUV’s overheen zoeven, heel smalle trottoirs. Het barst hier van de SUV’s, zo één als Ingeborg ook wil hebben. Je moet dus goed uitkijken waar je loopt.

ik zei: meestal, en ik heb even gewacht tot er geen SUV's meer langszoefden. Dit is de Via XXIV Maggio.
Aan het eind van die straat beginnen de trappen naar beneden (je kunt trouwens ook van beneden naar boven lopen op die trappen) langs welke je de benedenstad, die nog ouder is, kunt bereiken. Je kunt ook via slingerwegen naar beneden maar dat is een heel stuk “om”.
Na heel wat trappen af te zijn gehuppeld komen we bij de Chiesa del Purgatorio. Vanwege niet nader uit te leggen redenen kan deze kerk niet meteen worden bezichtigd. We moeten eerst een horeca-gelegenheid zien te vinden die open is en dat is nog niet eens zo makkelijk in deze tijd van het jaar. De kronkelende straatjes en aanpalende pleinen en pleintjes zijn leeg en verlaten en alle deuren zijn dicht. Hijgend arriveren wij bij de Duomo di San Giorgio in de omgeving waarvan we een hotel treffen met een WC-deur erin.
Ik bestel twee koffie terwijl Ingeborg haar ding doet. De mevrouw wil ons een luns aansmeren maar de omgeving en de prijs staan me niet aan. In een donkere hoek aan een haastig leeggeruimde tafel drinken wij onze kop Espresso. Zo, dat ene slokje is bijna genoeg om je van het koffiedrinken ook meteen maar te genezen. Het mist echter zijn uitwerking niet. Verkwikt vervolgen wij onze wandeling door Ragusa Ibla. Kijkend en fotograferend.
In het parkje aan het eind van de stad zitten we een hele tijd op een bankje uit te rusten in de zon en te genieten van het uitzicht over de vallei. Het is jammer dat we niets te eten en te drinken hebben meegenomen. We moeten op zoek naar een eetgelegenheid en dat gaat hier in Ibla niet lukken.
Aan de andere kant van de oude stad lopen we door straatjes en over trappen terug naar het uitgangspunt, de kerk “del Purgatorio”. Op de hoge trappen zitten drie of vier dames van Aziatische kunne de omgeving op papier vast te leggen. Net als we naar binnen willen stappen, blijkt de deur die daarvoor nog open stond, dicht te zijn. Ik morrel aan de deurkruk en duw een beetje. De priester die aan de andere kant net de sluitbalk voor de deur wil doen, valt zowat achterover en laat ons alsnog binnen, waarschijnlijk indachtig het gezegde: “als ik voortijdig de deur dichtgooi ben ik misschien een klant kwijt”. We dwalen een beetje door de rommelige, barokke kerk, ons bewust van een overigens geduldig wachtende priester bij de voordeur. Voor we de trappen naar de bovenstad bestijgen maak ik een fotootje van Ing op de trappen van de kerk, naast de artiesten.
Dan zijn de beruchte trappen aan de beurt. Omhoog is een heel ander ding dan naar beneden. Een hele klim en een aanslag op je knieën, dat kan ik je wel zeggen. En dat op een lege maag. We kijken nog een paar keer om naar de benedenstad en maken foto’s.
Via de oorlogszuchtige straat komen we weer op de Corso Italia, lopen door richting centrum en passeren een tent genaamd: “Antico Caffè Trieste van de “Fratelli Pluchino” (=de gebroeders Pluchino). Zou dat familie van Viviana zijn? In M.d.R. zagen we ook al een zaak (de fietsenmaker, waar we nog heen moeten) die Giorgio Pluchino heet. We gaan het café binnen en verorberen ieder een bak Café Americano, een glas water en een kleine pizza. Kosten: totaal 5,40 euro; het is duidelijk nog geen hoogseizoen. Gesterkt gaan we weer op pad.
Op de Piazza San Giovanni zit tegenover de gelijknamige kathedraal een Ufficio Turistico. We hebben daar een heel gesprek in het Italiaans met de dame achter de balie. Ze is heel geduldig in haar pogingen ons te verstaan en te begrijpen. Af en toe een beetje Engels er tussendoor en we komen een heel eind. We lullen wat af over Nederland en Sicilië en vergelijken de klimaten. We krijgen van haar aan de hand van een nieuwe plattegrond een complete uitleg over de bezienswaardigheden van de stad. Ja, als je maar twee toeristen op een dag aan je bureau krijgt wil je wel aan de gang! Eenmaal buiten klimmen we het immense bordes voor de kerk op en willen erin. Dat gaat niet. Pas om 16.00 uur gaat ie weer open. Daar kunnen we niet op wachten. Ik maak plaatjes van het gebouw met Ingeborg zittend in het portaal (je moet goed zoeken!).
We vervolgen onze weg naar de Via Roma die we aflopen naar de Ponte F. Pennavaria die uitkomt op het Piazza Libertà. Weer plaatjes schieten. Nu van de Ponte Papa Giovanni XXIII (de achterste) en van de Ponte P. Scopetta. Ach, ach, wat mooi allemaal.
Op ons gemak slenteren we over het plein en slaan de Viale T. Lena in. Hier wordt het al wat minder mooi. We komen uit op het Piazza del Popolo, waar zich het Centraal Station van Ragusa bevindt. Via Via Dante naar Piazza Vann’ Anto en daar de Via G. Di Vittorio in. Ik neem aan dat het u zo klaar is als een klontje. Voor ons in ieder geval wel; wij weten nu de weg in Ragusa. Onderweg komen we een sinaasappelverkoper tegen die gewoon aan de kant op de rotonde is gaan staan, zodat auto’s midden op de weg naast hen kunnen stoppen om een zak met 4 kilo rooie sinaasappelen te kopen! Geweldig!
Ook vergapen wij ons aan prachtige Landrovers in een showroom. Het blijkt dat die mooie auto’s hier 9.000 euro goedkoper zijn dan in Nederland! Langs de Via Zama lopen we naar het busstation. Je moet daar goed opletten als je de juiste bus wilt pakken, maar met behulp van een vriendelijke buschauffeur komen we in de goeie terecht en we kunnen een half uurtje uitrusten. Onderweg nog wat fotootjes van het landschap en dan zijn we in M.d.R.
Een kort wandelingetje extra naar de ARD voor een broodje en spulletjes voor de kip met venkel en dan hebben we het lopen wel weer gehad wat mij betreft. Ik voel mijn rug en mijn poten breken bij de scharnieren bijna af. T.a.b. gauw de kachel aan en Kippepoten braden, venkelbrokken erin, knoflook, Parmaham, zwarte olijven, witte wijn en op de kachel laten pruttelen. Het smaakt heerlijk. Zo lus ik venkel wel. Het internetten gaat niet zo goed meer. Ik denk dat van beide dongels een maximaal aantal Giegs verbruikt is en dat ze nu op een minimale stand doordoen. Het up- en downloaden van foto’s, teksten en TV-uitzendingen gaat hopeloos traag. De TV-uitzendingen lukken sowieso niet en ook het skypen is een ramp. Ik heb er geen zin meer in en ga te 22.00 uur naar bed om mezelf in slaap te lezen met “Het Venetiaans Bedrog”. Mag het, na zo’n dag?!

































